NL Grammatika.

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
NL Grammatika. by Mind Map: NL Grammatika.

1. 1.Ontspoorde zinnen

1.1. Lange zinnen grammaticaal niet goed op elkaar aangesloten, kan ook bij korte zinnen, als je niet bij elkaar zet wat bij elkaar hoort, ook wel anakoloeten genoemd.

1.1.1. Vb: Doordat we om even uur thuis moesten zijn wilden we nog vlug even in de nieuwste attractie waar we nog niet in waren geweest omdat we waren de tijd helemaal vergeten en nu is het te laat.

2. 2.Tanconstrutctes

2.1. Veel informatie tussen woorden die bij elkaar horen.

2.1.1. Vb: Op de door het inmiddels jarig geweeste kamerlid van de VVD gestelde vragen gaf de minister-president een helder antwoord.

3. 3. Foutieve samentrekkingen

3.1. weggelaten herhalingen die niet aan de regels voldoen, die regels zijn:

3.1.1. Weggelaten gedeelte moet zelfde vorm hebben.

3.1.1.1. Vb: Ik heb een nieuwe dynamo en achterlicht gekocht (het is nieuw achterlicht ipv nieuwe)

3.1.2. Weggelaten gedeelte moet zelfde betekenis hebben

3.1.2.1. Vb: Hij maakte een vergissing en vervolgens dat hij weg kwam (maakte heeft een andere betekenis bij vergissing dan bij vervolgens)

3.1.3. Weggelaten zin moet zelfde grammaticale functie hebben (lijdend voorwerp onderwerp enz.)

3.1.3.1. Die fiets heb ik tweedehands gekocht en bevalt mij goed (eerste fiets is lijdend voorwerp 2de fiets zou onderwerp zijn geweest)

4. 4.Foutieve inversie

4.1. Inversie is het aanpassen van de zinsvolgorde om de zin spannender te maken, maar het kan ook fout gaan.

4.1.1. Vb: Morgen ga ik naar de sportschool en wil ik vanavond het So leren. (inversie was niet nodig)

4.1.2. Vb: Omdat ik morgen een afspraak heb en overmorgen een proefwerk Duits, ik moet vanavond leren (laatste zin had inversie op moeten treden)

5. 5. Foutieve beknopte bijzin.

5.1. Foutieve beknopte bijzin, verwarring door ontbreken onderwerp in 2de zin.

5.1.1. Vb: Vrolijk zingend werden de aardappels geschild.

6. 6. Lijdende vorm

6.1. Lijdende vorm herken je aan gebruik van hulpwerkwoorden worden of zijn.

6.1.1. Vb: Aangeraden wordt om tijdig met de spreekbeurt te beginnen.

7. 7. Naamwoordstijl

7.1. Gebruik van (te)veel zelfstandige naamwoorden

7.1.1. Vb: Het dragen van petten en hoofddeksels tijdens examens alsmede de medeneming van mobiele telefoons word in verband met controle op fraude door de surveillance als bezwaarlijk gezien.

8. 8. Foutieve opsommingen.

8.1. Bij opsommingen ontsporen zinnen soms doordat een deel ervan niet goed aansluit aan het stamgedeelte.

8.1.1. Vb: Je moet opletten dat: - je schoon werkt -dat je geen geen vloeistoffen morst -flessen na gebruik weer sluit.

9. 9 Onvolledige zinnen

9.1. Als een deel van de zin verkeerd weggelaten is, fouten zijn:

9.1.1. Zinnen met voegwoorden kunnen nooit zelfstandig worden maar moeten atijd met een komma worden verbonden.

9.1.1.1. Vb: Ik eet geen vlees.Omdat ik de bio-industrie verafschuw. Losse bijzinnen.

9.1.2. Zij klagen dat ze weinig tijd hadden voor de toets (hier mist erover na klagen) Hiaten

9.1.3. Snelle mededelingen

9.1.3.1. Vb: Ben tegen kernenergie. Altijd al geweest. Slecht voor de dieren. Gevaarlijk bovendien. Telegramstijl.

10. Dubbele ontkenning

10.1. Vb: Ik heb nooit geen zin in huiswerk maken.