Create your own awesome maps

Even on the go

with our free apps for iPhone, iPad and Android

Get Started

Already have an account?
Log In

The Practice of Social Research 12th edition (Babbie, 2010) by Mind Map: The Practice of Social Research 12th
edition (Babbie, 2010)
0.0 stars - reviews range from 0 to 5

The Practice of Social Research 12th edition (Babbie, 2010)

Part 2 The Structuring of Inquiry: Quantative & Qualitative

04. Research Design

Drie doelen van sociaal onderzoek, 1. Verkenning, 1. De onderzoeker is nieuwsgierig en wil iets beter leren begrijpen, 2. Verkennen van de mogelijkheden om een meer intensiever onderzoek op te zetten, 3. Om een methodiek te ontwikkelen die toegepast kan worden in een vervolgonderzoek, Tekortkomingen, 1. Vaak niet representatief, 2. Leveren onvoldoende heldere antwoorden op, 2. Beschrijvend, vaak gekoppeld aan verklarend onderzoek, 3. Verklarend, "nomothetic explanation" (p.94) = onderzoekers zijn geintresseerd in een aantal factoren die een groot deel van de variaties in gebeurtenissen of situaties verklaren., 1. Er moet een directe oorzaak-gevolg relatie zijn tussen twee variabelen, "correlatie", een empirisch bewezen relatie tussen twee variabelen, hoeft nog niet te betekenen dat er een causale relatie is tussen twee variabelen, maar ik wel een criteria., 1. Verandering in de ene variabele heeft invloed op de tweede, geassocieerde variabele, 2. specifieke kenmerken van een variabele zijn geassocieerd met kenmerken van een andere variabele, 2. Volgorde in tijd, Er is alleen sprake van een causaal verband als de oorzaak in tijd voor het effect plaatsvindt, 3. "Nonspuriousness" (p.95), Het effect kan niet verklaard worden door een derde variabele, "spurious relationship", dit model leent zich voor testen van hypothese, onderbouwt door mate van statistische significantie, Nomothetische causaliteit zegt niet..., dat het een complete verklaring betreft (meestal te probabilitisch en incompleet), dat uitzonderingen een causaal verband ontkrachten, causale verbanden niet waar zijn als ze niet van toepassing zijn op een groot gedeelte van de onderzochte casussen, Oorzaak, "necessary cause", een conditie die aanwezig MOET zijn om tot het effect te leiden, "sufficient cause", een conditie die, als aanwezig, het gewenste effect oplevert, "The discovery of a cause that is both necessary and sufficient is, of course, the most satisfying outcome in research" (p.97)., "idiographic explanation" (p.94) = onderzoekers zijn geintresseerd in alle factoren die de variaties in een bepaalde gebeurtenis of situatie verklaren

"Units of analysis", Het 'wie' of 'wat' dat onderzocht wordt, Individuen, Worden vaak gekarakteriseerd als leden van een sociale groep, Beschrijvingen van individuen worden geaggregeerd en gemanipuleerd om sociale groepen en hun interacties te beschrijven en te verklaren., Groepen, Organisaties, Sociale interactie, Sociaal artefact/product, Elk product van sociale wezens of hun gedrag, meestal ook de "units of observation", Levert een beschrijving op van alle elementen en om verschillen tussen deze elemementen te verklaren, Foute redeneringen, "The ecological fallacy" of ecologische valkuil, de aanname dat het geleerde over een ecologische eenheid ook iets zegt over de individuen die deel uitmaken van deze eenheid, je bestudeerd de ene eenheid, maar trekt conclusies over de andere eenheid., Reductionisme, Het verklaren van een fenomeen met beperkte en/of lage-orde concepten, Daarmee wek je de suggestie dat specifieke eenheden of variabelen meer relevant zijn dan anderen.

Factor "tijd" in ontwerp, cross-sectional study, momentopname van een sample, doorsnede, bevolking of fenomeen, Probleem is dat de conclusies uit een momentopname worden getrokken, maar als doel hebben om causale verbanden over een langere periode uit te leggen, longitudinal study, ontwerp voor observatie van eenzelfde fenomeen over een langere periode, 1. Trend, bestudeerd veranderingen binnen een populatie over een bepaalde periode, 2. Cohort, bestudeerd veranderingen binnen een subpopulatie over een bepaalde periode, 3. Panel, bestudeerd veranderingen binnen dezelfde groep personen over een bepaalde periode, "Panel attrition" = als respondenten uit eerste onderzoek niet meedoen aan tweede onderzoek., data wordt verzameld op meerdere tijdsmomenten, Vaak tijdrovend en kostbaar, maar met duidelijke voordelen

"Traditional Image of Research Design" (p.114), Begin met het afvragen van..., 1. Je interesse, 2. Je mogelijkheden, 3. Beschikbare middelen

Onderzoeksproposal (p.119-120), basiselementen, 1. Probleem- en doelstelling, 2. Literatuur bespreking, 3. Onderzoeksobjecten, 4. Onderzoeksinstrument, Wat zijn de kernvariabelen, Hoe ga je die omschrijven en meten?, 5. Dataverzameling methoden, 6. Data-analyse, 7. Planning, 8. Budget, "If you're going to invest your time and energy in such a project, you should do what you can to insure a return on that investment" (p.120)

06. Indexes, Scales, and Typologies

"composite measures of variables", Deze samenvatting is uit het Engels en betreft een onderwerp dat nog niet volledig wordt begrepen. Dit gedeelte van de mindmap dus kritisch benaderen, controleren en corrigeren/aanvullen., Vaak gebruikt in kwantitatief onderzoek, 1. Onderzoekers willen vaak variabelen bestuderen die geen eenduidige of ondubbelzinnige enkele indicatoren kennen., Vaak ook moeilijk bij complexere zaken, waar onderzoekers geen enkele indicatoren kunnen ontwikkelen zonder eerst het onderzoek gedaan te hebben., Elke van deze indicatoren is waarschijnlijk niet valide of betrouwbaar voor vele deelnemers aan het onderzoek, Dit kan voorkomen worden door een samengesteld meetinstrument, 2. Onderzoekers willen misschien een ordening aanmaken in verschillende categorien, 3. Indexen en schalen zijn efficiente instrumenten voor data-analyse, door meerdere data-items te mee te nemen in de analyse ontstaat een meer omvattende en kloppende indicatie, je moet je wel realiseren dat indicatoren vaak onafhankelijk van elkaar kunnen zijn., Index, Een type samengesteld meetinstrument dat specifieke observaties samenvat en in een bepaalde volgorde van grootte of belang plaatst en een representatie is van een algemenere dimensie., Maar niet alle indicatoren van een variabele zijn even belangrijk of tellen even zwaar mee, dit wordt in een index niet meegenomen., Schaal, Een type samengesteld meetinstrument die bestaat uit meerdere items met een logische of empirisch onderbouwde structuur., Er is meer vertrouwen op het bereiken van ordinaliteit omdat de intensiteit van de indicatoren van de variabele worden meegenomen., Een schaal is een verzameling items waarbij de antwoorden iets zeggen over een construct/idee/concept > deze items staan in een bepaalde volgorde, Als respons respondent bij vraag 1 die score heeft, dan zou je er van uit moeten kunnen gaan dat deze (relatieve) score ook bij andere vragen in die schaal voorkomt., "Recall at this point that one of the chief functions of scaling is efficient data reduction. Scales provide a technique for presenting data in a summary form while maintaining as much of the original information as possible" (p.182)., Overeenkomsten index - schaal, Wij maken niet het onderscheid tussen index en schaal, noemen het schaal, ordinale metingen van variabelen, "Bij een ordinale schaal is de volgorde duidelijk, maar zijn de verschillen niet interpreteerbaar: 'zeer mee eens' ligt niet noodzakelijk net zo ver boven 'mee eens' als dat 'mee eens' boven 'neutraal' ligt", composite measures of variables = metingen gebaseerd op meer dan een data-item, Constructie van index, 1. Selecteren van de items, selecteren van de items voor de samengestelde index die je ontwikkeld om een variabele te meten, Criteria, a. "Face validity", logische validiteit, ieder item dat gemeten wordt heeft ook daadwerkelijk met de variabele te maken, b. Eendimensionaliteit, een samengesteld meetinstrument representeert een dimensie van een concept, Je gaat niet naar het geloof vragen als je de politieke voorkeur aan het meten bent., c. Generiek of specifiek?, keuze maken, hangt af van hoe specifiek of generiek de variabele is., d. Variatie, dekken de items in het meetinstrument het spectrum van de variabele, is het evenredig verdeeld?, 2. Bestuderen van de empirische relaties, als er een empirische relatie bestaat tussen meerdere items, dan selecteer je deze items voor je data-analyse, een empirische relatie ontstaat wanneer de antwoorden van respondenten op een item ons helpt te voorspellen wat ze zouden antwoorden op een ander item, als twee items empirisch gerelateerd zijn dan kan je argumenteren dat ze de zelfde variabele vertegenwoordigen, Twee mogelijke relaties tussen items, a. "Bivariate relationships", Een relatie tussen twee variabelen, Als bijv. uitkomsten van twee items een bepaalde mate dezelfde variabele vertegenwoordigen, is dat niet het geval, gooi dan een van de items weg, als er een perfecte relatie is, dan hoeft er maar een van de items opgenomen te worden., let op of de items het "effect" van de variabele meten of de "oorzaak" van de variabele, het kan zijn dat deze items gerelateerd zijn, maar ook het tegendeel is dan mogelijk, b. "Multivariate relationships", Relaties tussen meerdere items om een variabele te meten, Hoe wordt een relatie tussen twee items beinvloedt door de aanwezigheid van een ander item, cross-tabulations in SPSS, 3. Toekennen van scores aan de index, Nadat je beste items hebt geselecteerd, ga je de antwoordmogelijkheden 'scoren', gewicht en verdeling, toekennen., a. Wat is de gewenste reikwijdte van de index-scores?, reikwijdte tussen twee mogelijke tegenpolen in het antwoord, Wanneer levert een bepaalde indeling van een schaal geen relevante informatie meer op?, compromis tussen een zo groot mogelijke rijkwijdte, maar je wil de verkegen data wel zo inschalen dat je er verder mee kunt werken, b. Welk gewicht geef je een score mee: ieder item gelijk of toch verschillend?, 4. Omgaan met ontbrekende data, Bijna in ieder onderzoek slagen respondenten er in om een aantal vragen niet te beantwoorden, erg lastig als je een index bouwt., Oplossingen, a. Als er heel weinig items waar gegevens ontbreken kun je er voor kiezen om deze items uit te sluiten, is het aantal respondenten dat overblijft voldoende?, blijft het geheel representatief voor verdere analyse, echter, als je deze elementen er in laat kan het het karakter van de bevindingen verstoren, b. Soms kan een item met ontbrekende data als een antwoordmogelijkheid worden gezien, c. Als je de ontbrekende data goed analyseert kun je het soms beschouwen als een interpretatie van een mening, 5. Index validatie, We nemen aan dat de index een kloppend meetinstrument van de variabele is, de scores op de index zetten de items op de juiste volgorde in de termen van de variabele., a. item-analyse, inschatting of elk van de items die zijn opgenomen in de samengestelde meting een onafhankelijke bijdrage levert, of niets anders doet dan het kopieren van andere items in het meetinstrument, Dat kun je berekenen, als een item nauwelijks relaties heeft met de index, dan mag je er van uitgaan, dat de andere items dit item uitsluiten > item verwijderen, als een item geen relatie heeft > uitsluiten, b. externe validatie, het proces van het testen van de validiteit van een meting zoals een index of een schaal, door het bestuderen van de relaties tussen andere indicatoren van dezelfde variabele., correlatie, de mate van volgorde van groepen respondenten op de index zou de mate van volgorde van deze groepen moeten voorspellen bij het beantwoorden van andere items, c. 'bad index vs bad validators', als er bij interne item analyse inconsistente relaties tussen items en de index bestaat, dan klopt er iets niet met de index, als de index er niet in slaagt goed de externe validiteit van items te voorspellen dan zijn er twee mogelijkheden:, 1. de index meet onvoldoende de betreffende variabele, 2. de items meten onvoldoende de variabele en leveren daarom geen goede test op van de index, bestudeer eerst de index voor dat je beslist welke items onvoldoende opleveren., Constructie van een schaal, 1. Bogardus Social Distance Scale, een meettechniek om de bereidheid van mensen te bepalen om te participeren in sociale relaties (of bepaalde gradaties in nabijheid) met andere mensen., efficiente techniek om op basis van keuze deelnemer aan te nemen dat ook onderliggende keuzes door deze deelnemer zouden worden gemaakt, richt zich wel op de meerderheid, 'reverse social distance scale', daarmee kijk je naar de sociale afstanden vanuit het perspectief van de minderheidsgroep, 2. Thurstone Scales, een type van samengestelde meting opgebouwd in samenhang met het 'gewicht' die deelnemers toewijzen aan verschillende indicatoren van variabelen., Wordt niet vaak gebruikt in onderzoek, De kwaliteit van de mening van deelnemers hangt af van hun kennis en ervaringen, om een goed oordeel te kunnen geven zouden de deelnemers zelf onderzoekers moeten zijn, De betekenis die de items die richting een variabele wijzen heeft verandert gedurende de tijd, 3. Likert Scaling, een type van samengestelde meting in een poging om de verschillende meetniveaus in sociaal onderzoek te verbeteren door het gebruik van gestandaardiseerde antwoordcategorieen in vragenlijsten, om daarmee te determineren wat de relatieve intensiteit is tussen verschillende items., wij herkennen Likert-schalen aan antwoordmogelijkheden als 'sterk mee eens - mee eens - oneens - sterk oneens, Een echte Likert-schaal berekent ook de gemiddelde index score voor die respondenten die het eens zijn met elk van de stellingen, New node, 4. Semantic Differential, een format voor een vragenlijst waar de respondent gevraagd wordt om te kiezen tussen twee extremen door het gebruiken van indicatoren die als een brug de twee extremen met elkaar verbinden, 5. Guttman Scaling, een type samengestelde meetinstrument die gebruikt wordt om discrete observaties samen te vatten en een meer algemenere variabele te representeren., sommige items zijn 'hardere' indicatoren dan 'zachtere' indicatoren van een variabele., gebaseerd op het idee dat iemand die een 'harde' indicator van een variabele aangeeft, ook de 'zachte' indicatoren zou opgeven., de mate waarin een set empirische reacties een Guttman schaal vormen wordt bepaald door de nauwkeurigheid waarmee de orginele reacties gereconstrueerd kunnen worden van de schaal-scores., percentage van correcte voorspellingen = coefficient van reproducibility = het percentage dat kan worden gereproduceerd door het weten van de schaal scores die gebruikt zijn om ze samen te vatten., coefficients van 90 of 95% zijn standaard, Een hoge graad van reproduceerbaarheid geeft nog niet de zekerheid dat de schaal die je construeert ook het feitelijke concept meet dat je zou willen meten, je hebt echter wel het vertrouwen dat alle items het zelfde concept meten., Typologies, Classificering van observaties op basis van hun kenmerken van twee of meer variabelen

09. Survey Research

Surveys zijn geschikt voor:, beschrijvende, verklarende- en verkennende doeleinden, individuen zijn analyse-eenheden, in ieder geval is de respondent een individu, geschikt voor het verkrijgen van data om een groep te beschrijven die te groot is om te observeren, zeer geschikt om meningen en houdingen binnen een grote populatie te meten, poll's, Sterke punten, 1. Handig om de karakteristieken van een grote populatie te beschrijven, 2. Door vragenlijsten is het mogelijk om grote samples te maken, 3. Surveys zijn flexibel in de zin dat je veel vragen kunt stellen over een onderwerp > geeft je flexibiliteit in data-analyse, 4. Mate van betrouwbaarheid in de zin dat je iedereen de zelfde vragen stelt en dat je dezelfde waarde geeft aandeel antwoorden van de respondenten., Zwakke punten, 1. Standaardisatie leidt tot beperkingen, "By designing questions that will be at least minimally appropriate to all respondents, you may miss what is most appropriate to many respondents" (p. 287), 2. Kan moeilijk omgaan met de context van het sociale leven, 3. Surveys zijn niet flexibel in de zin dat ze in de periode van afname onveranderd moeten blijven., 4. Kunstmatig verkrijgen van antwoorden, Ze meten niet sociale actie, maar verzamelen self-reports van de teruggehaalde acties of hypothetische situaties > altijd de perceptie van de respondent bij benadering, "Survey research is generally weak on validity and strong onnreliability" (p .288)

Vragenlijsten, specifiek ontworpen om informatie te verkrijgen die nuttig is voor de analyse, bestaan vaak uit vragen en stellingen: geeft je meer flexibiliteit in het ontwerp en maakt de vragenlijst interessanter., moeten zo ontworpen zijn dat de respondent exact weet wat de onderzoeker vraagt, Vraag o.a. een ding, waar ook maar een antwoord op gegeven kan worden: 'double-barreled-questions'., zijn de respondenten in staat om een goed , betekenisvol antwoord op de vraag te geven?, Respondenten moeten wel antwoord 'willen' geven > anonimiteit kan helpen, Vragen moeten relevant zijn voor de respondenten, In situaties waar de respondenten iets niet weten, geen mening hebben of er neutraal tegen over staan, hebben we idealiter dat ze dat aangeven, vaak is dat niet het geval., Korte en duidelijke items, Ga er vanuit dat respondenten items snel zullen lezen en snel antwoord zullen geven, Duidelijke, korte items die niet onjuist geïnterpreteerd kunnen worden, Voorkom negatieve woorden, Voorkom bias en sociaal wenselijke antwoorden, De betekenis van een antwoord van een respondent hangt af van de vraagstelling., sommige vraagstellingen lokken specifieke antwoorden uit., bias, de kwaliteit van het meetinstrument dat neigt te resulteren in de misinterpretatie van wat wordt gemeten in een bepaalde richting > een vooringenomen positie, soms is het bias-effect moeilijk te voorspellen > zit ook in de bewoording., ook een term kan een specifieke reactie uitlokken > voorkom termen, sociaal wenselijke antwoorden, Open vragen, de respondent vult zelf het antwoord in, kan dus ook een antwoord zijn waar de onderzoeker niets aan heeft, antwoorden moeten gecodeerd worden voor computer-analyse, de onderzoeker moet hiervoor de antwoorden interpreteren > risico voor misverstanden en bias, Gesloten vragen, de respondent selecteert antwoordmogelijkheid uit een door de onderzoeker opgestelde lijst, 1. Deze lijst moet alle antwoordmogelijkheden bevatten, 2. De antwoordmogelijkheden moeten elkaar uitsluiten: de respondent voelt zich niet verpicht om meer dan een optie te kiezen., leidt tot betere uniformiteit van antwoorden en is beter voor computer-analyse

Ontwikkelen van vragenlijsten, Algemene format voor vragenlijst, Duidelijke lay-out en overzichtelijk, Er mogen geen vragen gemist worden, Ga niet 'proppen' als je denkt dat een vragenlijst te lang wordt., Niet meerdere vragen op een regel of gebruik maken van afkortingen, Formats voor respondenten, Contingency questions, Sommige vragen zijn relevant voor de ene maar niet voor de andere., Een vraag gericht op enkele respondenten afhankelijk van het antwoord op eerdere vragen, Sommige contingency vragen kunnen ook gesteld worden als een enkele vraag, keuze hangt of groep respondenten het als prettig zou ervaren om die vraag zo te beantwoorden, Gebruik heldere instructies > navigeren door de vragenlijst moet helder zijn, Matrix-vragen, Bij vragen die dezelfde antwoord-categorieen gebruiken, Voordelen, 1. Efficient ruimte gebruik, 2. Respondenten ervaren het als 'snel invullen', 3. Kan het vergelijken van antwoorden door respondenten en de onderzoeker versterken, Nadelen, 1. Je gaat de antwoord-mogelijkeden zo formuleren dat ze in de matrix passen, terwijl je misschien beter gedient bij ander type antwoorden, 2. Je creëert een 'antwoord-houding' bij respondenten: snel lezen, overal hetzelfde invullen als je denkt dat het allemaal hetzelfde onderwerp betekent., kan je voorkomen door afwisseling van orientaties van antwoordmogelijkheden, Volgorde van vragen, de volgorde heeft effect op de antwoorden, dit effect is echter niet uniform, de vragen willekeurig maken heeft geen effect, 1. de respondenten ervaren de vragenlijst als chaotisch en waardeloos, 2. moeilijk om te beantwoorden, je moet steeds schakelen, 3. ook bij een willekeurige vragenlijst heb je het effect van de ene vraag op de andere, maar nu kun je het niet beinvloeden, je kan wel een inschatting maken van het effect om zo de resultaten betekenisvol te interpreteren, meerdere vragenlijsten met een verschillende volgorde is een optie, de gewenste volgorde, zelf-afgenomen vragenlijsten, begin met de meest interessante items, de eerste items moeten niet bedreigend zijn, demografische data aan het einde > saai > wil je niet aan het begin, interview vragenlijst, eerst de 'saaie, demografische data' > makkelijk te beantwoorden > krijg je een band met je respondent, Instructies, duidelijke instructies, vooral bij verschillende vraagtypes of antwoordmogelijkheden, korte introducties, helpt de respondent bij het betekenisvol maken van de vragenlijst, zorgt ervoor dat de vragenlijst minder chaotisch aanvoelt, zorgt voor de juiste mindset voor het beantwoorden van de vragen, Pre-test, Laat een groep mensen de vragenlijst invullen, zo komen fouten naar boven, eerder dan doornemen van de vragenlijst, 'cognitive interviewing', het verzamelen van meningen over de vragenlijsten van de respondenten zelf

Typen vragenlijsten, 1. Vragenlijsten om zelf in te vullen, als onderzoekers de vragenlijsten zelf uitdelen en/of ophalen is de kans dat de vragenlijst compleet wordt ingevuld groter, houdt bij wanneer je de vragenlijsten terug krijgt, codeer ze, bijv. ingevuld - deels ingevuld - niet ingevuld, hoe verloopt het proces?, tijdens periode invullen vragenlijst kan er iets gebeuren dat het proces kan beinvloeden, response rate, het aantal mensen dat de vragenlijsten heeft ingevuld gedeeld door het aantal mensen in de sample (%), completion rate / return rate, non-response bias is een probleem, is de groep die de vragenlijst heeft ingevuld een juiste afspiegeling van de totale populatie?, Vaak geschikt voor gevoelige onderwerpen waar anonimiteit van vragenlijst een voordeel is > mensen eerder geneigd eerlijk te antwoorden, 2. Vragenlijsten afgenomen door interviewers, voordelen, 1. Hogere response rate, neemt echter wel af (met name deur-tot-deur interviews en telefonische interviews), 2. Minder antwoorden als 'weet ik niet' of 'geen antwoord', 4. Tegelijkertijd observeren van respondenten en vragen stellen > vragen aanpassen aan situatie, 3. Interviewer kan vraag extra toelichten, daardoor grotere kans op een relevant antwoord, De interviewer moet een neutraal medium zijn waardoor vragen en antwoorden uitgezonden worden., bias interviewer speelt altijd een rol, Handvatten voor afnemen interviews, 1. Verschijning en houding, je verschijning of de impressie van je verschijning beinvloedt de vooringenomenheid van de respondenten of de bereidheid om mee te doen, Wees oprecht geintresseerd en wees bewust van de tijdsinvestering van de respondent, 2. Sta boven de stof, a. Ken de vragen uit je hoofd en spreek ze natuurlijk uit, b. Pas de vragen aan aan de context van de respondent, als dat noodzakelijk is: begrijp hoe de respondent de vraag zou moeten interpreteren in zijn situatie, 3. Volg de exacte bewoording van de vragen, een interventie door de interviewer (hoe logisch ook) maakt de kans groter dat de data beinvloedt wordt, 4. Transcribeer de antwoorden exact, belangrijk omdat je in het begin nog niet weet hoe je de antwoorden gaat coderen, je kan in de marges wel iets zeggen over de context van het gezegde..., 5. Doorvragen, probe, een verzoek om bij een incompleet antwoord een uitweiding van het antwoord te krijgen, de 'probe'-vragen zijn neutraal, 6. Coordinatie en controle, Zeker als er meer dan een interviewer betrokken is, trainen, supervisie, het gedrag van interviewers verandert gedurende de periode van afnemen van meerdere interviews, zorg voor specificaties die uitleggen hoe je omgaat met lastige of verwarrende situaties tijdens het afnemen van het interview, 7. Ethiek, Vertrouwelijkheid van informatie, De mogelijkheid van psychische schade bij de respondenten, Minder geschikt voor gevoelige onderwerpen, beter voor complexere onderwerpen, 3. Vragenlijsten afgenomen via de telefoon, random digit dialing, invloed van mobiele telefoon, de afstand zorgt er voor dat respondenten eerlijker antwoorden, eerder geneigd zijn om niet sociaal wenselijk te antwoorden, 4. Online vragenlijsten, nieuwste trend, vraagstuk van representiviteit: zijn de mensen die benadert worden via het web een representatieve steekproef van de gehele populatie?, Niet iedereen kan worden bereikt via internet (wordt natuurlijk steeds minder) of voelt zich comfortabel om online een vragenlijst in te voeren., Do's en don'ts voor het afnemen van online surveys (pp 284-285), Online surveys hebben ongeveer dezelfde response rates vergelijkbaar met die van vragenlijsten per post

Secondary analysis, Een vorm van onderzoek waarbij de data die verzameld is door een andere onderzoeker nog een keer geanalyseerd wordt door een andere onderzoeker voor andere doeleinden, Voordelen, 1. Goedkoper en sneller, 2. Voordeel van werk top professionals (afhankelijk van de persoon), 3. Versterkt mogelijkheid voor meta-analyse, Nadelen, Is de vragenlijst of de antwoorden valide genoeg voor het onderzoek dat jij doet?

Part 1 An Introduction to Inquiry

01. Human Inquiry and Science

Het onderzoeksproposal (p. 27), 1. Introductie (Ch. 1), 2. Literatuur bespreking (Ch. 2, 17; Appendix A., 3. Probleembeschrijving en onderzoeksvragen (Ch. 5, 6 en 12), 4. Onderzoeksontwerp (Ch. 4), a. Dataverzameling (Ch. 4, 8, 9 10 en 11), b. Sampling (Ch. 7), c. Ethische kwesties (Ch. 7), 5. Data-analyse (Ch. 13, 14, 15, 16), 6. Referenties (Ch. 17, Appendix A)

Part 3 Modes of Observation: Quantitavive and Qualitative

10. Qualitative Field Research

Veldwerk, kwalitatieve data = observaties die niet zo makkelijk terug kunnen worden gebracht naar cijfers, Veldwerk niet alleen data-verzameling activiteit, maar ook theorie-creerende activiteit, met name geschikt voor onderzoek naar attitudes en gedragingen die het beste kunnen worden begrepen in hun natuurlijke context, experimenten en surveys zijn toch wat kunstmatig, Geschikt voor veldwerk:, 1. Praktijken, 2. Episodes, 3. Ontmoetingen, 4. Rollen en sociale typen, 5. Sociale en persoonlijke relaties, 6. Groepjes en sub-groepen, 7. Organisaties, 8. Nederzettingen en leefomgevingen (habitat), 9. Sociale werelden, 10. Subculturen en leefstijlen, directe observaties leveren subtiele data op die misschien onverwacht waren of op een andere manier niet konden worden verzameld, niet verwarren met journalistiek, een interview is voor een onderzoek data die verder geanalyseerd moet worden om de werkelijkheid beter te begrijpen

De rollen van de observant, 'field researchers' hoeven niet altijd deel te nemen aan de activiteit dat onderzocht wordt, hoewel ze het meestal wel gelijk onderzoeken als de activiteit plaatsvindt., continuum complete participant - complete observant, participeren, laat je zien als deelnemer, niet als onderzoeker, ethische kwestie, als andere deelnemers niet weten dat jij onderzoeker bent, dan wordt aangenomen dat de data meer valide en betrouwbaar is, als deelnemers wel weten dat je onderzoeker bent:, reactiviteit = het probleem dat de deelnemers in het sociale onderzoek reageren op het feit dat ze worden onderzocht, en als gevolg daarvan hun gedrag aanpassen, 1. Ze kunnen de onderzoeker 'naar huis' sturen, 2. Ze passen hun manier van praten en gedrag aan om sociaal wenselijk over te komen dan ze normaliter zouden doen, 3. Het sociale proces kan aangepast worden, Alles wat je doet of niet doet als deelnemende observant zal een effect hebben op wat er onderzocht wordt, observeren, alleen observeren, niet deelnemen, ontwikkel je wel een volledig begrip van wat er onderzocht wordt?, je kan ook afwisselen in de tijd die je besteed in de setting die wordt onderzocht, je kan ook je aandacht focussen op een beperkt aspect, en je rol hier op aanpassen, verschillende situaties vragen uiteindelijk verschillende rollen van de onderzoeker, in het nemen van beslissingen laat je je leiden door zowel methodologische en ethische overwegingen

Relaties met je onderzoeksobjecten, objectiviteit, 'etic perspective', onderdompeling, 'selective competence', 'insider knowledge, skill, or understanding', (gedeeltelijk-) adopteren van de 'beliefs' van de onderzoeksobjecten, 'symbolic realism', de noodzaak voor sociale onderzoekers om de 'beliefs' die zij onderzoeken als objecten waar je respect voor moet hebben, anders dan objecten die je belachelijk vindt., je verliest de mogelijkheid om het fenomeen te zien en te begrijpen via referentiekaders die niet beschikbaar zijn voor je onderzoeksobjecten, 'emic perspective', ook als je de relatie met je onderzoeksobjecten niet comfortabel vindt, is het het waard om door te gaan met bijv. een interview. Door je zelf te dwingen om uit te zoeken waar dat gevoel vandaan komt, leer je misschien wel meer over je onderzoeksobjecten, dan als je je had beperkt tot de 'makkelijke' onderzoeksobjecten

Paradigma's, Naturalisme, een veldwerk benadering gebaseerd op de aanname dat er een objectieve sociale realiteit bestaat en dat je deze accuraat kunt observeren en rapporteren, "Chigago School", etnography, een studie met de focus op een gedetailleerde and kloppende beschrijving, in plaats van op de verklaring, Ethnomethodologie, Een benadering van het onderzoeken van het sociale leven met een focus op de ontdekking van impliciete, niet uitgesproken aannames en overeenstemmingen, het gaat om de onderliggende partronen in interacties die ons dagelijks leven reguleren, "People describe their world not 'as it is' but 'as they make sense of it'" (p.306), onderzoekers kunnen er niet op vertrouwen dat beschrijvingen van de werkelijkheid door anderen accuraat zijn., Grounded theory, het vormen van theorieen door het continu vergelijken en analyseren van patronen, thema's en categorieen in de geobserveerde data, combinatie van naturalistische benadering en een onderzoeksmatige systematische aanpak, Strauss & Corbin (1998, pp 43-46), 1. Denk vergelijkend, voorkom bias, 2. Verkrijg meerdere stand- en gezichtspunten, bijv. door verschillende observatietechnieken, 3. Doe periodiek een stapje terug, 4. Behoud je skeptische houding, 5. Volg de onderzoeksprocedures, systematisch coderen tbv validiteit en betrouwbaarheid in de dataanalyse, "...grounded theorists are quite open to the use of qualitative studies in conjunction with quantitative ones" (p.308), Case studies, een in-depth onderzoek van een enkel verschijnsel van een sociaal fenomeen, beschrijvend, verklarende inzichten, ideografische inzichten, de basis voor de ontwikkeling van generieke theorieen, extended case method, techniek waar case study observaties gebruikt worden om fouten te ontdekken in theorieen en om bestaande theorieen te verbeteren., je probeert uit te schrijven wat je denkt te gaan vinden in de case study voordat je deze case study gaat doen., nadeel = beperkte generaliseerbaarheid, op te lossen door comparative case study, Institutionele ethnography, persoonlijke ervaringen van individuen worden gebruikt om relaties en andere karakteristieken te ontdekken binnen instituten waar deze individuen opereren, de subjecten zelf zijn niet de focus van het onderzoek, Dorothy Smith, "This approach links the 'microlevel' of everyday personal experiences with the macrolevel of institutions" (p.312), Participatory Action Research (PAR)), een benadering waarin je de mensen die je onderzoekt controle geeft over het doel en de procedure van het onderzoek, als een tegenactie tegen het impliciete standpunt dat de onderzoeker superieur is ten opzichte van wie hij/zij onderzoekt, als tegenhanger voor het 'elitaire model' van traditioneel onderzoek, onderzoek niet alleen tbv kennisproductie maar ook als een tool voor het onderwijzen en ontwikkelen van bewustzijn als het mobiliseren van actie, "Once people see themselves as researchers, they automatically regain power over knowledge" (p.313), emancipatory research, onderzoek gericht op het verbeteren van de situatie van de minderheden groep die wordt onderzocht, uitdaging, "Do I take the 'passenger' position on the bus or do I take the 'driver' seat and be a little more provovative to energise the session? My view at this moment is to judge it on the day"

Uitvoeren kwalitatief veldonderzoek, Rapport, Een open en vertrouwelijke relatie, zeer belangrijk in kwalitatief onderzoek tussen onderzoekers en de personen die worden onderzocht., Kwalitatief interviewen, Ontwerp = flexibel, iteratief, continu, Interactie tussen interviewer en respondent waar de interviewer een leidraad heeft van thema's die besproken moeten worden ipv een vastgestelde vragenlijst., "... the interviewer as a "miner" or as a "traveler". (p.320), "Be more interested than interesting". (p.320), Maar wees ook geen totale passieve ontvanger., Onderzoekers moeten niet vergeten dat ze geen normaal gesprek voeren., Interviewproces (Kvale, 1996), 1. Thematisering: maak doel van interviews en de te verkennen concepten concreet., 2. Ontwerpen, 3. Interviewing, 4. Transcriberen, 5. Analyseren, 7. Rapporteren, 6. Controleren, Focus groepen, Een groep van subjecten die samen geïnterviewd worden, een discussie uitlokkend., Voordelen, 1. De techniek is een sociaal georiënteerde onderzoeksmethode die real-life data vastlegd in een sociale omgeving., 2. Flexibelheid, 3. Hoge validiteit, 4. Snelle resultaten, 5. Lage kosten, Nadelen, 1. Bij een focus groep heeft de onderzoeker minder controle, 2. Data is lastig te analyseren, 3. Moderatoren vereisen extra vaardigheden, 4. Verschillen tussen groepen kan lastig zijn, 5. Groepen zijn lastig samen te stellen, 6. De discussie moet uitgevoerd worden in een gesloten omgeving, Opnames van observatie, In je aantekeningen zowel empirische observaties als je interpretaties van deze observaties opnemen., "...record what you 'know' has happened and what you 'think' has happened". (p. 324), Bereid je dermate voor zodat er ook ruimte ontstaat om het onverwachte te observeren, "Don't trust your memory any more than you have to, it's untrustworthy"., Fasen, 1. Schets notities, 2. Herschrijven notities met meer details, 3. Beschrijf alles!, Sterkte punten kwalitatief veldonderzoek, 1. Voor het onderzoeken van subtiele nuances in houdingen en gedragingen en om processen over een langere tijd de bestuderen, 2. Flexibiliteit, 3. Relatief goedkoop, 4. Validiteit, Zwakke punten kwalitatief veldonderzoek, Het is niet kwantitatief: het is dus niet de manier om iets statistisch te kunnen zeggen over een grote populatie, 2. Betrouwbaarheid, Observaties zijn heel persoonlijk

Part 4 Analysis of Data: Quantitative and Qualitative

13. Qualitative Data Analysis (tot p. 406)

kwalitatieve analyse, de niet cijfermatige bestudering en interpretatie van observaties met als doel het ontdekken van onderliggende betekenissen en patronen in relaties

ontdekken van patronen, Lofland et al (2006): 6 verschillende manieren om naar patronen te kijken tijdens onderzoek, 1. Frequenties, 2. Magnitude/sterkte, 3. Structuren, 4. Processen, 5. Oorzaken, 6. Consequenties, cross-case analyse, een analyse dat het bestuderen van meer dan een casus inhoud, variable-oriented analysis, een analyse dat een specifeke variabele beschrijft of verklaart, nomothetische verklaring, case-oriented analysis, een analyse met als doel het streven naar het begrijpen van een specifieke casus of meerdere cases door goed te kijken naar de details van elke casus., ideografische beschrijving, grounded theory method (GTM), een inductieve benadering waar theorieen alleen ontstaan door het bestuderen van data in plaats van deductief verkregen, Glaser & Strauss (1967), constant comparative method, 1. Vergelijken van incidenten die van toepassing zijn in elke categorie, 2. Integreren van categorieen en hun kenmerken, 3. Afbakenen van de theorie, 4. Het schrijven van de theorie, het schrijven is onderdeel van het onderzoeksproces, semiotiek, het bestuderen van symbolen en hun geassocieerde betekenis, de zoektocht naar de betekenis die bewust of onbewust geassocieerd worden met symbolen, conversation analysis (CA), een zeer nauwkeurige analyse van de details van een gesprek, gebaseerd op een volledig transscript inclusief pauzes, 'umhm's', etc., Silverman (1999): drie fundamentele aannames, 1. Een gesprek is een sociaal gestructureerde activiteit: gedragsregels, 2. Een gesprek moet je begrijpen in de context, 3. De structuur en de betekenis van een gesprek wordt begrepen door een zeer uitgebreide en accuraat transcript van het gesprek

kwalitatieve dataverwerking, coderen, classificeren of categoriseren van losse stukjes data gekoppeld aan een database, met als doel het ontdekken van patronen in de data, voor statistische analyse is het van belang om een gestandaardiseerde analyse eenheid te identificeren voor je gaat coderen, voor kwalitatieve analyse is het het concept dat de organiserende principe achter kwalitiatief coderen is, coderingen, 1. open coding, het initiele classificeren en labelen van concepten in kwalitatieve data analyse, resultaat is de identificatie van meerdere concepten relevant voor het onderzoeksthema, 2. axial coding, het reanalyseren van de resultaten van het open coding proces in de GTM, gericht op identificeren van beangrijke, generieke concepten, 3. selective coding, in GMT is de basis van deze analyse de resultaten van open coding en axial coding om het centrale concept te identificeren dat alle andere concepten omvat., elke eenheid kan meer dan een code hebben en er kan ook sprake zijn van een hierarchische code, memo's, 1. code notes, identificeren de code labels en hun betekenis, 2. theoretische memo's, 3. operationele memo's, methodologische onderwerpen, concept mapping, de grafische representatie van concepten en hun interrelaties, nuttig bij het formuleren van een theorie