Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
03 redeneringen by Mind Map: 03 redeneringen

1. icons by icon8

2. deductieve redering

2.1. voorbeeld

2.1.1. Alle studenten geslaagd

2.1.2. Mia is student

2.1.3. Mia is geslaagd

2.2. twee premissen of uitgangspunten

2.2.1. niets nieuws

2.2.2. Mia in de premisse 'alle studenten' vervat

2.3. definitie deductie

2.3.1. iets met volstrekte zekerheid uit premissen afleiden

2.3.2. expliciteer je dus wat impliciet in de premissen aanwezig is

2.3.3. vanuit het algemene tot het bijzondere besluit

2.4. deductie biedt absolute zekerheid

2.4.1. de vorm van de redenering

2.4.2. niet op de premissen

2.5. twee criteria

2.5.1. algemene regel waar

2.5.2. bijzondere geval moet effectief onder die regel

2.5.3. deductieve redenering beoordelen

2.5.3.1. is de algemene regel aanvaardbaar?

2.5.3.2. is hij wel toepasbaar op dit geval?

2.6. probleem met de twee criteria

2.6.1. premissen niet eenduidig geformuleerd

2.6.1.1. algemene regel op juistheid of aanvaardbaarheid te beoordelen

2.6.2. studenten die niet ernstig studeren, moeten van de examens worden uitgesloten; Mia heeft niet ernstig gestudeerd; dus moet Mia van de examens worden uitgesloten

2.6.2.1. nauwkeuriger bepalen wat ernstig studeren is

2.7. syllogisme of sluitrede

2.7.1. minor

2.7.1.1. letterlijk mindere

2.7.2. besluit = conclusio

2.7.3. middenterm

2.7.3.1. gemeenschappelijk

2.7.3.2. studenten

2.7.4. maiorterm

2.7.4.1. andere term in de maior

2.7.4.2. predicaat van de conclusie

2.7.4.3. geslaagd

2.7.5. minorterm

2.7.5.1. andere term in de minor

2.7.5.2. subject van de conclusie

2.7.5.3. Mia

2.7.6. subject van de conclusie moet vervat zitten in het subject van de maior

3. inductieve redenering

3.1. definitie

3.1.1. uit een aantal afzonderlijke gevallen een algemene uitspraak afleidt

3.1.2. vanuit het bijzondere tot het algemene

3.1.3. omgekeerde van een deductie

3.2. zekerheidsgraad onvolledige inductie lager dan volledige inductie of deductie

3.2.1. volledige inductie

3.2.1.1. iedereen aanwezig

3.2.1.2. een groep voltallig

3.2.1.3. alle gevallen meest niet mogelijk

3.3. correcte premissen, die bestaan uit uitspraken over individuele gevallen

3.3.1. conclusie slechts waarschijnlijk

3.3.2. overhaaste veralgemeningen!

3.4. inductieve redeneringen waarschijnlijk

3.4.1. aantal waargenomen gevallen voldoende

3.4.2. representatief zijn voor de situaties waar de conclusie betrekking op heeft

3.4.3. veelvuldige pogingen tot falsificatie biedt meer zekerheid

3.4.4. conclusie voorzichtig formuleren

4. causale redering

4.1. definitie

4.1.1. oorzaak-gevolg keten - causale keten

4.1.2. gevolg uitgaande van de aanwezigheid van een oorzaak

4.1.3. oorzaak uitgaande van de aanwezigheid van een bepaald gevolg

4.1.4. advocaat wil aantonen dat zijn cliënt onschuldig is aan de moord, kan er op wijzen dat dood veroorzaakt werd door een ongelukkige val

4.1.5. het pragmatisch argument

4.1.5.1. gunstige of ongustige gevolgen

4.1.5.2. handeling verwerpelijk of aanvaardbaar

4.2. zekerheid geenszins absoluut

4.3. gebaseerd op een regelmaat in de werkelijkheid

4.3.1. bijzondere vorm van regelmaat

4.3.2. elk verschijnsel heeft een oorzaak

4.3.3. gelijke oorzaken hebben gelijke gevolgen

4.3.4. complexe werkelijkheid - andere oorzaken dan verwacht mogelijk

4.3.4.1. een eiland - colablikje

4.3.4.1.1. eiland bewoond?

4.3.4.1.2. vliegtuig gevallen?

4.3.4.2. de straat nat is

4.3.4.2.1. regen?

4.3.4.2.2. brandweeroefening?

4.4. In theorie - louter hypothetisch, niet empirisch verifieerbaar

4.4.1. telegeleide biljartballen - witte bal rolt tot op afstand van de rode bal - rode bal vertrekt

4.4.2. Strikt genomen zien we alleen de opeenvolging

4.5. Hume: causale verbanden

4.5.1. hetzelfde verband al verschillende keren hebt gezien

4.5.2. niet objectief maar psychologisch noodzakelijk!

4.6. op bedrieglijke wijze gebruikt

4.6.1. "post hoc ergo propter hoc" (erna, dus erdoor)

4.6.1.1. verkoop van cd-roms daald sinds gekopieerd kunnen worden

4.6.1.2. zouden mensen deze gekocht hebben als zij ze niet hadden kunnen kopiërd!

4.6.2. “cum hoc, ergo propter hoc” (gelijktijdig dus daardoor)

4.6.2.1. veel mensen hebben griep, te wijten aan de verhoogde aanwezigheid van Latijns-Amerikanen in België

4.7. oorzaak en gevolg door elkaar halen

4.7.1. verslechterende economie is te wijten aan de spaarzucht van de mensen

4.7.2. worden mensen niet juist spaarzamer door de slechtere tijden

4.8. waarom van iets

4.8.1. causa efficiens - oorzaak die er aan voorafgaat

4.8.1.1. eerste verdieping

4.8.1.2. roltrap je er heen heeft gebracht

4.8.2. causa finalis - bedoeling ervan

4.8.2.1. je een boek wil kopen

5. maior

5.1. eerste premisse = algemene regel

5.2. letterlijk meerdere