De Gouden Eeuw van Nederland

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
De Gouden Eeuw van Nederland by Mind Map: De Gouden Eeuw van Nederland

1. Bestuur republiek

1.1. • Geen centrale regering, besluiten pas na langdurig overleg

1.2. • Bestuur was in handen van regenten

1.3. • Bestuur in de steden door een vroedschap

1.4. • De Stadhouder was de hoogste functionaris in een Gewest

2. staten-generaal (Vergadering van alle Stadhouders van alle Gewesten)

2.1. • Raadspensionaris of landsadvocaat was hierin het belangrijkst

2.2. • Besluiten over buitenlandse politiek, in- en uitvoerrechten, leger en vloot

2.3. • Ze hadden maar 1 stem per provincie

3. provinciale staten (vergadering van vertegenwoordigers van steden)

3.1. • De stadhouder was het belangrijkst daarbij

3.2. • Besluiten over binnenlandse zaken in de Gewesten,toezicht houden op de rechtspraak, benoemen van leden van de vroedschap was de taat van deze vergadering

4. Steden (Vergadering van een vroedschap)

4.1. • De burgemeester is de belangrijkste man

4.2. • Besluiten over bestuur van een stad

4.3. • 24-36 leden

5. stadshouder

5.1. was de machtigste man in de Republiek. Hij was opperbevelhebber van het leger en vloot, hield toezicht in zijn gewesten op de rechtspraak en mocht gratie (straf kwijtschelden) verlenen

6. 1588

6.1. gewesten van de Unie van Utrecht verder als republiek

7. economische bloei

7.1. • Na de val van Antwerpen (1585) groeide de handel met Zuid-Europa

7.2. • Amsterdam was de belangrijkste stapelmarkt van Europa

7.3. • Protestanten vluchten uit Antwerpen naar Amsterdam en namen kennis, geld en contacten mee

7.4. • Staten Generaal hielp bij de handel door de in en uitvoer prijzen laag te houden en ze lieten de handelsbelangen zwaar wegen

7.5. • De rijke burgerij liet veel geld rollen wat zorge voor een culture bloei

8. schilders

8.1. Rembrand van Rijn, Frans Hals en Jan Steen

9. schrijvers

9.1. P.C. Hooft, Joost van den Vondel en Bredero

10. godsdienst

10.1. Calvinisme was de officiële godsdienst en alleen leden van de Gereformeerde Kerk konden openbare functies krijgen. Andere godsdiensten werden alleen toegestaan als het maar niet te opvallend gebeurde