6_Kinderrechten_kritische_reflecties

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
6_Kinderrechten_kritische_reflecties by Mind Map: 6_Kinderrechten_kritische_reflecties

1. rechtsbescherming

1.1. Kinderen

1.1.1. 1. hebben rechten (cf. rechtsbekwaamheid)

1.1.2. 2. moeten geïnformeerd worden

1.1.3. 3. moeten hun rechten kunnen uitoefenen

1.1.3.1. (cf. handelingsbekwaamheid)

1.1.4. 4. moeten hun rechten kunnen afdwingen

1.1.5. 5. Belangen moeten worden behartigd

1.1.5.1. door henzelf of door anderen

1.2. Belangen van kinderen

1.2.1. versus belangen van ouders en andere opvoeders

1.3. Afwegen van (tegengestelde) individuele belangen

1.3.1. verhoogt het conflictgehalte van sociale relaties

1.4. Rechten als eindpunt van dialoog

1.4.1. ipv startpunt van dialoog

1.5. ‘rights talk’

1.5.1. = het zoeken naar oplossingen voor sociale problemen in juridische termen

1.5.2. Reducerende kijk op vaak complexe sociale problemen

1.5.3. Individualisering van sociale relaties

1.5.4. Recht als correctie op ongelijke machtsrelaties?

1.6. Lauwe-casus

1.6.1. Lawaaioverlast veroorzaakt door spelende kinderen

1.6.2. Discussie in individuele en tegengestelde rechtsaanspraken

1.6.2.1. recht van kinderen op spel

1.6.2.2. recht van bewoners op privacy/rust

1.6.3. Beoordeling door ‘externe derde’

1.6.3.1. winnaars en verliezers

1.6.4. Recht op spel en recht op privacy zijn collectieve rechten

1.6.4.1. slechts te realiseren in het samenleven, in de collectiviteit

2. Ouder-kind relatie

2.1. Shift ouder-kind relatie

2.2. “parens patriae”

2.2.1. erkenning handelingsbekwaamheid

2.3. IVRK

2.3.1. “de zich ontwikkelende vermogens van het kind”

2.3.2. “evolving capacities of the child”

2.4. ‘bevelshuishouding’

2.4.1. ‘onderhandelingshuishouding’

2.5. Ouderlijke rechten

2.5.1. “functionele” rechten

2.5.2. compromis

2.5.2.1. rechten kinderen

2.5.2.2. rechten ouders

2.6. Toepassing: kinderarmoede

2.6.1. beleidsaandacht kinderarmoede

2.6.1.1. Stijging kinderarmoede

2.6.1.2. ‘deserving poor’

2.6.1.3. ‘undeserving poor’

2.6.1.4. negatieve gevolgen opgroeien in armoede

2.6.1.4.1. sociale investeringsstaat

2.6.1.4.2. preventie generatiearmoede

2.6.1.5. kinderrechten antwoord kinderarmoede

2.6.1.6. relatie

2.6.1.6.1. kinderarmoede

2.6.1.6.2. armoede van ouders?

2.6.1.6.3. kinderrechten

2.6.1.6.4. mensenrechten?

2.6.2. sociaal probleem --> opvoedingsprobleem

2.6.2.1. hulpbronnen kinderen

2.6.2.2. ‘opsluiting’ bestrijding kinderarmoede

2.6.2.2.1. geïnstitutionaliseerde jeugdland

2.6.2.3. Gevaar culpabilisering/ moralisering ouders

2.6.2.3.1. ingrijpen ouderlijke verantwoordelijkheid

2.6.2.3.2. ‘in het belang van het kind’

2.6.2.3.3. ouder

2.6.2.3.4. ‘arme ouder’

2.6.2.3.5. ‘slechte ouder’

2.6.3. kinderrechten --> ouderlijke plichten

2.6.3.1. hefboom heropvoeden/activeren ouders

2.6.3.2. activerende verzorgingsstaat

2.6.3.2.1. gezin hoeksteen opvoeding kinderen

2.6.3.2.2. overheid ondersteunende/subsidiaire rol

2.6.3.2.3. ‘Geen rechten zonder plichten’

2.6.3.2.4. focus

2.6.3.3. Bvb: spijbelen

2.6.3.3.1. intrekken kinderbijslag

2.6.3.4. Bvb: jeugdbescherming

2.6.3.4.1. intrekken kinderbijslag

2.6.4. Kritische reflecties

2.6.4.1. focus persoon kind

2.6.4.1.1. niet opvoedingscontext

2.6.4.2. ‘scheiding’ maatregelen

2.6.4.2.1. t.a.v. ouders

2.6.4.2.2. t.a.v. kinderen

2.6.4.3. gezinnen in armoede

2.6.4.3.1. loskoppeling

2.6.4.3.2. Ouders aangewezen armoedebeleid

2.6.4.4. Hoe situatie kind loskoppelen van gezinssituatie?

2.6.4.5. structurele benadering kinderarmoede

2.6.4.5.1. relationele benadering

2.6.4.5.2. contextuele benadering

2.6.4.5.3. verbinden maatschappelijke

2.6.4.5.4. verbinding

3. leefwereldbenadering kinderrechten

3.1. top-down benadering slaagt er onvoldoende in onderliggende concepten en normen kleuren te bevragen

3.1.1. ‘politieke’ dimensie

3.1.1.1. maatschappelijke positie van kinderen in onze samenleving?

3.1.2. afgeknipt van mensenrechten

3.1.2.1. participatie kinderen in ongelijke verdeling van maatschappelijke goederen?

3.2. ‘Leefwereldbenadering’

3.2.1. “issues, crises and experiences within service users’ lifeworld situations as reference points”

3.2.1.1. Grunwald & Thiersch, 2009

3.2.2. “ordinary people constructing and reconstructing ideas of human rights in their day-to-day lives”

3.2.2.1. Ife, 2004

3.2.3. kinderrechten van onder uit

3.2.3.1. “from below”

3.2.4. gekenmerkt door onzekerheid/onvoorspelbaarheid

3.3. uitkomst realisatie kinderrechten kan zeer divers zijn

3.3.1. ≠ ‘anything goes’

3.3.2. (tijdelijke) consensus principes onderliggend kinderrechten

3.3.2.1. cf. IVRK

3.3.3. interpretaties principes kern dialoog

3.3.4. ‘mestiza conception’ kinderrechten

3.3.4.1. Mouffe, 2005

3.3.4.2. verschillende opvatting over menselijke waardigheid

3.4. realisatie kinderrechten verbonden met processen ruimere maatschappelijke context

3.5. realisatie kinderrechten leerproces

3.5.1. voor

3.5.1.1. Kinderen

3.5.1.2. ouders

3.5.1.3. sociaal werkers

3.5.1.4. gezinswetenschappers etc.

3.5.2. ondersteunt in het leren kennen van

3.5.2.1. sociale regels/machtsrelaties samenleving

3.5.3. ondersteunt in het positioneren ten aanzien van deze

3.5.4. ondersteunt in het veranderen van deze

4. Kinderrechten in discussie

4.1. Kinderrechten kunnen op verschillende manieren worden

4.1.1. begrepen, gelezen, geïnterpreteerd, geconstrueerd, etc.

4.1.2. kinderrechten als sociale constructie…

4.1.3. … met verschillende uitkomsten voor kinderen als gevolg

4.2. Kinderrechten zijn niet de facto positief voor kinderen

4.3. Belang van ‘kritiek’ (cf. ‘critique’ ≠ ‘criticism’)

4.3.1. Debat ontbreekt aan interne kritiek

4.3.2. staat te weinig open voor externe kritiek

5. het autonome kindbeeld

5.1. Beide kindbeelden vervat in IVRK (1989)

5.2. 3 P’s: provisie, protectie, participatie

5.3. Merites

5.3.1. Een groep in beeld gebracht

5.3.2. Erkenning van de handelingsbekwaamheid van kinderen

5.3.3. Rekening gehouden met belangen van kinderen

5.3.4. Opheffen van leeftijd als discriminatiegrond

5.3.5. Discussie over maatschappelijke positie van kinderen

5.4. Autonome kindbeeld = mythe

5.4.1. Uitgangspunt = rationele mensbeeld

5.4.1.1. mensen, ook kinderen, maken rationele overwegingen

5.4.1.1.1. baseren hun keuzes, handelen, gedrag op deze rationele afwegingen

5.4.1.2. >< mensen, ook kinderen, handelen vaak irrationeel

5.4.1.2.1. Feitelijk handelen van mensen, ook kinderen, wordt aangestuurd door diversiteit aan motieven

5.4.1.3. “We zijn allemaal kinderen” (Mortier, 2002)

5.4.1.4. Vb: stemrecht (voor +16-jarigen)

5.4.2. Autonome kindbeeld veralgemeend voor alle minderjarigen

5.4.2.1. >< grote diversiteit

5.4.2.1.1. andere breuklijnen die mogelijks van groter belang zijn

5.4.2.1.2. Sociaal-economisch

5.4.2.1.3. Culturele achtergrond

5.4.2.1.4. Gender

5.4.2.2. >< grote diversiteit aan opvoedingscontexten waarin norm moet worden gerealiseerd

5.4.3. Autonome kindbeeld als nieuwe norm

5.4.3.1. ‘meetlat’

5.4.3.2. gelijkheidsparadox

5.4.3.2.1. toepassen van gelijke norm in ongelijke omstandigheden

5.4.3.2.2. creëert meer ongelijkheid

5.4.3.2.3. Vb: onderhandelingshuishouding

5.5. Autonomie en individuele verantwoordelijkheid

5.5.1. Verschuiving van verantwoordelijkheid

5.5.1.1. van gemeenschap (overheid)

5.5.1.2. naar kinderen en jongeren zelf

5.5.2. Van kinderen wordt verwacht dat ze eigen

5.5.2.1. noden, verwachtingen, behoeften, belangen,… kennen

5.5.2.2. hier op adequate manier op inspelen

5.5.2.3. afstemmen op de verwachtingen van de samenleving

5.5.3. Welke zijn de verwachtingen van de samenleving?

5.5.3.1. ‘goed burgerschap’ (cf. GAS-discussie)

5.5.4. Van individuele aansprakelijkheid naar individuele responsabilisering

5.5.4.1. kinderen zijn niet enkel individueel verantwoordelijk

5.5.4.2. ze kunnen ook op deze individuele verantwoordelijkheid worden aangesproken

5.5.4.3. desnoods worden gestraft

5.5.5. 4P’s: protectie, provisie, participatie

5.5.5.1. + punishment ?