Het Absolutisme

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Het Absolutisme by Mind Map: Het Absolutisme

1. Kenmerkende aspect

1.1. Het streven van vorsten naar absolute macht.

2. Constitutionele monarchie

2.1. Koninkrijk waarbij de macht van de koning gebonden is aan een grondwet (constitutie). Engeland werd in 1689 feitelijk een constitutionele monarchie. Het kreeg weliswaar geen echte grondwet, maar de koning moest zich wel houden aan de opgeschreven afspraken en zijn macht werd ingeperkt door het parlement. Nederland is sinds 1815 een constitutionele monarchie, hoewel de koning pas sinds 1848 ondergeschikt is aan het parlement.

3. Absolutisme

3.1. Regeringssysteem waarbij de macht van de koning niet wordt beperkt door een grondwet of door rechten van andere organen. Het grote voorbeeld van een absolute vorst was de Franse koning Lodewijk XIV, die zich beriep op zijn door God gegeven recht om te heersen (droit divin). Onder hem groeide de macht van de staat aanzienlijk, maar in de praktijk bleef die toch nog tamelijk beperkt, omdat adel en steden tal van privileges hielden.

4. Mercantilisme

4.1. Economisch systeem in de 17e en 18e eeuw waarbij de overheid de nationale economie versterkte door bevordering van productie en export, het afremmen van import en ander ingrijpen in de economie. Het mercantilisme wordt wel de economische kant van het absolutisme genoemd.

5. Lodewijk XIV

5.1. Hij erfde in 1643 als vierjarige de troon.

5.1.1. 'L'état c'est moi.' , de staat dat ben ik.

5.2. Hij bleef koning tot zijn dood in 1715 en werd daarmee de langst regerende vorst uit de Europese geschiedenis.

5.3. Onder Lodewijk bereikte het absolutisme een hoogtepunt.

5.4. In 1661 nam hij zelf de regering op zich.

5.4.1. Hij beperkte de macht van de adel en de steden. Hij alleen besliste, zonder wei dan ook om toestemming te vragen; de Staten-Generaal riep hij niet meer bijeen.

6. Droit divin

6.1. Bossuet borduurde voort op deze ideeën en op de al oude leer van het droit divin. Droit divin betekend goddelijk recht.

7. Centralisatiepolitiek

7.1. Toen Lodewijk XIV negen was, brak een opstand van edelen uit. Ze keerden zich tegen de centralisatiepolitiek. Ook in Parijs werd gevochten, Lodewijk moest de stad uitvluchten. Dat bezorgde hem een diep wantrouwen tegen de adel.

8. Het leger

8.1. Lodewijk hervormde ook het leger. Hij wilde niet meer afhankelijk zijn van edelen die eigen troepen op de been brachten en vrijwel onafhankelijk opereerden.