Aanvankelijk technisch lezen Instructie

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Aanvankelijk technisch lezen Instructie by Mind Map: Aanvankelijk technisch lezen  Instructie

1. Uitgangspunten voor instructie bij het aanvankelijk lezen Er zijn 8 uitgangspunten waar rekening mee moet worden gehouden.

1.1. 1. Werk doelgericht Bij het aanvankelijk lezen is het normaal dat er veel wordt herhaald. De kinderen herhalen regelmatig alle letters die ze heben geleerd. Let op dat je instructie alleen gericht is op de nieuwe aan te leren stof en niet op de herhalingen.

1.2. 2. Besteed aandacht aan moeilijkheden in de leertaak Het is goed in te spelen op de verwachte moeilijkheden. Veel voorkomende moeilijkheden zijn: * verwisseling van letters die op elkaar lijken. * verwisseling van klanken die op elkaar lijken * onthouden van de klank- letter koppeling * onthouden van de juiste volgorde van letters en klanken in een woord.

1.3. 3. structureer de leerinhouden voor de kinderen Kinderen kunnen leerinhouden beter eigen maken als deze goed gestructureerd wordt. De belangrijkste leerinhoud hierbij is de klank letter koppeling. Hierbij kan je de delen van de woorden kleuren, wat vaak wordt gedaan. Dit is een impliciete structurering.

1.4. 4. Combineer het lezen en schrijven van woorden Door kinderen woorden te laten schrijven of stempelen zijn ze extra bezig met het auditief analyseren. Bovendien is het schrijven van woorden voor kinderen een concretere activiteit dan het lezen.

1.5. 5. geef stapsgewijze instructie Een bekende indeling voor het gefaseerd aanbieden van de leerstof is: isoleren, discrimineren en wendbaar maken. * isoleren: er wordt maar één leerinhoud per keer aangeboden. * discrimineren: De kinderen moeten de leerinhoud kunnen onderscheiden van andere leerinhouden. * wendbaar maken: de kinderen moeten de leerinhoud ook in andere situaties kunnen gebruiken.

1.6. 6. geef interactieve instructie Leerlingen moeten in de instructie zoveel mogelijk interactief zijn. Je kan veel vanuit de leerlingen laten komen en ze erbij betrekken. Laat ze dingen verwoorden of oplezen.

1.7. 7. pas het lezen toe in functionele situaties Door het lezen toe te passen in functionele situaties maak je het aantrekkelijk voor de kinderen. De kinderen kunnen nog niet lezen maar er zijn verschillende functionele toepassingen in de beginfase: * bekende letters zoeken in tijdschriften. * basiswoorden zoeken in boekjes * korte teksten schrijven in een schoolkrant * schrijven van de eigen naam

1.8. 8. controleer steeds de resultaten van de leerlingen Let op bij het klassikaal werken dat je de leerlingen ook individueel in de gaten houdt. Veel kinderen doen de andere na waardoor je het niet in de gaten hebt. Zorg daarom voor afwisseling van klassikale, individuele en groepsactiviteiten, zodat je gelegenheid hebt om prestaties en resultaten van de leerlingen te controleren.

2. Uitgangspunten voor instructie bij het technisch lezen Er zijn drie uitgangspunten voor de instructie: 1. laat teksten goed voorbereiden 2. zorg voor functionele oefensituaties 3. geef instructie voor, tijdens en na het lezen van een oefentekst.

2.1. 1. laat teksten goed voorbereiden Kinderen hebben het decoderen van een tekst nog niet geautomatiseerd. Daarom is het zinvol om kinderen een tekst eerst zelf te laten lezen. Dat geeft ze gelegenheid om: * te oefenen met het decoderen van de tekst * zich de inhoud eigen te maken * na te gaan met wat voor intonatie en sterkte bepaalde gedeelten moeten worden uitgesproken

2.2. 2. zorg voor functionele oefensituaties Wat ligt er meer voor de hand dan ook het expressief lezen te oefenen in een functionele situatie? Er zijn genoeg mogelijkheden in het basisonderwijs. * Een leeskring waarin iemand voorleest uit zijn lievelingsboek * Kinderen kunnen teksten voorlezen aan elkaar * Laat 1 kind voorlezen en andere kinderen luisteren

2.3. 3. geef instructie voor, tijdens en na het lezen van een oefentekst. Je kunt vooraf al instructies geven door moeilijke woorden te bespreken voor het lezen. Tijdens het lezen kun je woorden die foutief worden gelezen verbeteren. Na het lezen kun je aanwijzingen geven voor het beter lezen van de tekst of een gedeelte van de tekst correct voorlezen.

3. Instructiemodellen Voor het aanvankelijk lezen is het heel gebruikelijk om een les volgens een vast stramien te laten verlopen. Voor het technisch lezen kun je heel goed gebruik maken van het directe instructiemodel. Er is een aangepaste variant hierop met enkele stappen. 1. stap 1 voorbereiding 2. stap 2 uitvoering 3. stap 3 controle 4. stap 4 evaluatie

3.1. stap 1. voorbereiding * stel vast welke voordrachtsaspecten je wilt oefenen * bepaal de beginsituatie * zijn er mogelijkheden voor functionele toepassingen? * bepaal welke instructie teksten je gaat gebruiken * bepaal welke oefenteksten je gaat gebruiken * stel vast welk instructieprincipe je wilt gebruiken

3.2. stap 2. uitvoering inleiding * motiveer de kinderen voor het onderwerp * activeer de voorkennis instructie * geef aan welk voordrachtsaspect geoefend wordt * sluit aan bij de vorige lessen * leg de te oefenen vaardigheid uit * vat samen wat de kinderen hebben geleerd. oefening/verweking * laat de te oefenen teksten stillezen * bespreek zo nodig de belangrijkste kenmerken * zorg dat de moeilijke woorden duidelijk zijn * laat in tweetallen lezen toepassen in functionele situaties * zorg voor een functionele situatie

3.3. stap 3. controle * laat de kinderen nieuwe teksten voorlezen * ga na of de geoefende vaardigheid goed wordt toegepast

3.4. stap 4. evaluatie * geef feedback op basis van het lesdoel * geef suggesties voor verbetering.

4. Instructieprincipes bij het aanvankelijk lezen Bij het aanvankelijk lezen gaat het erom dat de kinderen de klank letterkoppeling kennen, de verschillende deelvaardigheden van het lezen beheersen en in staat zijn om klankzuivere woorden te decoderen. Hier zijn verschillende instructiemogelijkheden voor.

4.1. 1. werken met basiswoorden Letters zijn het beste aan te leren met basiswoorden. Dat zijn eenlettergrepige klankzuivere woorden met een km of mkm structuur. Dus woorden als aap, mier en kaas. Voor de lange klanken ben je aangewezen op woorden als aap, oog etc. De korte klanken kun je doen met de mkm woorden.

4.2. 2. Analyseren en synthetiseren Het is belangrijk dat de kinderen leren hoe woorden zijn opgebouwd. Basiswoorden moeten dus geanalyseerd worden in klanken en letters. Aan de andere kant zullen kinderen ook moeten begrijpen dat losse klanken en letters samen een woord vormen en zal er ook aandacht moeten worden besteed aan de synthese. Bij de kinderen worden vaak de termen 'hakken en plakken' en 'breken en bouwen' gebruikt.

4.3. 3. concreet ondersteunen Zowel voor het aanleren van de letters als voor het aanleren van leesstrategieen zijn er verschillende mogelijkheden voor concrete ondersteuning. * visueel : sprekende letterbeelden * auditief : aandacht voor klank * motorisch: meeschrijven van letters in de lucht * tactiel: voelen van schuurpapieren letters.

5. Onderwijs in lezen Afhankelijk van het leesonderwijs onderscheiden we drie vormen van lezen; technisch lezen, begrijpend en studerend lezen en belevend lezen. Men spreekt in dit verband ook wel over de domeinen van het leesonderwijs.

5.1. Technisch lezen Technisch lezen is de vaardigheid om geschreven taal om te zetten in gesproken taal. Dat kan door hardop verklanken van de tekst maar ook door het innerlijk verklanken, waarbij de lezer in zichelf de woorden hoort. In het Nederlands heb je een alfabetisch schriftsysteem waarin we drie problemen onderscheiden: * Er worden geen spraakklanken weergeven maar alleen spraakklanken die betekenisverschil tussen woorden kunnen veroorzaken. Denk aan; de eu in neus en deur. Dit worden fonemen genoemd. * Er zijn niet genoeg letters om alle fonemen weer te geven. Er zijn 36 fonemen en maar 23 bruikbare letters.Dit is opgelost door bijvoorbeeld de oe te schrijven met de o en de e. * De koppeling tussen grafemen en fonemen is niet eenduidig. Sommige fonemen kunnen door meer dan één grafeem worden weergegeven en omgekeerd kan een grafeem verwijzen naar twee verschillende fonemen. Denk aan de O in pot en poten. Bij de ene is het de o en bij de andere de oo, wel wordt er hetzelfde opgeschreven.

5.2. Begrijpend en studerend lezen Begrijpend lezen is het achterhalen van de betekenis van een tekst. Het begrip tekst kan je heel ruim opvatten. Dit kan gaan om een los woord tot een literaire roman. Begrijpend lezen kan niet zonder technisch lezen. Kinderen die veel moeite hebben met het lezen van een tekst komen niet aan het begrijpen toe.

5.3. Belevend lezen Bij belevend lezen staat de emotionele betrokkenheid van de lezer centraal. Het gaat erom dat de lezer in staat is zich in te leven in de personages uit een verhaal.

6. Instructie principes bij het technisch lezen Instructie is meer dan kinderen alleen maar gelegenheid bieden om te lezen; het gaat om de didactische ingrepen die je als leerkracht verricht om de technische leesvaardigheid van de kinderen te ontwikkelen. Er zijn een vijftal manieren om instructie te geven: 1. de leerkracht als model 2. hardop denken 3. gerichte aanwijzingen 4. gebruik van markeringen en tekens in de tekst 5. uitspelen van teksten

6.1. 1. de leerkracht als model Je kunt op twee manieren als model fungeren; door een positief voorbeeld en een negatief voorbeeld. Dat laatste werkt natuurlijk alleen als de kinderen al weten op wat voor manier je een tekst moet lezen.

6.2. 2. hardop denken Door niet alleen iets voor te doen maar ook direct inzicht te geven in de overwegingen en beslissingen die je neemt. Dit doe je door hardop te denken.

6.3. 3. gerichte aanwijzingen Je kan gerichte aanwijzingen geven voor de manier waarop kinderen een tekst moeten lezen: * aanwijzingen voor het gebruik van leesstrategieen : let bij het lezen van lange woorden op woorden die je al kent * aanwijzingen voor de voordrachtsaspecten van het lezen: Let bij het lezen op vraag en uitroep tekens

6.4. 4. gebruik van markeringen en tekens in de tekst. Je kan gebruik maken van kleuren in de tekst om aan te geven wanneer je iets blij, verdrietig of boos moet lezen. Ook kan je pijlen gebruiken wanneer je iets hoog of juist laag moet lezen.

6.5. 5. uitspelen van teksten Door kinderen teksten te laten uitspelen leven ze zich in in de tekst. De opbouw van een les zou er zo uitzien: * stillezen van de tekst * uitspelen van de tekst * bespreking van de expressie * expressief voorlezen van de tekst.