Pedagogisch-didactische wenken voor een krachtige taalomgeving

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Pedagogisch-didactische wenken voor een krachtige taalomgeving by Mind Map: Pedagogisch-didactische wenken voor  een krachtige taalomgeving

1. Gebruik Frans als instructietaal en ook als enige communicatietaal voor de leerlingen

1.1. Waar nodig gebruik je eventueel het Nederlands om bv. uitleg over een grammaticaal onderwerp of een snelle en korte vertaling te geven.

2. WOORDENSCHAT = aanbrengen in betekenisvolle context/samenhang met andere woorden

2.1. Incidenteel: woorden zijn min of meer toevallig aan de orde (bvb. leesopdracht)

2.2. Intentioneel: gestructureerde methode (woordenschatoefeningen, ...)

3. Visie taalonderwijs: TAAKGERICHTE aanpak

3.1. Doel = met toenemende correctheid steeds vlotter communiceren

3.1.1. "Taaltaken" leren uitvoeren in een levensechte en zinvolle context

3.1.1.1. Beroep doen op verschillende vaardigheden (geïntegreerd)

3.1.1.2. Progressieve opbouw via een reeks van opdrachten

3.1.2. "Strategieën" ontwikkelen om een autonome taalgebruiker te worden (lees-, compensatie-, leerstrategieën, ...)

4. GRAMMATICA = progressieve opbouw

4.1. Regel ontdekken en formuleren (conceptualisatie)

4.2. Wetmatigheden visualiseren via schema's, grammatica overzicht

4.3. Wetmatigheden verankeren door ze in te oefenen

5. LEZEN = progressieve opbouw

5.1. Eerst richten op de tekst in het algemeen

5.1.1. Leeshypothese: wat vertellen (onder)titel en illustraties over de tekst?

5.1.2. Skimmen: (snel) doorlopen van een tekst om vrij algemeen te weten waarover hij gaat

5.2. Scanopdracht

5.2.1. Bvb. een woord, woordcombinatie of specifieke informatie zoeken

5.3. Gedetailleerd tekstbegrip

5.3.1. Evenwel niet nodig om élk woord te begrijpen

5.3.2. Taalreflectie voeden (synoniemen, antoniemen, uitdrukkingen, vorming van woorden), grammaticale structuren herkennen en beheersen, ...

6. SPREKEN = inbedden in relevante context

6.1. Concretiseer zoveel mogelijk de communicatiesituatie (Welke "rol" heeft de leerling?)

6.2. Zorg ervoor dat de leerling een communicatief doel nastreeft (Waarom spreekt hij? Wat wil hij bereiken?)

6.3. Zorg ervoor dat het communicatieve doel eenvoudig te bereiken is

6.4. Elke les rond spreekvaardigheid kan je opbouwen van vanuit de andere vaardigheden of vanuit kennis = "geïntegreerde didactische unit"

6.4.1. Bvb. Lln. hebben de vervoeging van de werkwoorden geoefend en gebruiken die nu om een tekening te beschrijven. Bvb. Lln. gebruiken info uit een gelezen of beluisterde tekst om een gesprek te voeren over het onderwerp

6.5. De boodschap is belangrijker dan vormcorrectheid !

6.5.1. Een te sterke focus op verbeteren van fouten, kan de spreekdurf van de leerlingen afremmen

7. ALGEMENE TIPS

7.1. Voorzie bij voorkeur opdrachten die een beroep doen op verschillende vaardigheden (integratie van kennis en vaardigheden)

7.1.1. Kenniselementen (bvb. grammatica, woordenschat) zijn geen doel op zich, maar moeten functioneel ingezet worden

7.2. Zorg ervoor dat opdrachten steeds contextueel ingebed zijn en relevant zijn voor de leerlingen

7.2.1. Zo zullen de leerlingen Frans ervaren als een nuttig communicatiemiddel