Create your own awesome maps

Even on the go

with our free apps for iPhone, iPad and Android

Get Started

Already have an account?
Log In

grammatica by Mind Map: grammatica
0.0 stars - reviews range from 0 to 5

grammatica

lijdende en bedrijvende vorm

Jan koopt een kip. (lv) (actief)

De kip wordt gekocht door Jan.(bv) (passief)

het lijdend voorwerp wordt onderwerp.

het onderwerp wordt een bijwoordelijke bepaling die met 'door'begint.(door-bepaling)

het gezegde verandert: je moet er het werkwoord 'worden' of het werkwoord 'zijn' bij gebruiken.

gebiedende wijs

alleen stam Bijv. Brand je vingers niet!

geen onderwerp in de zin.

Woordsoorten

werkwoorden

koppelwerkwoord, Als er maar een werkwoord in de zin staat, is het een koppelwerkwoord, zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen (heten, dunken en voorkomen), Als er meerdere werkwoorden in de zin staan, is het vaak een werkwoord dat verder in de zin staat

hulpwerkwoorden, hulpwerkwoorden helpen het naamwoordelijk gezegde te maken en en komen voor in elke zin met meer dan een werkwoord, voorbeelden van hww: hebben, zijn, worden, zullen, kunnen, mogen, moeten

zelfstandige ww., zelfstandige werkwoorden hebben een duidelijke en vaste betekenis, voorbeelden van zww : spelen, werken en dromen.

naamwoorden

zelfstandig, Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aanduiden: mensen, dieren en dingen, maar ook abstracte zaken als gevoelens, tijdsruimten, plaatsen, eigenschappen, gebeurtenissen en denkbeeldige personen of zaken.

bijvoeglijk, Bijvoeglijke naamwoorden geven een eigenschap of toestand aan van een zelfstandig naamwoord.

voornaamwoorden

Een persoonlijk voornaamwoord duidt iets of iemand aan. Bijv. een vriendin van jou mailde mij deze mopjes, maar ik vind ze niet erg grappig.

Bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is. Bijv. zijn mooiste cd viel in hun vijver.

Aanwijzende voornaamwoorden verwijzen nadrukkelijker ergens naar dan andere voornaamwoorden.

Een vragend voornaamwoord is een vraagwoord dat een (voor-)naamwoord als antwoord krijgt.

bijwoorden

Bijwoorden zijn woorden die een zelfstandig naamwoord, een werkwoord of een ander bijwoord nader bepalen

lidwoorden

Lidwoorden staan voor een zelfstandig naamwoord, of voor woorden die als zelfstandig naamwoord gebruikt.

telwoorden

Telwoorden zijn woorden die het aantal of (rang)nummer van iets aangeven.

voegwoorden

Voegwoorden zijn woorden die zinnen (of woorden) 'aan elkaar voegen'.

voorzetsels

Voorzetsels drukken de relatie uit tussen de woordgroep waar het voorzetsel deel van uitmaakt en een ander element in de zin.

Zinsdelen

onderwerp

Het onderwerp van de zin is degene die of datgene wat in de zin iets doet of is.

persoonsvorm

Meestal is de persoonsvorm het eerste werkwoord in een zin.

gezegde

werkwoordelijk, Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden die in de (hoofd)zin staan, daar zit dus ook altijd de persoonsvorm bij:

naamwoordelijk, Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit één of meer werkwoorden en een (zelfstandig, bijvoeglijk, enz.) naamwoord; ook hier zit altijd de persoonsvorm bij.

lijdend voorwerp

Het lijdend voorwerp is degene die of datgene wat de werking van het gezegde ondergaat.

meewerkend voorwerp

Een meewerkend voorwerp is degene die iets ontvangt of verneemt of van wie iets wordt afgenomen; het is een bepaald soort indirect object.

nevenschikkend

bepaling

bijvoeglijke, Een bijvoeglijke bepaling geeft meer informatie over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.

bijwoordelijke, Bijwoordelijke bepalingen geven nadere informatie over de handeling, het gebeuren of de toestand die in de zin wordt uitgedrukt.

van gesteldheid, De bepaling van gesteldheid, ook wel predicatieve bepaling of dubbel verbonden bepaling genoemd, geeft informatie over het onderwerp of het lijdend voorwerp van de zin