De Gouden Eeuw van Nederland

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
De Gouden Eeuw van Nederland by Mind Map: De Gouden Eeuw van Nederland

1. Door de Nederlandse opstand hadden de gewesten en steden hun zelfstandigheid gered.

2. De Republiek trad op als eenheid, maar zodra het over binnenlandse aangelegenheden ging, waren de gewesten zeven aparte staatjes

3. Het bestuur was in handen van de regenten.

3.1. Regenten zijn hoge bestuurders in Nederlandse steden, gewesten en op het platteland, die de bovenlaag van de maatschappij vormden.

3.2. Nergens anders in Europa had de stedelijke burgerij zoveel macht.

4. De stadhouder was de hoogste functionaris in de gewesten.

4.1. De stadhouder van de vijf gewesten (Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel) was de machtigste man van de Republiek.

4.2. Hij was opperbevelhebber van leger en vloot, hield in zijn gewesten toezicht op de rechtsspraak en kon gratie verlenen.

4.3. Bovendien had hij als erfgenaam van Willem van Oranje en lid van de hoge adel veel prestige (positief oordeel over de kwaliteiten van iets of iemand).

5. De gewesten werkten samen in de Staten-Generaal.

5.1. Daarin beslisten ze over de buitenlandse politiek, over in- en uitvoerrechten en over leger en vloot.

5.2. Ook bestuurden de Staten-Generaal de 'generaliteitslanden', de delen van Brabant en Limburg die op de Spanjaarden waren veroverd.

5.3. Iedere provincie had één stem per provincie.

5.4. Binnen de Staten-Generaal was de landsadvocaat en raadspensionaris de belangrijkste man.

6. De Republiek dankte haar welvaart aan: de handel.

6.1. Amsterdam was de belangrijkste stapelmarkt van Europa.

6.1.1. Amsterdam groeide uit tot financieel centrum.

6.2. Na de val van Antwerpen in 1585 groeide ook de handel met Zuid-Europa, waarin Antwerpen groot was geweest.

6.3. Veel protestanten onder wie rijke kooplieden en kundige ambachtslieden, vluchtten naar Amsterdam, Leiden en Noord-Nederlandse steden.

6.3.1. Ze brachten geld, kennis en contacten mee

6.4. Uit de hele wereld werden goederen naar Amsterdam vervoerd.

7. Behalve de economie, bloeide ook de cultuur.

7.1. De Nederlanders stonden al bekend om hun zuinigheid, maar de geweldige culturele bloei was toch niet mogelijk geweest als de burgerij haar geld niet had laten rollen.

7.2. Regenten, kooplieden en andere burgers waren de belangrijkste klanten van de Hollandse meesters als Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer en Jan Steen.

8. Nergens was zo veel gewetensvrijheid als in de Republiek.

9. Op literair gebied was de 17e eeuw een belangrijke periode dankzij het werk van P.C. Hooft, Joost van den Vondel en Bredero.

10. Ook in de wetenschap telde Nederland mee.

10.1. Hugo de Groot was de grondlegger van het volkenrecht.

10.2. Christiaan Huygens was een internationale beroemdheid als wiskundige, astronoom en fysicus.

10.3. De waterbouwkundige Jan Adriaensz.

11. Veel buitenlandse geleerden zochten hun toevlucht in Nederland.

11.1. Meer dan de helft van de studenten aan de Universiteit van Leiden kwam uit het buitenland. Dat had te maken met de vrijheid in de Republiek.

12. Godsdienst

12.1. Het calvinisme was wel de officiële godsdienst, en alleen leden van de calvinistische Gereformeerde Kerk konden openbare functies krijgen.

12.2. De rechtzinnige dominees hadden toch niet al te veel invloed.

12.3. Andere godsdiensten werden oogluikend toegestaan.

12.3.1. Zelfs de katholieken konden hun godsdienst uitoefenen. Als het maar niet al te zichtbaar gebeurde.

13. Definitie van alle dikgedrukte begrippen in de paragraaf.

13.1. Regeten: Hoge bestuurders in Nederlandse steden, gewesten en op het platteland, die de bovenlaag van de maatschappij vormden.

13.2. Stapelmarkt: Plaats waar goederen in pakhuizen worden opgeslagen en vandaar verder worden verhandeld. In de 17e eeuw was Amsterdam de grootste stapelmarkt van de Republiek.

13.3. Gouden eeuw: Een gouden eeuw is een economische en culturele bloeiperiode, zoals Spanje beleefde in de 16e eeuw. De Gouden Eeuw van Nederland was in de 17e eeuw.

14. Kenmerkend aspect over deze paragraaf.

14.1. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economische en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.