Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Bloed by Mind Map: Bloed

1. wat is bloed: Bloed is een dikke rode vloeistof. In die vloeistof zitten rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes en belangrijke voedingsstoffen, die je lichaam nodig heeft. Die vloeistof noemen we plasma en dat is nodig om het bloed te laten stromen.

2. Wat is de functie van bloed? Bloed is een transportmiddel. In het bloed zitten allerlei werkzame stoffen en cellen die zorgen voor een warme en gelijkmatige toestand van het lichaam. Doordat bloed vloeibaar is komt het - via de bloedvaten - op alle plaatsen van het lichaam terecht. Daar verricht het de volgende taken: Bloed vervoert en levert voedsel, zuurstof en andere essentiele stoffen aan lichaamscellen. Het voert afvalstoffen af, die bij de verbranding van voedingstoffen in de cellen vrijkomen. Bloed helpt het lichaam beschermen tegen ziekten. Bloed verdeelt de warmte over het lichaam en houdt de lichaamstemperatuur constant op 37 graden Celcius.

3. Waarom is bloed rood? Je bloed is rood door de hemoglobine, een ijzerhoudende stof in de rode bloedcellen. Omdat de meeste bloedcellen rood zijn, is je bloed ook rood.

4. Waaruit bestaat mijn bloed? Je bloed bestaat voor ongeveer de helft uit plasma. De andere helft bestaat uit bloedcellen.

5. Bloedcellen Bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg (het binnenste van je botten). Als de cellen rijp zijn, zwermen ze uit naar de bloedbaan waar ze door het plasma vervoerd worden door het lichaam. Eenmaal in de bloedbaan hebben bloedcellen een beperkte levensduur. Rode bloedcellen leven 120 dagen. Witte bloedcellen leven gemiddeld twee dagen en bloedplaatjes leven maar tien dagen. In je lichaam worden voortdurend enorme aantallen oude cellen afgebroken en vervangen door nieuwe. Er zijn drie soorten bloedcellen: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.

6. Rode bloedcellen Rode bloedcellen (erytrocyten) vormen het grootste bestanddeel van de bloedcellen. Zij vervoeren de zuurstof door je lichaam met behulp van hemoglobine; een eiwit dat via ijzer zuurstof aan zich kan binden en daardoor een ideaal transportmiddel voor zuurstof is. Een tekort aan hemoglobine en ijzer noemen we bloedarmoede.

7. Witte bloedcellen Witte bloedcellen (leukocyten) hebben vooral een functie bij de afweer tegen alles wat lichaamsvreemd is. Wanneer je een bloedtransfusie krijgt, kunnen de witte bloedcellen afweerstoffen aanmaken tegen de witte bloedcellen van het donorbloed. In het gunstigste geval merk je daar als patiënt niets van. Maar vaak veroorzaken de afweerstoffen koortsreacties of andere, nog ernstiger bijverschijnselen. Daarom filteren we de witte bloedcellen zoveel mogelijk uit het gedoneerde bloed. Dit filteren doen we bij alle bloedgiften en heet algehele leukocytendepletie (ALD).

8. Bloedplaatjes Bloedplaatjes (trombocyten) zorgen dat bloed stolt. Ontstaat er ergens een beschadiging van een bloedvat, dan hechten de bloedplaatjes zich aan de bloedvatwand en aan elkaar. Zo vormen ze een korstje dat het lek dicht. Bij iemand met een tekort aan bloedplaatjes kunnen flinke bloedingen ontstaan.

9. Plasma Plasma bestaat uit water waarin eiwitten, mineralen, vetten en hormonen zijn opgelost. Het vervoert de bloedcellen door het lichaam en bevat ruim honderd soorten eiwitten die allemaal een verschillende functie hebben. Zo heeft het eiwit albumine een wateraanzuigende functie: het zorgt ervoor dat het water in de bloedvaten blijft en niet weglekt naar de weefsels. Plasma bevat ook stollingsfactoren, dat zijn eiwitten die samen met de bloedplaatjes een belangrijke rol vervullen bij het bloedstollingsproces.

10. Antistoffen Een andere belangrijke groep eiwitten in het plasma zijn de antistoffen. Deze eiwitten beschermen het lichaam tegen infectieziekten door zich te hechten aan binnengedrongen virussen en bacteriën. Op deze manier helpen ze het afweersysteem de binnendringers te herkennen als lichaamsvreemd, waarna ze worden vernietigd.

11. bloedcomponenten: Rodebloedcelconcentraten ( Gedeleucocyteerd erythrocytenconce) Gedeleucocyteerd erythrocytenconcentraat gewassen 2. Trombocyten 1.2.1 Gedeleucocyteerd bloedplaatjesconcentraat 3.Plasmapreparaten (Vers ingevroren menselijk plasma, Gelyofiliseerd (gedroogd na invriezen) plasma, Plasmaderivaten Albumineoplossingen S.O.P.P 4.Menselijke Albumine 20 % Stollingsfactoren Humaan Fibrinogeen 5.Immunoglobulinen

12. Trombocyten 1.2.1 Gedeleucocyteerd bloedplaatjesconcentraat Indicatie : Preventie of behandeling van een bloeding bij een ernstige trombocytopenie of trombocytopathie. Algemene aandachtspunten bij transfusie van trombocytenpreparaten : - voorzichtig behandelen (kwetsbaar) - hoeveelheid plaatjes staat vermeld op etiket - in het labo liggen ze op een schudplaat opdat de bloedplaatjes niet aan elkaar zouden kleven.