Ik als ICC-er

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Ik als ICC-er by Mind Map: Ik als ICC-er

1. Vakintegratie

1.1. Voordeel: Door een thema op veel verschillende manieren aan te bieden, worden meer intelligenties van de leerlingen aangesproken en blijft de leerstof beter hangen.

1.2. Nadeel: bij de meeste vakken is een opbouw in vaardigheden en kennis nodig om op een steeds hoger niveau te komen. Bij thematisch onderwijs kan het zijn dat bepaalde vaardigheden en kennis niet voldoende aan bod komen.

1.3. Vakoversteigend werken bij cultuuronderwijs

1.3.1. Verschillende leergebieden en kerndoelen aan elkaar koppelen.

1.3.2. Vakoversteigende kerndoelen aan de orde laten komen

1.3.2.1. een goede werkhouding

1.3.2.2. reflectie op eigen handelen en leren

1.3.2.3. zoeken en verwerken van informatie

1.3.2.4. samenwerken

1.3.2.5. onderzoek doen

1.3.2.6. plannen

1.3.3. Activiteiten 'kerndoelbreed' opstellen

1.3.4. Onderzoek naar welke cultuuractiviteiten en projecten de school doet en hoe deze de kerndoelen dekken.

1.3.5. Lesstofvervangend of lesstofaanvullend?

1.3.5.1. Kunstprojecten: vaak lesstofvervangend

1.3.5.2. Erfgoedprojecten: vaak lessstofaanvulend

2. Visie

2.1. Het belang van cultuuronderwijs

2.1.1. Cultuuronderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van specifieke kennis en vaardigheden

2.1.2. Cultuuronderwijs raakt je en verwondert je

2.1.3. Cultuuronderwijs verbindt samenleving en onderwijs

2.1.4. Cultuuronderwijs biedt kinderen kansen en draagt bij aan hun brede ontwikkeling

2.1.5. Cultuuronderwijs leert je wat cultuur in je eigen omgeving betekent

2.1.6. Cultuuronderwijs bereidt je voor op het kunstenaarschap

2.1.7. Cultuuronderwijs ontwikkelt de emotionele kant van je persoon

2.2. Eigen visie op ontwikkeling cultuuronderwijs

2.2.1. Consensus: ik vind het van belang om te onderzoeken waar de overeenkomsten liggen tussen wat ik persoonlijk belangrijk vindt en wat er in de school leeft.

2.2.2. Consolidatie: ik vind dat cultuuronderwijs een plaats dient te krijgen in de bestaande praktijk en dat activiteiten daar op dienen worden aangepast.

2.2.3. Vracht: Cultuuronderwijs zie ik als de vracht van een onderwijsschip dat langzaam verder vaart. Aan mij de taak om deze vracht meer betekenis te geven.

3. Passie

3.1. Mijn Ui van Korthagen

3.1.1. Omgeving

3.1.1.1. Nijmegen

3.1.1.2. Op kamers

3.1.1.3. Vrienden

3.1.1.4. Familie

3.1.2. Gedrag

3.1.2.1. Academische lerarenopleiding

3.1.2.2. Tennissen

3.1.2.3. Cafetjes en terrassjes

3.1.2.4. Werken bij AH

3.1.3. Bekwaamheden

3.1.3.1. Lesgeven

3.1.3.2. Gitaar spelen

3.1.3.3. Creativiteit

3.1.4. Overtuigingen

3.1.4.1. Goed onderwijs vormt de basis van de maatschappij

3.1.4.2. Kunst- en cultuureducatie maakt een belangrijk onderdeel uit van onderwijs

3.1.4.3. Het belangrijkste doel van kunst- en cultuureducatie is persoonsvorming en het stimuleren van het creatieve proces

3.1.4.4. Kunst- en cultuureducatie sluit feilloos aan bij de 21 century skills

3.1.5. Identiteit

3.1.5.1. Empathisch vermogen

3.1.5.2. Westerse culturele achtergrond

3.1.5.3. Jasmijn is een bloem: ik probeer altijd te blijven groeien

3.1.6. Betrokkenheid

3.1.6.1. zelfontplooiing en ontwikkeling

3.1.6.2. Bijdrage aan goed onderwijs

4. Inspiratie

4.1. 1. Kunstenaars voor in de klas

4.2. 2. Museumhoek in kleuterklas

4.3. 3. Boeken Arend van Dam

5. Persoonlijke betrokkenheid

5.1. Belbin-test: groepsrol van een plant

5.2. Persoonlijk Ontwikkelplan

5.2.1. Kennis over kunstgeschiedenis

5.2.2. Maken van cultuur educatief ontwerp

5.2.3. Communiceren als ICC-er

6. Beleid

6.1. Definitie: beschrijving van de route die je volgt om van een bestaande situatie naar een gewenste situatie te komen. Om die route vorm te kunnen geven, moeten keuzes gemaakt worden.

6.2. Voordelen beleidsplan

6.2.1. werkzaamheden krijgen structuur en continuïteit.

6.2.2. zicht creëren op de ui te voeren taken en andere kunnen betrekken bij de uitvoering van de taken

6.2.3. overzicht houden op de ontwikkeling en deze eventueel bjisturen

6.2.4. maakt planmatig werken mogelijk

6.2.5. dient als basis voor evalueren, bespreken van proces, feedback en aanpassingen

6.2.6. dient als communicatiemiddel

6.2.7. middel om samenwerkingspartners, ouders, culturele instellingen een plaats te geven in het ontwikkelingsproces

6.3. Relatie met onderwijsprogramma: cultuuronderwijs maakt deel uit van het totale onderwijsprogramma. Het beleidsplan moet dan ook aansluiten bij de schoolcontext en rekening houden met de (on)mogelijkheden.

6.4. Samen visie en beleid uitzetten

6.4.1. Visie en beleid zijn middelen om een gezamenlijk doel, de ontwikkeling van kinderen, te bereiken

6.4.2. Vormgeving van ontwikkelproces door:

6.4.2.1. Zelf voortouw nemen als ICC-er

6.4.2.2. Rol van begeleider aannemen als ICC-er

6.4.2.3. Rol van deskundige aannemen als ICC-er

6.4.3. Het Kompas Cultuuronderwijs

6.5. Visie en beleid op papier

6.5.1. Doelgroep bepalen voor het cultuurbeleidsplan

6.5.2. Onderwerpen binnen beleidsplan (format)

6.5.2.1. Visie

6.5.2.2. Wat is cultuureducatie?

6.5.2.3. Cultuuronderwijs op school

6.5.2.4. Middel of doel?

6.5.2.5. Cultuuronderwijs in de breedte of in de diepte?

6.5.2.6. Legitimatie

6.5.2.7. Scenario

6.5.2.8. Samenwerking

6.5.2.9. Doorgaande leerlijn

6.5.2.10. Coördinatie

6.5.2.11. ICC'er(s)

6.5.2.12. Ruimtelijke omstandigheden

6.5.2.13. Financiën

6.5.2.14. Evaluatie

6.5.3. Voorbeelden beleidsplannen

6.5.3.1. Schoolbestuur Conexus

6.5.3.2. Het Valkhofmuseum

6.6. Cultuurbeleid van afgelopen jaren

6.6.1. Cultuur met Kwaliteit

6.6.1.1. Doelen:

6.6.1.1.1. Het ontwikkelen van een inhoudelijke basis (leerlijnen)

6.6.1.1.2. Het stimuleren van duurzame samenwerking tussen scholen en culturele instellingen.

6.6.1.1.3. Het stimuleren van de deskundigheid van leraren en educatief medewerkers

6.6.1.1.4. Het aanreiken van instrumenten voor de beoordeling van leerlingen

6.6.1.2. Uitvoering door:

6.6.1.2.1. Fonds voor Cultuurparticipatie

6.6.1.2.2. Leerplankader Kunstzinnige oriëntatie (SLO)

6.6.1.2.3. Rapportage over cultuuronderwijs (onderwijsinspectie)

6.6.1.2.4. Onderzoeksproject 'Assessment in kunsteducatie' (LKCA)

6.6.2. Cultuurbeleid en basisonderwijs: Versterking cultuureducatie primair onderwijs

7. Cultuuronderwijs

7.1. Kunsteducatie

7.1.1. Kunstvormen: muziek, dans, theater, beeldende kunst, architectuur, film, fotografie, literatuur, popmuziek, mode, design, enz.

7.1.2. Leerstrategieën

7.1.2.1. Actief

7.1.2.2. Receptief

7.1.2.3. Reflectief

7.1.3. Voorbeelden

7.1.3.1. Beeldbeschouwen 'Ogen open' (SLO)

7.1.3.2. Methode Laat maar leren

7.2. Erggoededucatie

7.2.1. Omgevingsonderwijs

7.2.2. Legitimering

7.2.2.1. Versterkt het historisch besef

7.2.2.2. Praktisch leermiddel om de les te verlevendigen

7.2.2.3. Levert zinvolle bijdrage aan andere leergebieden

7.3. Media-educatie

7.3.1. Mediawijsheid

7.3.2. Vakoverstijgend

7.3.3. Voorbeelden voor in de klas:

7.3.3.1. 'Sociaal media wijs' aanpak voor onderwijs

7.3.3.2. Belang van mediawijsheid

7.4. Waarom cultuuronderwijs?

7.4.1. Minister Bussemaker (2014): 'Cultuuronderwijs is een onlosmakelijk onderdeel van de brede vormende opdracht van het onderwijs.'

7.4.2. Cultuuroverdracht is van groot belang voor ieders betrokkenheid in de samenleving.

7.4.2.1. Participatie

7.4.2.2. Begrip voor andere normen en waarden

7.4.2.3. Spreken van 'andere talen' (via kunstvormen)

7.4.3. Basisschool als ideale plek voor inbedding van cultuureducatie

7.4.4. Cultuuronderwijs maakt levendig, concreet, aanschouwelijk en inspireert, stimuleer, motiveert en geeft kinderen ervaringen.

7.4.5. Door in aanraking te komen met cultuur leren kinderen beter kijken en beter vragen stellen.

7.4.5.1. Cultuur in de Spiegel - Barend van Heusden

7.5. Begrippen

8. Doelen

8.1. Leerdoelen

8.1.1. Doel: de culturele ervaring of activiteit zelf staat centraal.

8.1.2. Middel: de culturele ervaring of activiteit wordt ingezet om iets anders te bereiken.

8.1.3. Leertheorieën

8.1.3.1. Meervoudige intelligentie: Gardner

8.1.3.1.1. Verbaal linguïstisch

8.1.3.1.2. Logisch mathematisch

8.1.3.1.3. Visueel ruimtelijk

8.1.3.1.4. Auditief/muzikaal

8.1.3.1.5. Lichamelijk/kinesthetisch

8.1.3.1.6. Natuurgericht

8.1.3.1.7. Intrapersoonlijk

8.1.3.1.8. Interpersoonlijk

8.1.3.2. Sociaal-constructivisme

8.1.3.3. Leerstijlen van Kolb

8.1.3.3.1. Concreet: kennen (door ervaring)

8.1.3.3.2. Abstract: weten (wetenschappelijke kennis)

8.1.3.3.3. Reflectief: introvert (kennis verwerven dan binnenuit, door concentratie en reflectie)

8.1.3.3.4. Actief: extravert (kennis verwerven door te experimenteren en te handelen)

8.1.3.4. States of Mind (Eric Jansen)

8.1.3.4.1. Nieuwsgierigheid

8.1.3.4.2. Opwinding

8.1.3.4.3. Een lichte mate van ongerustheid

8.1.3.4.4. Welbevinden

8.1.3.4.5. Enthousiasme

8.1.3.4.6. Kalmte

8.2. Kerndoelen en tussendoelen

8.2.1. Kunstzinnige oriëntatie

8.2.1.1. Leerplankader Kunstzinnige oriëntatie (2014)

8.2.1.2. Kerndoelen Kunstzinnige oriëntatie

8.2.1.2.1. Kerndoel 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelend mee uit te drukken en om ermee te communiceren.

8.2.1.2.2. Kerndoel 55: De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

8.2.1.2.3. Kerndoel 56: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

8.2.2. Oriëntatie op jezelf en de wereld

8.2.2.1. Kerndoel 51: De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren.

8.2.2.2. Kerndoel 52: De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers en boeren, Grieken en Romeinen, monniken en ridders, steden en staten, ontdekkers en hervormers, regenten en vorsten, pruiken en revoluties, burgers en stoommachines, wereldoorlogen, televisie en computer.

8.3. Doorlopende leerlijnen

8.3.1. Soorten leerlijnen binnen cultuuronderwijs

8.3.1.1. Per kunstdiscipline, gericht op een stijgende lijn in kennis en vaardigheden

8.3.1.2. Binnen het cultuurcurriculum, waarbij de leerlingen in de loop van hun schoolcarrière kennismaken met verschillende vormen van cultuur

8.3.1.3. In werkvormen, bijvoorbeeld van sterk gestructureerde opdrachten in de onderbouw naar zelf onderzoek opdrachten in de bovenbouw

8.3.2. Ontwikkelen van doorgaande leerlijn cultuuronderwijs

8.3.2.1. Zit er een opbouw in de didactische werkvormen

8.3.2.2. komen alle cultuurvormen in de loop van schoolcarrière van een kind aan bod?

8.3.2.3. Is er binnen de verschillende disciplines een opbouw in vaardigheden en kennis?

8.3.3. Cultuur in de Spiegel

9. Samenwerkingsverbanden en netwerken

9.1. Netwerk van cultuurcoödinatoren

9.1.1. Draagvlak op directieniveau

9.1.2. Inspiratie

9.1.3. Kennisuitwisseling

9.1.4. Inhoudelijke agendapunten

9.1.5. Contacten

9.2. Thema's voor netwerkbijeenkomsten

9.2.1. Doorgaande leerlijn

9.2.2. Financiering

9.2.3. Draagvlak

9.2.4. Geschikte cultuuractiviteiten en culturele partners

9.2.5. Succeservaringen van projecten of activiteiten op andere scholen

9.2.6. Taakverdeling tussen directie en cultuurcoördinator

9.2.7. Beschikbaarheid van uren voor cultuurcoördinator

10. Creativiteit en creatief proces

10.1. Fasen van het creatieve proces

10.1.1. 1. Oriënteren

10.1.1.1. Gezamenlijk startmoment

10.1.1.2. Prikkel om de opdracht of het thema te verkennen

10.1.1.2.1. Waarnemen

10.1.1.2.2. Associëren

10.1.1.2.3. Fantaseren

10.1.1.2.4. Beschouwen

10.1.1.2.5. Ideeën opdoen

10.1.1.3. Reflectie richt zich op de ruimte om het thema of de opdracht van alle kanten te bekijken, te beluisteren en te beleven.

10.1.2. 2. Onderzoeken

10.1.2.1. verschillende mogelijkheden en oplossingen voor de opdracht of de verwerking van het thema bekijken

10.1.2.2. Eigen, verschillende mogelijkheden bedenken en keuzes maken (alleen of samen met medeleerlingen)

10.1.2.3. Reflectie richt zich op het onder woorden brengen van de verschillende keuzes die de leerling maakt.

10.1.3. 3. Uitvoeren

10.1.3.1. Vakspecifieke kennis en vaardigheden toepassen

10.1.3.2. Reflectie richt zich op het leggen van een relatie tussen de keuzes in de uitvoeringsfase en de onderzoeksfase.

10.1.4. 4. Evalueren

10.1.4.1. Het product en het doorlopen proces wordt nader beschouwd.

10.1.4.2. Leerpunten formuleren voor een volgende opdracht

10.2. Verwondering en nieuwsgierigheid

10.3. Voorwaarden voor het creatieve proces

10.3.1. Veilige omgeving met structuur

10.3.2. Voldoende ruimte om eigen oplossingen te bedenken

10.3.3. Aansluiten bij zone van naaste ontwikkeling

10.4. Voorbereiding

10.4.1. Voor het bezoek aan een culturele instelling dienen leerlingen worden voorbereid.

10.4.2. Voorbereidende activiteiten

10.5. Piramide van Maslow

11. Cultuuraanbod

11.1. Selecteren van cultureelaanbod

11.1.1. Keuzestrategieën

11.1.2. Culturele kaart

11.1.3. Kwaliteitscriteria

11.1.4. Praktische randvoorwaarden

11.2. Het maken van een activiteitenplan

11.2.1. Fundamenten

11.2.1.1. Ambitie

11.2.1.2. Visie

11.2.1.3. Middelen

11.2.1.3.1. Het budget

11.2.1.3.2. Teamkwaliteiten

11.2.1.3.3. Beschikbare onderwijstijd

11.2.1.3.4. Het aanbod

11.2.2. Schoolplan

11.2.2.1. Belangrijk voor de implementatie en verankering van cultuuronderwijs

11.2.2.2. Door cultuuronderwijs expliciet aan te laten sluiten en op te nemen in het schoolplan, wordt de basis gelegd voor een doorlopende ontwikkeling voor cultuuronderwijs en draagvlak bij directie en team.

11.2.3. Schoolgids en jaarplanning

11.2.4. Een activiteitenplan

11.2.4.1. Onderdelen

11.2.4.1.1. Het doel van culturele activiteiten

11.2.4.1.2. Werkwijze

11.2.4.1.3. Betrokkenen

11.2.4.1.4. Middelen

11.2.4.1.5. Tijdsplanning

11.2.4.2. Stappen

11.2.4.2.1. 1. Concrete doelen formuleren

11.2.4.2.2. 2. De doelen uitwerken in een plan van aanpak

11.2.4.2.3. 3. Evalueren in hoeverre het plan geslaagd is.

11.2.5. Werken met de 4 V's

11.2.5.1. Vasthouden

11.2.5.2. Verminderen

11.2.5.3. Versterken

11.2.5.4. Vernieuwen

11.2.6. Keuzes voor disciplines

11.2.7. Keuzes voor actief, receptief en reflectief

11.2.8. Keuze voor leerlijnen

11.2.9. Inspirerende doelen

11.3. Zelf culturele activiteiten ontwikkelen

11.3.1. Aanbod ontwikkelen

11.3.1.1. Stap 1: Het inventariseren van cultuuronderwijs vragen

11.3.1.2. Stap 2: Vragen bundelen en prioriteren

11.3.1.3. Stap 3: Zoeken naar antwoord op de vraag

11.3.1.4. Stap 4: Van projectinitiatief naar resultaat

11.4. Vraaggestuurd werken

11.4.1. Contact tussen culturele instellingen en scholen

11.4.1.1. Mogelijke vormen:

11.4.1.1.1. klankbordgroep

11.4.1.1.2. stuurgroep

11.4.1.1.3. individuele leerkrachten

11.4.1.1.4. proefscholen

11.4.1.2. Rol ICC-er

11.4.1.2.1. Zelf contact zoeken en dialoog aangaan met culturele instelling

11.4.1.2.2. Kritische blik bij ontwikkeling van nieuw lesmateriaal

11.4.1.2.3. Suggesties geven voor verbetering van het bestaande lesmateriaal

11.5. Culturele kaart

11.5.1. Inventariseren

11.5.1.1. Professionele kunst

11.5.1.2. Beroepskunstenaar

11.5.1.3. Cultureel erfgoed

11.5.1.4. Amateurkunst

11.5.1.5. Provinciale en gemeentelijke cultuuraanbieders

11.5.1.6. Andere culturele partners

11.5.2. Contact leggen/netwerken

11.5.3. Vaste culturele kaarten aanwezig bij gemeente

12. Inspiratie en draagvlak

12.1. Wat is motivatie en hoe werkt het?

12.1.1. Behoefte

12.1.2. Wens

12.1.3. Verwachting

12.1.4. Prikkel

12.1.5. Doen

12.1.6. Effect beoordelen

12.2. Fasen van verandering

12.2.1. 1. Initiatie

12.2.2. 2. Implementatie

12.2.3. 3. Verankering

12.3. Veranderplan

12.4. Draagvlak

12.4.1. 1. Duidelijke doelen

12.4.2. 2. Open communicatie

12.4.3. 3. Verantwoordlijkheidsbesef

12.4.4. 4. Een goede taak-en rolverdeling

12.5. Teamkwaliteiten in kaart

12.6. Weerstand

13. Taken en taakverdeling

13.1. ICC-taak en taakbeleid

13.2. Taakomschrijving

13.2.1. 1. Communiceren

13.2.2. 2. Plannen ontwikkelen

13.2.3. 3. Cultuuraanbod beoordelen

13.2.4. 4. Samenwerken met externen

13.2.5. 5. Professionaliseren

13.2.6. 6. Samenwerken

13.2.7. 7. Coördineren

13.3. Taakuren

13.4. Persoonlijke ontwikkeling: een planmatige aanpak

13.5. Professionalisering

13.6. Taakverdeling

14. Budgetteren en begroten

14.1. Geldbronnen

14.1.1. Lumpsum

14.1.1.1. De Velo

14.1.1.2. Regeling Prestatiebox PO

14.1.2. Gemeentebudget voor cultuuronderwijs

14.1.3. Brede school en cultuur

14.1.4. Fondsen

14.1.5. Sponsering

14.1.6. Ouderbijdrage

14.2. Wie beheert het geld?

14.3. Begroting en keuzes

15. Communicatie en publiciteit

15.1. Opstellen publiciteitsplan

15.2. Inventariseren van de huidige PR-activiteiten

15.3. Doelstellingen

15.4. Communiceren met doelgroep

15.4.1. Doelgroep

15.4.1.1. Intern

15.4.1.1.1. Leerlingen

15.4.1.1.2. Collega's

15.4.1.1.3. Directie

15.4.1.1.4. Bestuur

15.4.1.1.5. Ouders

15.4.1.2. Extern

15.4.1.2.1. Culturele aanbieders

15.4.1.2.2. Bemiddelaars

15.4.1.2.3. Gemeente

15.4.1.2.4. Andere scholen

15.4.1.2.5. Pers/publiciteit

15.4.2. Communcatie

15.4.2.1. Informeren

15.4.2.2. Motiveren

15.4.2.3. Inspireren

15.5. Plan van aanpak

16. Lessen uit de cultuuronderwijspraktijk: evalueren

16.1. Waarom evalueren?

16.1.1. Feiten achterhalen

16.1.2. Verbeteren

16.2. Wat wil je weten?

16.2.1. Evaluatievragen ter verantwoording

16.2.2. Evaluatievragen ter verbetering

16.3. Wanneer evalueren?

16.3.1. Na afloop van project, culturele activiteit of een proces

16.3.2. Tussentijds evalueren door project op te delen in fasen

16.4. Met wie evalueer je?

16.4.1. Collega's

16.4.2. Directie van de school

16.4.3. Leerlingen

16.4.4. Ouders

16.4.5. Culturele instellingen

16.4.6. Subsidieverlener

16.5. Hoe stel je vragen?

16.5.1. Concreet

16.5.2. Beantwoordbaar

16.5.3. Neutraal

16.6. Hoe communiceer je de uitkomsten?

16.6.1. Wanneer het evaluatieverslag openbaar wordt, ga dan eerst in gesprek met de personen op wie de negatieve uitkomsten van toepassing zijn.

16.6.2. Houd de regels voor feedback in gedachten

16.6.3. Formuleer de verbeteracties niet beschuldigend, maar ontwikkelingsgericht.

16.7. Het evaluatieproces

16.7.1. Verzamelen

16.7.2. Vastleggen

16.7.3. Interpreteren

16.7.4. Bijstellen