Kindcentrum De Feniks

I-OND6

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Kindcentrum De Feniks by Mind Map: Kindcentrum De Feniks

1. Zorg en begeleiding

1.1. Zorgen?

1.1.1. Op het moment dat een leerkracht zorgen signaleert bespreekt hij deze in eerste instantie met de ouders van het kind.

1.1.1.1. Vervolgens wordt de Intern Begeleider en kan zij op zoek gaan naar een goede oplossing voor het kind.

1.1.1.1.1. Intern begeleider

1.2. Doubleren?

1.2.1. Ja, mocht het kind zowel op het sociaal-emotionele en cognitieve achterlopen kunnen we in overleg met de ouders ervoor kiezen om het kind te laten zitten. Dit zullen we nooit zomaar doen en we doen dit alleen als we denken dat dit het beste is voor de leerling en we geen andere weg zien.

1.2.1.1. https://wij-leren.nl/doubleren-doorstromen-zittenblijven-voordelen-nadelen.php

1.3. Doorverwijzing

1.3.1. Voor dat wij een kind zullen doorverwijzen doen wij eerst zoveel mogelijk voor hem/haar door middel van een ambulant.

1.3.1.1. Ambulant begeleider - basisschool

1.3.2. Op het moment dat wij denken dat we alles hebben gegeven wat wij kunnen. Kunnen we ervoor kiezen om een kind door te wijzen naar Speciaal Basisonderwijs. We helpen de ouders en het kind met de zoektocht naar de beste school.

1.3.2.1. Verwijzing naar Speciaal Basisonderwijs (SBO) en Speciaal Onderwijs (SO) - De Compaan De Kolibrie

1.4. We hebben op deze school een vertrouwenspersoon waar kinderen hun hart kunnen luchten.

1.4.1. vertrouwenspersoon, contactpersoon, anti-pestcoördinator

2. Organisatie

2.1. Kindcentrum De Feniks, iedereen die bij ons in het kindcentrum werkt, heeft dezelfde visie op de wijze waarop kinderen leren en zich ontwikkelen. Dit is de basis van ons kindcentrum. Kinderen leren en spelen, binnen en buiten schooltijd, in de Feniks kunnen zij hun talenten ten alle tijden volledig ontwikkelen. - Sterrenpalet .

2.2. Organisatie bestaande uit:  Schoolorganisatie: o Organogram: Directeur, IB’es ect. OR, MR. o Grootte: max. 250 leerlingen o Schooltijden: Ma, Di, Do, Vrij 8.30 – 14.30 . Woe 8.30-12.30 Dit in combinatie met een continurooster, want volgens onderzoek werkt rond deze tijd de concentratieboog van kinderen het best. Wat is het effect van een continurooster in het basisonderwijs op de leerresultaten en schoolwelbevinden van leerlingen? Kleuters vaker studiedagen in verband met te veel uren maken. o Onderbouw: groep 0-2 Middenbouw: groep 3-5 Bovenbouw: groep 6-8 Gekozen voor deze vorming in verband met de relatie die de leeftijdsgroepen zo met elkaar op kunnen bouwen vanuit de basisbehoeften, Maria Montessori

2.2.1. o Heterogene groep, ½, 3/4, 5/6 zo willen we de kinderen die boven het niveau van zijn/haar groep zitten stimuleren om door te gaan en door te blijven vragen. Ook kunnen we op deze manier kinderen die de extra instructie nodig hebben beter 1 op 1 helpen.

2.2.2. o Groepsgrootte: 20-26. Klassen worden altijd met een even aantal personen gevuld, zodat de kinderen ten alle tijden met elkaar kunnen samenwerken. Dit n.a.v. actief leren wat we erg willen stimuleren bij ons op school. Boek Begeleiden actief leren - Linda van den Bergh

2.2.3. o Kinderen betrokken bij regels maken. We willen per klas de kinderen samen met de docent een lijst met klassenregels laten opstellen, zodat we hiermee de betrokkenheid verhogen en de klassenveiligheid. De kinderen worden zo meer verantwoordelijk voor de onderlinge groepsrelatie. Boek Klassenmanagement -M.G. Klamer-Hoogma.

2.2.4. Overige betrokkenen in het schoolbestuur:  Directeur

2.2.5.  Handvaardigheid vakdocent , wij willen de kinderen zoveel mogelijk vanuit het kindcentrum prikkelen om creatief bezig te zijn.

2.2.6.  Gymnastiek vakdocent, kinderen zoveel mogelijk gezond bezig laten zijn. een gezonde leefomgeving stimuleert de hersenen om langer en meer gefocust na te denken. Wij-leren.nl

2.2.7.  Muziek vakdocent, kinderen prikkelen in creatief bezig zijn.

2.2.8.  Gemengd docententeam qua achtergrond en ervaring, Bij ons op school maken wij geen onderscheid tussen kleur/leeftijd/sekse. Dit willen wij dan ook op deze manier meegeven aan onze kinderen. Boek Leren-leren Tessa Erkens

2.2.9.  Onderwijsassistent per bouw, omdat de werkdruk nog steeds ontzettend hoog is, willen wij de leerkrachten helpen d.m.v. een onderwijsassistent. Zo kunnen zij de aandacht over de kinderen verdelen en kan elk kind de aandacht verkrijgen die hij/zij nodig heeft.

2.2.10.  Conciërge met ICT-vaardigheden, hiermee willen we voorkomen dat we ook nog een ICT-specialist moeten aannemen. Ook wij moeten zo nu en dan op onze uitgaves letten.

2.2.11.  2x Intern begeleider, veiligheid staat bij ons hoog in het vaandel. Wij willen kinderen laten weten dat ze altijd bij iemand terecht kunnen met vragen. Ook kan deze persoon de kinderen met eventuele rugzakjes goed begeleiden in het proces dat zij doorlopen, want elk kind moet deze aandacht verkrijgen. Boek Klassenmanagement.

2.2.12.  Stage coördinator (een van de docenten), afdoende leert men. Onze school zal dan ook stagiaires begeleiden, want zij zijn onze toekomst.

2.2.13.  Vertrouwenspersoon (docent), de veiligheid straalt natuurlijk ook uit bij iemand waar je altijd terecht kan. Problemen/vragen de deur zal altijd open staan. Boek Klassenmanagement Veiligheid

2.2.14.  Schoonmaak (buitenaf), Elke dag zal er een schoonmaak dienst een X aantal lokalen en toiletten poetsen, om zo de werkdruk bij docenten te verlagen.

2.2.15.  Overblijfouders, de leraren houden zelf ook pauze, dus schakelen wij ouders in om ook deze drempel voor ouders laag te houden. We willen zo open en goed mogelijk met hen communiceren. Volgens Mondomijn

2.2.16.  Communicatie: zullen wij houden over de Mail en via een nieuwsbrief die 1x in de 4 weken met de leerlingen meegeven zal worden. Zo betrokken wij ouders bij ons onderwijs en sporen wij hen aan om hierin actief te participeren.

2.2.17. o Teamvergadering 1x per 4 weken

2.2.18. o Bouwvergadering 1x per 4 weken

2.2.19. o Studiedagen 1 per 8 weken. Kleuters vaker in verband met te veel uren

3. Leer- en leefklimaat

3.1. Omgansvormen

3.1.1. Aanspreken met de voornaam of juf/meester

3.1.1.1. Om binnen de school een open sfeer te creëren, mogen de leerlingen de leerkracht aanspreken met de voornaam. Op deze manier krijg je niet een groot hiërarchie verschil. Maar zien de leerlingen, de leerkracht meer als een gelijken en zo dit is belangrijk om vanuit de relatie te kunnen werken.

3.1.2. Wederzijds respect staat centraal. werken vanuit de relatie is erg belangrijk op onze school

3.1.2.1. https://www.leraar24.nl/goede-relatie-tussen-leerling-en-leraar/

3.1.3. Eigen klas ontwikkelt eigen omgangsregels, deze regels hangen op een duidelijke plek. Dit is ook om de leerlingen een verantwoordelijkheidsgevoel te geven

3.1.3.1. https://fdroog.wordpress.com/2011/09/04/top-10-manieren-om-leerlingen-verantwoordelijkheid-voor-hun-eigen-leren-te-geven/

3.2. Schoolklimaat

3.2.1. Huiselijke schoolcultuur

3.2.1.1. deur altijd open

3.2.1.1.1. Ik ben welkom – School!Week

3.2.1.2. schoolfruit

3.2.1.2.1. Waarom schoolfruit - Schoolfruit.nl

3.2.1.3. schoolmelk

3.2.1.3.1. Waarom melk drinken op school? - OCO

3.3. Betrokkenheid

3.3.1. ouders moeten een hoog betrokkenheidsgevoel ervaren

3.3.1.1. https://www.nro.nl/kennisrotondevragenopeenrij/relatie-ouderbetrokkenheid-en-leerresultaten/

3.3.2. klassenbord-app ouders

3.3.2.1. Veilige communicatie voor het onderwijs | Klasbord

3.3.3. ouderraad

3.3.3.1. De ouderraad - Ouders & Onderwijs

3.3.4. ouders in de schoolbibliotheek

3.3.4.1. Schoolbibliotheek | Leesmonitor

3.4. Veiligheid en ordelijkheid

3.4.1. duidelijke afspraken die school breed gelden

3.4.1.1. Schoolbrede visie

3.4.2. steward vanuit de bovenbouw (vrijwillig) die buitenlopen tijdens de pauze

3.4.2.1. Primair Onderwijs / Steward Op School / Trainingen | Stewardopschool.nl

3.4.3. in elke bouw moet op ieder moment van de dag minstens 1 BHV'er aanwezig zijn

3.4.3.1. BHV: Waarom, wat heb je er aan en hoeveel BHV'ers heb je nodig? - A.L.P.

3.4.4. conciërge moet BHV hebben

3.4.5. veiligheidsnormen vanuit de wet

3.4.5.1. Kwaliteit basisonderwijs

4. Onderwijsaanbod

4.1. Vroeg vreemdetalenonderwijs VVTO, ook hier willen we het creatieve van het kind blijven prikkelen. Vooral vanwege het feit dat kinderen tegenwoordig al vroeg in aanraking komen met andere culturen.

4.2. 21th century skills centraal in de lessen. Met name vanwege het feit dat je tegenwoordig de ICT tools niet weg kunt denken. ICT in de klas - Blijven Leren

4.3. Geschiedenis, Aardrijkskunde en Natuur & techniek worden apart gegeven. Deze zaakvakken zijn bij ons erg belangrijk. Ze zijn namelijk gekoppeld aan ons VVTO onderwijs. https://www.nuffic.nl/onderwerpen/beginnen-met-internationalisering-in-het-primair-onderwijs/

4.4. Gymles dicht bij de school, 2x 2 uur per week incl. omkleden van vakdocent. Gym bevordert de concentratie naderhand in de klas. kinderen zijn weer gemotiveerd om verder te legen. Met name omdat kinderen tegenwoordig veel te weinig bewegen. https://www.oudersvannu.nl/kind/gezondheid/bewegen-voor-kinderen/

4.5. 2x per week 1 uur handvaardigheid in een handvaardigheid lokaal van vakdocent, voor docent informatie zie organisatie.

4.6. 1 uur in de week muziek van vakdocent, voor docent informatie zie organisatie.

4.7. ’s ochtends rekenen, spelling, taal, begr. Lezen ect. ’s Middags zaakvakken.

5. Onderwijsleerproces

5.1. 

5.1.1. Het onderwijs leerproces wordt bijgehouden in parnasys

5.1.1.1. ParnasSys voor basisonderwijs | ParnasSys

5.2. We maken Citotoetsen, methodetoetsen doen we ook, maar als de mogelijkheid zich voordoet maken we ook gebruik van formatieve toetsen.

5.2.1. https://www.hpdetijd.nl/2014-01-06/cito-toets-afschaffen-of-niet-de-argumenten-op-een-rij/

5.2.2. Kijk vooruit! Het ‘wat’ en het ‘waarom’ van formatief toetsen - Onderwijs Maak Je Samen

5.3. We gebruiken in het algemeen het ADI en AIM instructiemodel

5.3.1. Effectieve instructie met het Directe instructiemodel

5.3.2. Actief leren in een betekenisvolle context. Het authentieke instructiemodel in de praktijk.

5.4. We wisselen het zelfstandig werken zoveel mogelijk af met samenwerken. Om ze zo te leren zelfstandig te zijn en het leren van samenwerken (21th century skill)

5.4.1. 21st Century Skills: een korte samenvatting - Tumult

5.5. Het proces is belangrijker dan de taak. De kinderen reflecteren veel op hun eigen leerproces, daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van peer-feedback.

5.5.1. https://www.bunders.nl/media/59189/Basisdocument-Procesgericht-werken-op-De-Bunders-nov2017.pdf

5.5.2. Peerfeedback: hoe effectief is het? - Vernieuwenderwijs

6. Pedagogisch klimaat

6.1. Wat verstaan wij hieronder?

6.1.1. Veiligheid

6.1.1.1. Binnen het team is een vertrouwenspersoon die toegankelijk is voor alle leerlingen.

6.1.1.1.1. vertrouwenspersoon, contactpersoon, anti-pestcoördinator

6.1.2. Acceptatie

6.1.2.1. Rots en water!? SOVA training?

6.1.2.2. Op het moment dat het nodig is kunnen we een anti-pest programma inzetten. Het is aan de klassendocent in overleg met de IB'er om te bepalen wanneer dit nodig is

6.1.2.2.1. Voor scholen

6.1.3. Uitdagend

6.1.3.1. Plusgroep voor de kinderen die in het algemeen hoog scoren om deze extra uitdaging te bieden.

6.1.3.1.1. Wat is een plusklas?

6.1.4. Stimulerend

6.1.4.1. Extra ondersteuning voor kinderen die laag scoren in een bepaald vak. Dit wordt in het algemeen gedaan door een onderwijsassistent.

6.1.5. Basisbehoefte

6.1.5.1. Autonomie ondersteunend door het gebruik maken van de stewards.

6.1.5.1.1. Primair Onderwijs / Steward Op School / Trainingen | Stewardopschool.nl

6.1.5.2. Autonomie/competentie door elke vrijdag de kinderen vanaf groep 4 zelf te laten kiezen wat ze gaan doen, De kinderen kunnen hier zelf een project opzetten, maar kunnen ook meer houvast krijgen door een maandtaak. Hierdoor werken we aan het eigenaarschap en de zelfstandigheid van een kind.

6.1.5.2.1. Dit is een mix tussen het gedachtegoed van Montesorri-onderwijs en Dalton-onderwijs.

6.1.5.3. Relatie door veel gebruik te maken van actief leren

6.1.5.3.1. van den Bergh, L., & Ros, A. (2015). Begeleiden van actief leren. Coutinho.

6.1.5.4. Competentie doordat de kinderen die een bepaald onderdeel lastig vinden een verlengde instructie krijgen

6.1.5.4.1. Verlengde instructie - Directe Instructie

6.1.5.5. Autonomie: De kinderen maken hun eigen regels in overleg met de docent. Dit zorgt voor eigenaarschap en creëert autonomie bij de kinderen

6.1.5.5.1. Welkom - BBS De Vuurvogel

6.1.5.5.2. Een goede start van het schooljaar maak je samen - Onderwijs Maak Je Samen

6.1.6. Sensitief

6.1.6.1. Alle vragen die gesteld worden even serieus aanpakken om op deze manier te bewijzen dat je je betrokken voelt. Dit zorgt ook voor de basisbehoefte relatie

6.1.6.1.1. Sensitieve responsiviteit « Samenspel op de BSO

6.1.7. Responsief

6.1.7.1. Adequaat reageren op de gegeven signalen van een kind

6.1.7.1.1. Sensitieve responsiviteit « Samenspel op de BSO

6.2. Hoe is dit zichtbaar en voelbaar?

6.2.1. Het is zichtbaar door bijvoorbeeld de stewards die te zien zijn op het schoolplein

6.2.1.1. https://www.stewardopschool.nl/trainingen/steward-op-school/primair-onderwijs

6.3. Hoe gaat men om met straffen en belonen?

6.3.1. We hanteren het principe van dichtbij corrigeren, veraf belonen.

6.3.1.1. http://www.smartonderwijs.nl/uploads/9/4/6/7/9467353/de_kracht_van_direct_positief_belonen.pdf

6.3.1.2. https://onderwijs.cnvconnectief.nl/fileadmin/user_upload/PDF/Gezag_Sjnr8.10-14.pdf

6.3.2. We leven consequent de regels na met de kinderen. Deze regels hebben ze aan het begin van het jaar samen opgesteld. De straffen die de kinderen hierbij kunnen krijgen geld het zelfde voor.

6.3.2.1. Dit principe hebben we van de Vuurvogel Welkom - BBS De Vuurvogel

6.4. Wat is de mening van alle betrokken?

6.4.1. Aan het begin, na de jaarwisseling en aan het eind van het schooljaar wordt er een schoolbrede enquête afgelegd. Om zo de mening van de docenten en ouders te peilen.

6.4.1.1. Enquêtes - Scholen met Succes