De filosoof en de wolf

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
De filosoof en de wolf by Mind Map: De filosoof en de wolf

1. Thema’s

1.1. Apigheid en wolvigheid

1.1.1. logos vs mythos

1.1.1.1. belang/waarde definieren/ logos

1.1.1.1.1. rendement/ middel> doel

1.1.1.2. relatie/ behoren tot/ betekenis/ mythe

1.1.2. machiavellistiche intelligentiehypothese

1.1.2.1. misleiden

1.1.2.1.1. representatie ordes

1.1.2.2. genot versus voortplanting

1.1.3. orde, repurcusies

1.1.3.1. doodslag vs moord

1.1.3.2. voorbedachte rade

1.1.4. zwakte versus kracht

1.2. Vrije wil

1.2.1. Gehoorzaamheid en ego

1.2.2. regels maken vrij

1.2.3. veroordeeld tot vrijheid

1.3. Intelligentie

1.3.1. mechanisch versus magisch

1.3.2. belichaamde versus gesitueerde cognitie

1.3.3. episodisch vs einverleibt geheugen

1.3.4. Multiple intelligence theory

1.3.5. sociale intelligentie

1.3.5.1. wetenschap en kunst bijproducten

1.4. Wat is een mens?

1.4.1. Bewustzijn

1.4.2. Verhalen/ goedgelovigeid

1.4.3. Existentie en essentie

1.4.4. iindividualiteit?

1.4.5. bedrog en intrige

1.4.6. narrig, lomp

1.4.7. Identiteit

1.4.7.1. ontologisch wezen

1.4.7.1.1. mens:narrig, lomp

1.4.8. Maakt andere wezens hulpeloos

1.4.9. zorgt dat het kwaad in hen vrij baan krijgt

1.4.10. stelt de filosofische vragen

1.5. Samenleving

1.5.1. dierenrechten

1.5.2. sociaal politiek (aap)

1.5.2.1. bedrog

1.5.2.1.1. machiavellistische wedloop

1.5.2.2. bondgenootschap

1.5.2.3. regels

1.5.2.4. handhaving

1.5.2.5. wetgeving

1.5.2.6. moraal

1.5.3. sociaal communaal (wolf)

1.5.4. sociaal contract

1.5.5. originele positie

1.6. wat moet ik doen

1.6.1. zingeving

1.6.1.1. respect voor elkaars bestaan en wezen

1.6.1.2. uitspelen basisbehoetften en vaardigheden

1.6.1.3. interactie met omgving/ anderen

1.6.1.4. recht op de gevolgen van daden

1.6.1.5. sterk = gelukkig

1.6.2. orde, hierarchie

1.6.2.1. repercusies

1.6.2.2. geweld

1.6.2.3. uitsluiting

1.6.3. zingeving

1.6.3.1. uitspelen basisbehoetften en vaardigheden

1.6.3.2. interactie met omgving/ anderen

1.6.3.3. respect voor elkaars bestaan en wezen

1.6.3.3.1. recht op de gevolgen van daden

1.6.3.4. sterk = gelukkig

1.6.4. rechtvaardigheid komt voort uit meedogenloosheid (regulering)

1.6.5. ethisch motief

1.6.5.1. deugd

1.6.5.2. categorische imperatief

1.6.6. plicht

1.6.6.1. tekosrtschieten> kwaad

1.6.6.1.1. onwil

1.6.6.2. epistemologisch

1.6.6.2.1. onwil lijdt tot smoezen, excuses, relativering

1.6.6.3. ethisch

1.6.7. hulpeloosheid

1.6.7.1. goedheid kan zich alleen manifesteren jegens wezens die geen macht bezitten

1.6.7.2. kan worden geschapen

1.6.7.3. ethische hulpeloosheid

1.6.8. Verantwoordelijkheid

1.6.9. Geluk

1.6.10. normbesef

1.7. wat mag ik hopen

1.7.1. De ziel is de wijze waarop een wezen zich verhoudt tot en in de wereld. Niets meer

1.7.2. schoonheid

1.7.2.1. hoger gestemd

1.7.2.2. gevoel dat je leeft

1.7.2.3. schoonheid en eeuwigheid kunnen ons redden van onze lompe, kwaadaardige, chagrijnige apigheid

1.8. Tijd

1.9. Dood

1.10. Liefde

1.11. Religie

1.12. Mythe versus Logos

2. Avonden

2.1. 1-10

2.1.1. Introductie

2.1.1.1. De 4 vragen

2.1.1.1.1. Wat kan ik weten?

2.1.1.1.2. Wat moet ik doen?

2.1.1.1.3. Wat mag ik hopen?

2.1.1.1.4. Wat is de mens?

2.1.1.2. Mythos

2.1.1.2.1. Centrale onbevraagbare betekenissen

2.1.1.2.2. Cyclisch tijdsbesef

2.1.1.2.3. Eenheid

2.1.1.3. Logos

2.1.1.3.1. Concurrerende ideeën

2.1.1.3.2. Waarheidsvraag

2.1.1.3.3. Lineaire tijd

2.1.1.3.4. Veelheid

2.2. 15-10

2.2.1. de open plek

2.3. 29-10

2.3.1. Wolfbroeder

2.4. 12-11

2.4.1. Wildernis en Beschaving

2.5. 26-11

2.5.1. beauty en het Beast

2.6. 10-12

2.6.1. de bedrieger

2.7. 7-1

2.8. 21-1

2.9. 4-2

2.10. 25-2

2.11. 11-3

2.12. 25-3

3. Hoofdstukken

3.1. De open plek

3.1.1. wat is een mens?

3.1.1.1. verhalen over zichzelf

3.1.1.1.1. goedegelovig

3.1.1.1.2. verstelling

3.1.1.2. wil zich onderscheiden van andere wezens

3.1.1.3. aap

3.1.1.3.1. logos: waarde definieren

3.1.2. wat is een wolf?

3.1.2.1. lukos, licht

3.1.2.1.1. open plek

3.1.2.1.2. schaduw

3.1.2.2. betekenis versus belang

3.1.3. mythe/ logos

3.1.3.1. mythe

3.1.3.1.1. indianen/ jager verzamelaar

3.1.3.2. logos

3.1.3.2.1. negeren van waarheid die ons tegenstaat

3.2. Wolfbroeder

3.2.1. intelligentie

3.2.1.1. middel-doel-redenering

3.2.1.2. belichaamde versus gesitueerde cognitie

3.2.1.2.1. geest ook in de omgeving

3.2.1.3. hond vs wolf

3.2.1.3.1. guided learning vs unguided learning

3.2.1.3.2. mechanische versus magische wereld

3.2.1.3.3. gericht op wereld vs gericht op anderen (mens)

3.2.1.4. geheugen

3.2.1.4.1. episodisch

3.2.1.4.2. einverleibt

3.2.1.5. AI?

3.2.2. samenleven

3.2.2.1. relatie

3.2.2.1.1. bezit

3.2.2.1.2. roedelgenoot

3.2.2.1.3. vriendschap

3.2.2.1.4. broeder

3.2.2.1.5. familie

3.2.2.1.6. rechten en plichten

3.2.2.2. regels

3.2.2.2.1. grenzen van natuur

3.2.2.2.2. vrijheid

3.2.2.3. leren

3.2.2.3.1. honden trainen

3.2.2.3.2. gevolgen eigen daden

3.2.3. ethiek

3.2.3.1. is natuurlijk goed?

3.2.3.2. wat is natuurlijk en geluk?

3.2.3.2.1. mens als open dier, veroordeeld tot vrijheid

3.2.3.2.2. existentiële flexibiliteit

3.2.3.2.3. basisbehoeften

3.2.3.2.4. omgevingsbepaald

3.2.3.2.5. bestaan moet inhoud en zin hebben

3.2.3.3. zingeving

3.2.3.3.1. uitspelen basisbehoetften en vaardigheden

3.2.3.3.2. interactie met omgving/ anderen

3.2.3.3.3. respect voor elkaars bestaan en wezen

3.2.3.3.4. sterk = gelukkig

3.2.3.4. bezit en verantwoordelijkheid

3.2.4. wat is een mens?

3.2.4.1. essentie vs existentie

3.2.4.2. existentiële flexibiliteit

3.3. Wildernis en beschaving

3.3.1. beschaving

3.3.1.1. domesticatie - infantilisering

3.3.1.1.1. aporteren

3.3.1.1.2. vechtspelletjes

3.3.1.2. je handhaven in een gezelschap van calculerende anderen

3.3.1.2.1. liegen

3.3.1.2.2. hoe zie je anderen, de gemeenschap en jezelf?

3.3.2. intelligentie

3.3.2.1. contextueel, specifiek

3.3.2.2. mechanisch

3.3.2.2.1. begrip van (leef)wereld

3.3.2.3. sociale intelligentie

3.3.2.3.1. wolf: communautair

3.3.2.3.2. aap: onderlinge competitie

3.3.2.4. praten versus spreken?

3.3.2.4.1. dieren praten ook

3.3.3. ethiek

3.3.3.1. orde, hierarchie

3.3.3.1.1. repercusies

3.3.3.1.2. geweld

3.3.3.1.3. uitsluiting

3.3.3.2. rechtvaardigheid komt voort uit meedogenloosheid (regulering)

3.3.4. wat is de mens

3.3.4.1. individualiteit?

3.3.4.1.1. Individualiteit van dieren

3.3.4.2. bedrog en intrige

3.3.4.3. wetenschap kunst cultuur

3.3.4.4. normbesef

3.3.5. GNU: niet eens met omdraaiing genot voortplanting

3.3.5.1. voortplanting wolf ook genotgedreven

3.3.5.2. aap: niet-driftgedreven motivatie

3.3.5.2.1. kiest drive

3.3.5.3. consequentie meedogenloosheid

3.3.5.3.1. wolf kan ook meedogenloos zijn

3.4. Beauty en het beest

3.4.1. wat is de mens

3.4.1.1. ziel: wat een wezen is

3.4.1.1.1. in de wereld zijn

3.4.1.1.2. plant: op voeding gericht

3.4.1.1.3. dier: beweging

3.4.1.1.4. mens:narrig, lomp

3.4.1.2. zwak maken van anderen

3.4.1.3. zorgt dat het kwaad in hem vrij baan krijgt

3.4.1.4. stelt filosofische vragen

3.4.2. het kwaad

3.4.2.1. het kwaad bestaat uit kwaadaardige dingen

3.4.2.1.1. het kwaad is niet iets maar bestaat wel

3.4.2.1.2. het kwaad bestaat in tekort schieten

3.4.2.2. ethische kwaad versus natuurlijke kwaad

3.4.2.3. weggeredeneerd

3.4.2.3.1. HET kwaad

3.4.2.3.2. maatschappelijk excuus

3.4.2.3.3. ziekte

3.4.2.4. de shuttlebox

3.4.2.4.1. lijden niet zien

3.4.2.5. motieven versus gevolgen

3.4.2.5.1. leedvermaak komt weinig voor

3.4.2.5.2. verhullen een smerige waarheid

3.4.2.5.3. positief

3.4.2.5.4. negatief

3.4.2.6. ethiek

3.4.2.6.1. plicht

3.4.2.6.2. ethisch motief

3.4.2.6.3. hulpeloosheid

3.4.3. wat kan ik weten

3.4.3.1. sub specie aeternatis

3.4.3.1.1. exceleren is contextueel

3.4.4. wat mag ik hopen

3.4.4.1. De ziel is de wijze waarop een wezen zich verhoudt tot en in de wereld. Niets meer

3.4.4.2. schoonheid

3.4.4.2.1. hoger gestemd

3.4.4.2.2. gevoel dat je leeft

3.4.4.3. schoonheid en eeuwigheid kunnen ons redden van onze lompe, kwaadaardige, chagrijnige apigheid

3.5. De bedrieger

3.5.1. het contract

3.5.1.1. Hobbes (sociaal contract)

3.5.1.1.1. Natuur

3.5.1.1.2. contract> Beschaving

3.5.1.1.3. calculerende burger

3.5.1.1.4. binnen en buiten het contract

3.5.1.1.5. beloont deceptie

3.5.1.1.6. bevestigt machtsdrang

3.5.1.1.7. wat u niet wil dat u geschiedt

3.5.1.1.8. onderhandeling

3.5.1.2. Rawls originele positie

3.5.1.2.1. rechtvaardigheid (niet: calculus, overeenstemming)

3.5.1.2.2. maatschappij alsof je niet weet wie je zult zijn

3.5.1.2.3. wat u niet wil dat geschiedt als u een ander was

3.5.1.2.4. Rowlands: ook dieren en zwakke mensen

3.5.2. beschaving> contract

3.5.2.1. rechtvaardigheid?

3.5.2.2. Zwakkere tegenover de sterkere

3.5.3. wat kan ik weten?

3.5.3.1. vegetarisme?

3.5.3.1.1. hoe bepaal je het perspectief/ belang/ wereld/ behoefte van het dier?

3.5.3.1.2. koude empathie?

3.5.4. wat moet ik doen

3.5.4.1. calculus

3.5.4.1.1. contract

3.5.4.1.2. individueel belang

3.5.4.1.3. liberalisme

3.5.4.1.4. voorwaardelijk

3.5.4.2. loyaliteit

3.5.4.2.1. roedel

3.5.4.2.2. relatie

3.5.4.2.3. onvoorwaardelijk

3.5.4.3. GNU: homo liberalns versus bv inclusief kapitalisme

3.6. Jagen op geluk. En konijnen

3.7. Een verblijf in de hel

3.8. De pijl en de tijd

3.9. De religie van de wolf

4. Denkers

4.1. Sartre

4.1.1. mens veroordeeld tot vrijheid

4.1.2. essentie vs existentie

4.2. Nietzsche

4.2.1. leg regels op of wordt opgelegd

4.3. Koehler

4.3.1. geen straf of beloning maar laat gewenste gedrag de enige optie zijn

4.3.2. Recht op gevolgen eigen gedrag

4.3.3. Respect geeft zelfvertrouwen maakt sterk en gelukkig

4.4. Heidegger

4.4.1. De open plek in het bos

4.4.1.1. Een leeg ander perspectief geeft nieuw inzicht

4.5. Solomon Kamin Wynne

4.5.1. shuttlebox

4.5.1.1. depressie is aangeleerd gedrag

4.5.1.2. apathie na pijn lijkt op depressie dus is het depressie

4.6. Kundera

4.6.1. goedheid kan zich alleen manifesteren jegens wezens die geen macht bezitten

4.7. Hobbes

4.7.1. Sociaal contract

4.7.1.1. Natuur

4.7.1.1.1. oorlog van ieder tegen ider

4.7.1.1.2. rood in tand en klauw

4.7.1.2. contract> Beschaving

4.7.1.2.1. veilighied

4.7.1.2.2. orde

4.7.1.2.3. eigendom

4.7.1.3. calculerende burger

4.7.1.4. binnen en buiten het contract

4.7.1.4.1. buiten: minderwaardig/ wild?

4.7.1.5. wat u niet wil dat u geschiedt

4.8. Rawls

4.8.1. originele positie

4.8.1.1. rechtvaardigheid (niet: calculus, overeenstemming)

4.8.1.2. maatschappij alsof je niet weet wie je zult zijn

4.8.1.3. wat u niet wil dat geschiedt als u een ander was

4.8.1.4. Rowlands: ook dieren en zwakke mensen

5. Links

5.1. Mark Rowlands college over dierenrechten

6. Verder lezen