Macht en politiek

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Macht en politiek by Mind Map: Macht en politiek

1. Veranderen

1.1. Rijnlands besturen

1.1.1. Stakeholdervalue

1.1.2. Wie het weet mag het zeggen

1.1.3. De vakman aan het woord

1.2. Angelaksisch

1.2.1. Shareholder value

1.3. Ver-anderen

1.3.1. Niet jezelf mogen zijn

1.3.2. Veranderd worden vs veranderen

1.4. High trust

1.4.1. Tribes

1.4.2. Easycratie

1.4.3. Zwermen

1.5. Stakeholder analyse

1.6. Covey versus Beroepszeer

1.6.1. Organisatie activist

1.6.2. Slow management

1.6.3. Intensieve menshouderij

1.7. Habits

1.7.1. Patterns

1.7.2. Change

1.7.3. Olifant-metafoor

1.8. Krachtenveld analyse

2. Voorbereidingsvragen

2.1. Boek Hetebrij

2.2. YouTube-kanaal

2.3. In gesprek

2.4. Complaince game

3. Politiek

3.1. Machiavellisme

3.1.1. Ik ben van mening dat liegen noodzakelijk is om een strategisch voordeel te behalen.

3.1.2. De enige echte reden om met anderen te praten is om informatie te verkrijgen die ik in mijn voordeel kan gebruiken.

3.1.3. Ik ben bereid onethisch te handelen wanneer ik ervan overtuigd ben dat het mij helpt te slagen.

3.1.4. Ik ben bereid om de acties van anderen te saboteren als zij mijn eigen doelstellingen bedreigen.

3.1.5. Ik ben bereid om vals te spelen als de kans dat ik gepakt zou worden klein is.

3.1.6. Ik vind het prettig om anderen opdrachten te geven.

3.1.7. Het doet me genoegen om macht over andere mensen te hebben.

3.1.8. Ik schep er plezier in om situaties te beheersen.

3.1.9. Status is een goede graadmeter voor succes.

3.1.10. Rijkdom vergaren is een belangrijke doelstelling voor mij.

3.1.11. Ik wil ooit rijk en machtig zijn.

3.1.12. Mensen worden alleen gedreven door persoonlijk gewin.

3.1.13. Ik heb er een hekel aan om me aan bepaalde groepen te committeren omdat ik anderen niet echt vertrouw.

3.1.14. Teamleden doen veel achter elkaars rug om om bepaalde zaken te bereiken.

3.1.15. Als ik me op mijn werk kwetsbaar opstel, zullen anderen daar misbruik van maken.

3.1.16. Anderen zijn altijd bezig met manieren om ten koste van mij gebruik te maken van de situatie.

3.2. Mach model

3.3. Leiderschap en politiek

3.4. Vertrouwen

3.4.1. Speed of Trust, Covey

3.4.2. Stakeholder analyse

3.4.2.1. Mee of tegen

3.4.2.2. Zichtbaar of verborgen

3.5. Charisma

3.5.1. Maakbaarheid

3.5.1.1. Visie

3.5.1.2. Retoriek

3.5.1.3. Emotie

3.5.1.4. Drive

3.5.1.5. Voorkomen

3.5.2. Congruentie

3.5.2.1. Non verbaal gedrag

3.6. Level 5

3.6.1. Sterke visie

3.6.2. Persoonlijke bescheidenheid

3.7. Hogan

3.7.1. Moving forwards

3.7.2. Moving against

3.7.3. Moving away

3.8. Narcisme

4. Rolvoorstellen

4.1. Intentie/vertrouwen

4.1.1. Gelijkheid

4.1.2. Gelijkwaardigheid

4.2. Invloed

4.2.1. Gezag

4.2.2. Macht

4.2.3. Charisma

4.2.4. Autoriteit

4.2.5. Autoritair

4.2.6. Leiding

4.2.7. Invloed

4.3. Wederkerigheid

4.4. Voorstel voor een positie

4.4.1. Reactie

4.4.1.1. Accepteren

4.4.1.1.1. Impliciet

4.4.1.1.2. Expliciet

4.4.1.2. Verwerpen

4.4.1.3. Tegenvoorstel doen

4.4.1.4. Diskwalificeren

4.4.2. Positie

4.4.2.1. Boven - onder

4.4.2.2. Mee.- tegen

4.5. Onvoorwaardelijk constructief

4.6. Cialdini/Yukl

4.7. Positive "no"

5. Macht is een relatie

5.1. Er zijn machtsverschillen en zonder macht beweegt er niks. Macht is noodzakelijk en vaak nuttig.

5.2. Soorten

5.2.1. Expertmacht (kennis hebben, waarvan de ander afhankelijk is)

5.2.2. Sanctiemacht ( de ander kunnen straffen of belonen)

5.2.3. Formele macht (positie in samenleving of organisatie)

5.2.4. Model- of identificatiemacht (als anderen willen zijn zoals jij)

5.3. Mulder definieert macht als ’een relatie tussen ten minste twee individuen of groepen waarin de één richting kan geven aan het gedrag van de ander of dit gedrag kan bepalen, en wel meer dan omgekeerd.’

5.4. Machtsdriehoek

5.4.1. Overheen = Almacht

5.4.2. Onderdoor = Onmacht

5.4.3. Doorheen = Machtsstrijd

5.5. Cultuur en Machtsafstand

6. Hetebrij, Macht en politiek in organisaties

6.1. Probleem

6.2. Doel

6.3. Positionering en rol

6.4. Agendering

6.5. Ontmoetingen

6.6. Gespreksinzet

6.7. Programmering

6.8. Inzet van communicatie en macht