H3 Informatica.

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
H3 Informatica. by Mind Map: H3 Informatica.

1. Computers.

1.1. Personal computer.

1.1.1. Veel verschillende functies en doeleinden.

1.1.1.1. Destinations

1.2. Verwerkt informatie.

1.3. Gespecialiseerde Computers.

1.3.1. Beperkt aantal functies.

1.4. Computer.

1.4.1. Geheugen.

1.4.2. Verbindingen.

1.4.3. Processor.

1.5. Snelheid.

1.5.1. Klok.

1.5.1.1. MHz

1.5.1.2. GHz

1.5.2. Definities.

1.5.2.1. FLOPS

1.5.2.1.1. Floating Point OperationS.

1.5.2.2. MIPS

1.5.2.2.1. Miljoenen Instructies Per Secone.

1.5.2.3. ICICOMP

1.5.2.3.1. IComp Intel COmparative Microprocessor Performance Index.

2. Informatie.

2.1. Invoer.

2.1.1. Muis.

2.1.2. microfoon.

2.1.3. Camera.

2.1.4. Toetsenbord.

2.1.5. etc.

2.2. Central Processing Unit (CPU/processer)

2.2.1. Uitvoeren van instructies van een progamma.

2.2.1.1. Instructies bestaan uit Bits (1/0).

2.2.2. Onderdelen.

2.2.2.1. Rekenkundige eenheid.

2.2.2.2. Logische eenheid.

2.2.2.3. Besturingseenheden.

2.2.2.4. Registers.

2.3. Compiler

2.3.1. Instructies.

2.3.1.1. OPTELLEN

2.3.1.2. SLA OP

2.3.1.3. LAAD

2.3.1.4. AFTREKKEN

3. Geheugen.

3.1. Extern geheugen.

3.1.1. Niet adresseerbaar

3.1.1.1. DVD.

3.1.1.2. cassette.

3.1.2. Adresseerbaar.

3.1.2.1. Memory sticks.

3.1.2.2. Harde schijven.

3.1.2.3. Floppy disk

3.2. Intern geheugen.

3.2.1. Sneller.

3.2.2. Momenteel gebruikte progamma's.

3.2.3. ROM (read only memory).

3.2.3.1. Niet gewist bij uitzetten.

3.2.3.2. Dient voor opstarten.

3.2.4. RAM (random acces memory).

3.2.4.1. Wel gewist bij uitzetten.

3.3. Virtueel geheugen.

3.3.1. Als progamma te groot is voor intern geheugen.

3.3.2. Staat op harde schijf.

3.4. Cache-geheugen.

3.4.1. Maakt intern geheugen sneller.

3.4.2. Bevat vaak gebruikte instructies op.

4. De bus.

4.1. Transport systeem voor elektrische signalen.

4.2. Soorten.

4.2.1. Adresbus

4.2.1.1. Geeft aan waar de gegeven geplaatst of weg gehaald moeten worden

4.2.2. Data bus.

4.2.2.1. Wordt gebruikt om gegevens te transportern.

4.2.3. Besturingsbus.

4.2.3.1. Via hier worden signalen verzonden over hoe iets moet worden uitgevoerd.

4.3. IDE

4.3.1. Intergrated Drive Electonics.

4.3.2. De standaardaansluiting voor harde schijven en andere schijfeenheden (cd-rom-speler).

4.4. ATA

4.4.1. Advanced Technology Attachment.

4.4.2. Hetzelfde als IDE.

4.5. PCI

4.5.1. Peripheral Component Interconnect.

4.5.2. Speciale bus voor het aansluiten van videokaarten, geluidskaarten of netwerkkaarten.

4.6. IOC

4.6.1. Input Output Controller.

4.6.2. Stuurt interen signalen van de muis, printer, scanner enz. door naar de poorten van de computer en andersom.