Elektromotor

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Elektromotor by Mind Map: Elektromotor

1. kortsluitanker motor

1.1. deze heeft geen sleepring nodig

1.2. de rotor is kortgesloten aan de uiteinden

1.2.1. deze wordt rotorkooi genoemd

1.3. verandering tegenover dc-motor

1.3.1. rotorkooi

1.3.2. geen koolborstels

1.3.3. andere stator

2. PEM-motor

2.1. motor met permanente magneet

2.1.1. verbruiken geen energie

2.1.1.1. rendement hoger

2.2. gelamelleerde rotor

2.2.1. magnetische veldlijnen kunnen er makkelijk doorheen

2.3. word toegepast bij

2.3.1. startmotoren

2.3.2. rolstoelmotoren

2.3.3. accuboormachines

2.4. constructie is kleiner

2.4.1. geen veldwikkelingen

2.5. nadeel

2.5.1. niet geschikt voor groot vermogen

2.5.1.1. magnetisch veld is beperkt

2.5.1.2. tegenwoordig lukt het wel waarom?

2.5.1.2.1. er zijn nieuwe magnetische materialen ontwikkeld

2.6. soort magnetisme

2.6.1. permanent

2.6.2. elektro

2.7. eigenschappen

2.7.1. rendement is hoger

2.7.1.1. waarom

2.7.1.1.1. er is geen energie nodig om permanent magnetisme op te wekken

2.7.2. relatief kleine motor

3. SR-motor

3.1. sleepring anker motor

3.1.1. de rotor heeft drie sleepringen

3.2. De geschakelde reluctantiemotor

3.2.1. is een type stappenmotor ,

3.3. Het belangrijkste nadeel is koppelrimpeling

3.4. De SRM heeft wikkelspoelen zoals in een DC-motor voor de statorwikkelingen

3.5. De rotor heeft echter geen magneten of spoelen bevestigd

3.6. Wanneer stroom wordt toegevoerd aan de statorwikkelingen

3.6.1. creëert de magnetische reluctantie van de rotor een kracht die probeert de rotorpool uit te lijnen met de dichtstbijzijnde statorpaal

3.6.1.1. Om de rotatie te behouden, schakelt een elektronisch regelsysteem achtereenvolgens de wikkelingen van opeenvolgende statorpolen in, zodat het magnetische veld van de stator de rotorpaal "leidt" en naar voren trekt

3.7. In plaats van een mechanische commutator te gebruikenom de spoelstroom te schakelen zoals bij traditionele motoren

3.7.1. gebruikt de motor met geschakelde reluctantie een elektronische positiesensor om de hoek van de rotoras en de solid state- elektronica te bepalen om de statorwikkelingen in te schakelen, wat een dynamische regeling van pulstiming en -vorming mogelijk maakt

3.7.1.1. Dit verschilt van de schijnbaar vergelijkbare inductiemotor die ook wikkelingen bekrachtigt in een roterende

3.8. Controle

3.8.1. Het regelsysteem is verantwoordelijk voor het geven van de vereiste sequentiële pulsen aan het stroomcircuit. Het is mogelijk om dit te doen met behulp van elektromechanische middelen zoals commutators of eenvoudige analoge of digitale timingcircuits. Veel controllers bevatten programmeerbare logische controllers (PLC's) in plaats van elektromechanische componenten. Een microcontroller is ideaal, omdat het een nauwkeurige timing van fase-activeringen mogelijk maakt. Het maakt ook een softstart- functie in softwarevorm mogelijk om de benodigde hoeveelheid hardware te verminderen.

4. DC-motor (universeel motor)

4.1. compound motor

4.1.1. De compoundmotor is een combinatie van de shunt en serie motor.

4.1.1.1. hij bezit zowel een serie- als een shuntbekrachtigingswikkeling

4.1.2. De eigenschappen van deze motor liggen tussen die van de serie- en de shuntmotor in

4.1.3. Gecompounde seriemotor

4.1.3.1. Sterk serieveld met een zwak shuntveld geeft een motor met een hoog aanloopkoppel zonder het risico dat de motor op hol slaat Het aanwezige shuntveld voorkomt dit

4.1.4. Gecompounde shuntmotor

4.1.4.1. Sterk shuntveld met een zwak serieveld geeft shuntmotor met een groter aanloopkoppel dan de standaard shuntmotor Nadeel is dat het toerental afneemt bij toenemende belasting Daarom wordt bij dit type motor nadat de motor is aangelopen, de seriewindingen kortgesloten

4.1.5. Gecompenseerde shuntmotor

4.1.5.1. Shuntmotor met een zwak serieveld (soms slechts één winding op de polen) dat de veldverzwakkende werking van de ankerreactie tegengaat, zodat de motor bij hoge ankerstromen stabiel blijft werken

4.1.6. Tegengecompounde motor

4.1.6.1. Sterk shuntveld met een tegengesteld zwak serieveld zorgt dat bij een toenemende belasting het toerental altijd constant blijft. Dergelijke motoren kunnen onder invloed van de ankerreactie onstabiel worden

4.2. shunt motor

4.2.1. bekrachtigingsspoel paralel met ankerwikkeling

4.2.1.1. opgebouwd uit veel windingen van dun koperdraad

4.2.1.1.1. stroom spiltst in twee in de motor

4.2.2. De stroom die wordt opgenomen splitst zich in de motor in tweeën

4.2.3. Wezenlijke verschillen van de shuntmotor ten opzichte van de seriemotor

4.2.3.1. De snelheid van de shuntmotor verandert slechts zeer weinig met de belasting

4.2.4. Een shuntmotor kan nooit op hol slaan wanneer de belasting wegvalt

4.2.5. Het toerental van shuntmotoren kan binnen verre grenzen en heel nauwkeurig geregeld worden, zonder veel verliezen

4.2.6. Het aanloopkoppel is minder gunstig dan bij de seriemotor

4.2.7. De shuntmotor wordt voornamelijk toegepast bij machines die werken met een constant toerental bij wisselende belastingen

4.2.7.1. zoals hijskranen en liften, alsmede bij aandrijvingen waar het toerental geregeld moet worden

4.3. serie motor

4.3.1. Bij de seriemotor staat de bekrachtigingsspoel in serie met de ankerwikkeling

4.3.1.1. Deze seriewikkeling is opgebouwd uit weinig windingen van dik koperdraad

4.3.2. eriemotoren kunnen sterk overbelast worden en hebben een groot aanzetkoppel waardoor ze krachtig aantrekken en snel op toeren komen

4.3.2.1. Het aantal omwentelingen verandert echter zeer sterk met de belasting

4.3.3. De specifieke eigenschap van deze motor is dat het toerental omgekeerd evenredig is met het koppel, ofwel bij een grote belasting is het toerental klein, bij een lichte belasting groot, en zonder belasting slaat de motor op hol

4.3.3.1. Met op hol slaan bedoelt men dat het toerental ontoelaatbaar groot wordt, waardoor de motor beschadigd kan worden

4.3.3.1.1. De seriemotor is daardoor uitsluitend te gebruiken daar waar steeds een belasting aanwezig is

4.3.4. De seriemotor wordt toegepast waar hoge aanloopkoppels worden vereist

4.3.4.1. oals als tractiemotor in elektrische treinen en trams. Ook de startmotor in de auto is een seriemotor

4.4. uitgerust

4.4.1. stator lamellen

4.4.1.1. permanente magneten zijn vervangen door veldwikkelingen

4.5. veldmagnetisme

4.5.1. gelijkmatig verdelen

4.5.1.1. poolschoenen

4.6. verschil met pem-motor

4.6.1. veldwikkelingen

4.6.2. stator lamellen

5. stator

5.1. het vaststaande deel van de motor

6. rotor

6.1. het bewegende deel van de motor

6.2. commutator

6.2.1. zorgt dat de stroom de juiste richting vloeit

6.2.2. word gezien als een roterende schakelaar

6.2.3. functies

6.2.3.1. stroom van richting veranderen

6.2.3.2. een mechanische gelijkrichter

6.2.3.3. zorgen voor een elektrische verbinding van de rotor

6.2.4. nadeel

6.2.4.1. spanningsverlies over de koolborstels

6.2.5. eigenschappen

6.2.5.1. koolborstels

6.2.5.2. koolborstelveer

6.2.5.3. koolborstel huis

6.2.5.4. commutator lamellen

6.2.5.5. verbindingsdraad

7. energie omzetting

7.1. elektrische naar mechanische

7.2. lorentzkracht

8. Geschiedenis

8.1. 1821

8.1.1. michael faraday

8.1.1.1. eerste elektromotor ontwikkeld