Create your own awesome maps

Even on the go

with our free apps for iPhone, iPad and Android

Get Started

Already have an account?
Log In

Mediawijsheid by Mind Map: Mediawijsheid
0.0 stars - reviews range from 0 to 5

Mediawijsheid

Uitgangspunt   Op dinsdag 19 april hadden wij ’s middags een afspraak met Carla Belaard. Zij is coördinator digitale dienstverlening en mediacoach bij Theek 5. Met haar hebben we gesproken over de integratie van mediawijsheid in Theek 5 en ook over meer algemene zaken als de kerntaken van de bibliotheek. Hier zijn we specifiek op het 2.0 systeem ingegaan waarbij naast de bibliotheek ook de consument informatieleverancier en collectiebeheerder is. De uitkomsten van dit gesprek zullen we onderstaand beknopt weergeven. De bibliotheek ziet haar belangrijkste functie nu vooral nog in maatschappelijk oogpunt waarbij zij als ontmoetingspunt fungeert. Tot haar kerntaken behoort nog steeds de informatieoverdracht. Door het internet heeft deze een andere functie gekregen, tegenwoordig is iedereen tenslotte redacteur. Hier spelen zij op in door cursussen aan te bieden als Jij en Google, waarin de zoekvaardigheid en het beoordelen van betrouwbaarheid van informatie bij jongeren centraal staat. Gebleken is namelijk dat deze vaak niet toereikend is. Ook worden er andere vormen gecreëerd waarin de bibliotheek informatie overdraagt. De traditionele boekenuitleen is tenslotte sterk aan het afnemen. Zo organiseert de bieb nu informatieavonden over specifieke onderwerpen, bijvoorbeeld reizen. Voor vermaak is er ook plaats binnen de bieb. Zo is er in het verleden een Wii-contest georganiseerd, waarbij de bibliotheek als ontmoetingsplek het belangrijkste doel is. Theek 5 is een bibliotheek die vooruitloopt op het gebied van mediawijsheid. Zo zijn er twee mediacoaches aanwezig en is een derde nu in opleiding. De directeur neemt tevens plaats in een mediawijsheid groep. Ook zijn alle werknemers bijgeschoold in de 23 dingen. Qua aanbod kunnen we stellen dat de bibliotheek nu nog in de 2.0 fase is, maar hard op weg is door middel van de mediacoaches naar fase 3.0. Ook de consument bekendmaken met mediawijsheid is daarom een belangrijke taak. Voorheen gaf de bibliotheek al les in media-educatie, hierin werd de consument geleerd om te gaan met de media. Met de nieuwe media van vandaag wordt hier een extra dimensie aan toegevoegd: de consument kan nu zelf produceren. Daarom wordt er nu ook een workshop Digitaal bij de tijd aangeboden waarin de consument aangemoedigd wordt zelf te produceren. Deze workshops worden veelal in samenwerking met de Volksuniversiteit georganiseerd. Zij doen ook de werving, maar in de praktijk blijkt dat 75% van de deelnemers toch bibliotheeklid is. Dit zijn meestal vrouwen van in de 30. Bij de andere workshops blijkt ook een oudere doelgroep aangesproken te worden. Voornamelijk zijn dit 50-plussers. De grootste groep bibliotheekbezoekers is dan ook tussen de 40 en 65 jaar. Om meer jongeren naar de bibliotheek te trekken wil Theek 5 een samenwerking met het voortgezet onderwijs opzetten. Dit voornamelijk om in te spelen op de bewustwording bij jongeren met betrekking tot het gebruik van het internet. Het verbeteren van de zoekvaardigheden en het beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie zijn hierbij de belangrijkste doelstellingen. In workshops die al gegeven worden aan jongeren zoals Jij en Google komen deze dan ook aan bod. Deze worden aangeboden op een speelse manier, met veel interactie en afwisseling. Zo komen er quizjes, filmpjes en weblogs in voor. Ook in de buitenschoolse activiteiten worden er door de bieb projecten aangeboden. Hier wordt onder andere fotobewerking aangeboden. Informatie over veiligheid op het net komt hier dan tussendoor aan de orde. Voor deze workshops is veel belangstelling (deze cursus is dan ook de goedkoopste die aangeboden wordt). Hoe verder de cursussen die de bieb aanbiedt afstaan van het eigen beleid, hoe duurder ze worden. Tussen de bibliotheek en andere instellingen vindt steeds meer samenwerking plaats. Dit moet ook wel om het bestaan van de bieb te kunnen blijven garanderen. Zo wordt er veel samengewerkt met onderwijsinstellingen, zowel met de peuterspeelzaal, het basisonderwijs, het ROC als de buitenschoolse opvang. De andere bibliotheken buiten Theek 5 zijn vooralsnog het belangrijkst in de samenwerking. Ook wordt er met het UWV samengewerkt. Zij sturen dan mensen door die niet mediawijs zijn. Voor hen is er de workshop klik & tik waarin beginners wegwijs worden gemaakt op het internet. Daarnaast worden er workshops aan bedrijven gegeven die hun medewerkers mediawijs willen maken. De belangrijkste sociale media die Theek 5 zelf gebruikt zijn Twitter en hun weblog. Op de laatste worden leestips gegeven voor de jeugd. Er bestond ook nog een weblog waar mensen zelf tips aan konden dragen, maar hier kwamen maar weinig reacties op. Dit ligt waarschijnlijk aan de doelgroep die niet zo actief is. Facebook zou nog een extra mogelijheid zijn, onder anderen om jongeren meer aan te spreken en meer interactie tot stand te brengen. Maar er is nog geen Facebook-pagina gecreërd omdat voor het bijhouden ervan nu nog geen ruimte is. Op de planning staan nog een mogelijk inlooppunt senior web, waar senioren met vragen betreffende mediawijsheid terecht zouden kunnen en de leercentra. De ontwikkeling van de leercentra vormt voor ons een belangrijk aanknopingspunt voor ons mediawijsheid project.  

Mediawijs leercentrum

Ons advies aan de bibliotheek in Dongen, onderdeel van Theek 5, wat betreft de mediawijsheid in de bilbiotheek, met als specifiek advies de oprichting van een leercentrum. In de bibliotheek kan meer gedaan worden aan kennis delen. De bron van kennis die nog te weinig benut wordt is die van mensen zelf, externe kennis. Dit kan opgelost worden door in het leercentrum vooral gebruik te maken van socialisatie als middel om kennis te delen. Mensen leren dan van en met elkaar, door elkaar na te doen. Maar ook door externalisatie kan men mediawijs worden. Hierbij wordt dan uitgelegd wat de mogelijkheden zijn van een specifiek apparaat, bijvoorbeeld een computer of iPad. De gadgethoek kan hier een grote rol spelen, vooral in het informeel leren. Ook kennis wat betreft de sociale netwerken, die lang nog niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn, kan hier gedeeld worden. Door externalisatie kunnen mensen door middel van voorbeelden kennis over brengen. Een van de belangrijkste veranderingen die plaats moet vinden bij de organisatie in het algemeen wat betreft het kennis delen is een verandering in het denken. Er moet veel eerder gedacht worden in termen van kennisnetwerken in plaats van beheer van documenten. Dit betreft alle kanalen waarlangs kennis door de bibliotheek stroomt. Dit zijn zowel interne als externe netwerken. De mogelijkheden van internet moeten beter benut worden en ingezet worden om klanten meer kennis te geven over de mogelijkheden van de bibliotheek en een grotere, jongere doelgroep aan te spreken. De aanmaak van een Facebook pagina is een van deze mogelijkheden. Leercentrum In een leercentrum moeten alle facetten van mediawijsheid bij elkaar komen en aangeleerd worden. De functie van het leercentrum zal het bijhouden en upgraden van kennis worden, waarbij kennis gedeeld wordt door middel van differentiatie. Op deze manier kan de gehele samenleving benaderd worden doordat ieder op een andere manier informatie kan zoeken. Mediawijsheid is immers van belang voor de hele samenleving. Naast het kennis opdoen moet de kennis ook toegepast kunnen worden. Kennis, vaardigheden en mentaliteit en de samenhang tussen deze drie moet bevordert worden door samen aan de gang te gaan met mediawijsheid. De rol van de medewerkers als interactiepartner bepaalt grotendeels hoe er geleerd wordt, deze zijn dus van groot belang. (Welke verschillende rollen interactiepartners op zich kunnen nemen wordt uitgebreider beschreven in de theorie over informeel leren) Er zijn verscheidene mogelijkheden voor het verkrijgen van kennis. (lezingen, actieve workshops, op eigen gelegenheid in het leercentrum, georganiseerde avonden voor schoolgaande (examen doende) jeugd) Met de leerstijlen van Kolb (doener, denker, dromer, beslisser, meer informatie in de theorie over kennis differentiëren) moet hierbij rekening gehouden worden. Ouderen moet men bij de (sociale) media blijven betrekken. Belangrijk is dat naast het aanbieden van een cursus op dit gebied er later ook nog eens bij elkaar gekomen wordt en er dan ook daadwerkelijk gebruik gemaakt wordt van Twitter of Facebook. Dit wordt gestimuleerd door hier bijvoorbeeld uitnodigingen op te plaatsen voor latere bijeenkomsten. Het belangrijkste uitgangspunt is dat het bij het leercentrum draait om de mens in tegenstelling tot het kenniscentrum waar het vooral om documenten draait. Het leercentrum stellen wij ons voor als een cirkelvormige opstelling, zodat mensen van elkaar kunnen zien waar ze mee bezig zijn. Hierdoor kunnen mensen elkaar inspireren. Er kunnen computers staan op een cirkelvormig bureau, met in het midden zitzakken waar op informele wijze kennis met elkaar gedeeld kan worden over bijv. gadgets. Medewerkers lopen rond en zijn makkelijk aanspreekbaar voor de klant. De klant kan om informatie of ondersteuning vragen als hij of zij hier behoefte aan heeft. Dit in plaats van de traditionele opstelling waarbij de medewerker achter de balie verscholen zit. Om de mediawijsheid van klanten te vergroten kunnen er in het leercentrum cursussen gegeven worden. Maar het leercentrum is daarnaast altijd open zodat mensen ieder moment waarop de bibliotheek geopend is gebruik kunnen maken van het leercentrum. Mensen hebben zo de keuze om of op eigen gelegenheid mediawijs worden, of door middel van een cursus. Sociale media kunnen ingezet worden om mensen uit te nodigen om hun eigen verhaal te vertellen op informatieavonden. Mensen functioneren hierbij als levende boeken, iedereen vertelt zijn eigen verhaal. Al deze kennis kan gebruikt worden in het leercentrum. Zo vindt er meer interactie plaats tussen bibliotheek en klant en is er sprake van wederzijds voordeel. Op deze manier wordt het netwerk van de bibliotheek vergroot door experts uit eigen omgeving te ontdekken en ruimte te geven om hun kennis te delen door middel van presentaties. De bibliotheek met haar leercentrum moet naar buiten treden en bereid zijn diensten te verlenen buiten de bibliotheek zelf. De vele samenwerkingsverbanden die Theek 5 al heeft kunnen hier ook van profiteren. Het leercentrum wordt een centrum voor en door mensen: een van de belangrijkste doelstellingen moet het samenbrengen van mensen zijn zodat deze van en met elkaar kunnen leren.  

Inrichting

De inrichting van een bibliotheek is, zoals bekend, van groot belang op het gedrag van de klant. Sommige bibliotheken zien er niet meer uit als een bibliotheek, maar zijn veel ruimtelijker ingedeeld dan een traditionele bibliotheek. Klanten voelen zich in een dergelijke retail bibliotheek meer op hun gemak en vinden het leuk om naar de bibliotheek te komen. Omdat de inrichting dus van groot belang is op het klantenaantal, vonden we het belangrijk ook een soort inrichting te kunnen creëren waar de bibliotheek er nog ruimtelijker en huiselijker uitziet zodat het de mensen uitdaagt. Belangrijk is om verschillende soorten zitplekken in te richten zodat er voor ieder wat wils is. Hieronder hebben we filmpjes geplaatst als voorbeeld voor een ruimtelijke, moderne bibliotheek. Bibliotheek Almere: http://youtu.be/PwqJ-dJhp8E Bibliotheek Amsterdam: http://www.youtube.com/watch?v=PwqJ-dJhp8E&feature=youtu.be

Computers staan centraal

Geen balie

Facebook

  In de huidige tijd maken sociale media een aanzienlijk deel uit van ons dagelijks leven. Facebook is veruit het populairste medium en wint nog steeds aan populariteit. Alleen in Nederland al zijn er het afgelopen half jaar een half miljoen aan leden bijgekomen, waarmee de teller nu op 3 miljoen staat. Omdat met Facebook op informele wijze veel mensen bereikt kunnen worden, en vooral de jongere doelgroep sterk aangesproken wordt, lijkt het ons verstandig om als bibiliotheek ook een Facebook aan te maken. Onderstaand zullen wij nu de mogelijkheden die een Facebook biedt illustreren: Op het profiel kunnen interesses (boeken, films, cd’s, games, voorstellingen) en activiteiten waaraan de bieb deelneemt geplaatst worden. Per categorie kunnen er achtereenvolgens bij muziek, boeken, films en games specifieke titels toegevoegd worden. Dit zou als een moderne vorm van het verspreiden van boeken-, muziek-, film- en gametips kunnen dienen omdat de eerder geprobeerde wijzen zoals een weblog niet heel goed werkten. Ter illustratie hebben wij bij de boeken, muziek, films en games titels opgegeven die nu zeer populair zijn. Een andere, zeer handige mogelijkheid die Facebook biedt is het plaatsen van evenementen. Op de site van Theek 5 hebben wij gezien dat deze in de agenda aangegeven worden. Het voordeel van Facebook bij het plaatsen van zo’n evenement is de interactiviteit ervan. Als Facebook-gebruiker kun je andere Facebook-gebruikers uitnodigen en kunnen deze op hun beurt aangeven of ze wel, niet of misschien aanwezig zijn. Als genodigde kun je dus in een opslag zien of je vrienden ook naar dit evenement zullen gaan. Voor een aantal activiteiten die de afgelopen tijd bij Theek 5 hebben plaats gevonden hebben wij een evenement aangemaakt, waarbij de tijd, locatie en aanvullende informatie opgegeven kan worden. Ook is het mogelijk om op het prikbord actueel nieuws met betrekking tot het evenement op te geven. Hierbij kan zowel de maker van het evenement als de genodigden gebruik maken van deze mogelijkheid. Als mensen enthousiast zijn over de activiteit kunnen ze dit dus op deze manier ook met elkaar delen. De bibliotheek heeft bij voorhand dus al een indicatie van de populariteit van het georganiseerde en kan beter op de wensen van de klant inspelen. Het contact met de bibliotheek verloopt via een Facebook-pagina op veel informelere wijze waarvoor de drempel voor de meeste (jonge) mensen veel lager zal zijn om in gesprek te gaan met de bibliotheek. Facebook nodigt uit om te reageren op onderwerpen die geplaatst worden, als is het alleen maar door je enthousiasme te tonen door op een ‘vind ik leuk’-knop te klikken. Het bezwaar vanuit Theek 5 was dat een Facebook-pagina veel onderhoud zou kosten en dat hiervoor momenteel geen tijd beschikbaar is. Daar de bibliotheek al wel een Twitter-account heeft en deze actief bijhoudt, lijkt ons dit geen reden voor het niet aanmaken ervan te hoeven zijn. Facebook biedt namelijk de mogelijkheid om Twitter eraan te koppelen, waardoor Tweets automatisch als status update naar Facebook gestuurd kunnen worden. Waar veel mensen wel een Facebook hebben maar geen Twitter, worden ook zij op deze wijze op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen van de bieb en hebben ze de mogelijkheid hierop te reageren. Deze status-updates verschijnen in hun algemene nieuwsoverzicht als ze bevriend zijn met de bibliotheek, waardoor deze bij hen in beeld blijft. Dit is van groot belang in een cultuur waarin de bibliotheek niet geheel vanzelfsprekend meer in beeld is en soms uit beeld dreigt te verdwijnen. Best practice: Bibliotheek Eindhoven http://www.facebook.com/#!/pages/De-Bibliotheek-Eindhoven/164266560268044  

Door klanten voor klanten

Een kenmerk van het leercentrum moet zijn dat niet de documenten maar de mensen centraal staan. We moeten starten vanuit mensen in plaats van een document als uitgangspunt nemen. Dit kan gedaan worden, en wordt gedaan door lezingen te organiseren. De bibliotheek kiest een thema, een boek of een auteur waarover gesproken gaat worden. Vaak zijn deze lezingen of bijeenkomsten zo dat er één spreker is en de toehoorders luisteren. Er vind weinig interactie plaats, ook wat betreft keuze voor het thema van de lezing. Het onderwerp wordt door de bibliotheek bedacht en daarna wordt er gekeken of er belangstelling voor is. Maar ons voorstel is om mensen zelf een verhaal te laten vertellen. Ieder mens heeft wel iets waarover hij enthausiast is en waarover hij graag verteld. Dat weten we vaak niet. We kennen mensen oppervlakkig maar wat de mensen echt bezig houdt of welke hobby hij uitoefend dat weten we vaak niet. Terwijl iedereen graag verteld over wat hij het liefste doet. Daarom zou de bibliotheek meer een beroep kunnen doen op de kennis die in de mensen aanwezig is. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, zijn story of life. Deze verhalen moeten gedeeld worden. Op deze manier is er meer interactie tussen mensen en zullen er meer raakvlakken ontstaan tussen de bezoekers van de bibliotheek. Mensen kunnen uitgenodigd worden om op aangekondigde tijden hun eigen verhaal te komen vertellen aan andere klanten. Dit kan gezien worden als een soort informatie-avond of lezing. Mensen functioneren hierbij als levende boeken, iedereen vertelt zijn eigen verhaal. Al deze kennis kan gebruikt worden in het leercentrum. Denk hierbij bijvoorbeeld aan jongeren die aan ouderen iets vertellen over het nut van twitter en hen helpen met het ontdekken van twitter, of een klant die vertelt over zijn hobby fotografie, of over zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. De vertelde verhalen kunnen gebruikt worden om de kennis die gedeeld wordt in het leercentrum te vergroten. Iedereen heeft immers kennis over bepaalde onderwerpen. Waarom zouden we die kennis niet delen? Zo vindt er meer interactie plaats tussen bibliotheek en klant en is er sprake van wederzijds voordeel. Op deze manier wordt het netwerk van de bibliotheek vergroot door experts uit eigen omgeving te ontdekken en ruimte te geven presentaties te geven. De klanten van de bibliotheek leren hun dorpelingen beter kennen waardoor ook het netwerk van de klanten wordt vergroot. Ook door middel van een maatschappelijke stage kunnen mensen geholpen worden in het leercentrum. Door kinderen een aantal middagen op de bibliotheek te laten werken kunnen ze hun kennis delen met bijvoorbeeld oudere mensen. De jonge mensen kunnen de oudere klanten waarschijnlijk veel uitleggen over de mogelijkheden van internet. Andersom kunnen de ouderen klanten zeer zeker interessante verhalen vertellen over vroeger of over de oorlog. Door jong en oud op deze manier samen te brengen ontstaat er interactie tussen de gehele bevolking en zal men elkaar inspireren. Deze mensen en hun verhalen kunnen gevonden worden met het gebruik van  sociale media. Er kan een oproep op facebook of twitter geplaatst worden, maar er kan ook een poster in de bieb worden opgehangen voor de mensen die hier niet zo handig mee zijn. Mensen kunnen zich zo aangesproken voelen om hun kennis te delen. Hierdoor wordt kennis overgedragen en kan men elkaar inspireren.

Mediawijsheid; hoe en wat?

Mediawijsheid in het algemeen

Mediawijsheid       ‘Mediawijsheid is een zaak voor iedereen. Overal waar media gemaakt of gebruikt worden, zou aandacht moeten zijn voor mediawijsheid.’ (Raad voor Cultuur, 2005, p. 22)     Mediawijsheid. Onder de naam van deze cursus doen wij onderzoek naar dit fenomeen aan de hand van drie thema’s: informeel leren, kennis delen en kennis differentiëren. Volgens de Raad voor Cultuur (2005) duidt mediawijsheid op het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.   In het rapport Mediawijsheid, de ontwikkeling van nieuw burgerschap van de Raad voor Cultuur spreekt de Raad voor het eerst van mediawijsheid in plaats van het voorheen gebruikte woord media-educatie. De belangrijkste veranderingen van de door de Raad bepleitte verbreding van mediawijsheid naar media-educatie zijn als volgt: 1.    Mediawijsheid beslaat meer terreinen dan alleen het onderwijs: ook op het terrein van de zorg, de politiek of de veiligheid dienen burgers mediawijs te zijn. 2.  Mediawijsheid betreft meer mensen dan alleen kinderen en jongeren: om optimaal te functioneren in de hedendaagse maatschappij zou iedereen mediawijs moeten zijn. 3. Het doel en de noodzaak van mediawijsheid ligt niet in de omgang met de media zelf, maar in het kunnen participeren in het maatschapplijk proces. Naast deze drie aspecten legt mediawijsheid meer de nadruk op het zelf produceren van de inhoud van de media en wordt ‘mentaliteit’ toegevoegd als belangrijkste aspect. Burgers moeten zich namelijk bewust zijn van de wijze waarop zij media gebruiken en van het effect van het gebruik op henzelf en op anderen. Bij mediawijsheid gaat het om begrip van ‘het gemedialiseerde karakter van de samenleving als zodanig opdat men in die wereld actief kan opereren’ (Raad voor Cultuur, 2005, p. 18) in tegenstelling tot enkel het aanleren van vaardigheden om zo afzonderlijke media te kunnen begrijpen en benutten. Mediawijsheid kan onderverdeeld worden in kennis, vaardigheden en mentaliteit. Bij kennis gaat het in de eerste plaats om de kennis die nodig is om mediaboodschappen te kunnen interpreteren, het besef dat media-inhouden geconstrueerd zijn en het vermogen te achterhalen door welke belangen of waadesystemen deze worden gestuurd. Hierbij is het van belang vragen te stellen als ‘wie is de afzender’ en ‘wat zijn diens belangen’. Naast het analyseren en contextualiseren van mediaboodschappen waarbij vastgesteld moet worden hoe de ene boodschap zich tot andere opvattingen verhoudt, gaat het er vervolgens ook om er op te kunnen reflecteren en er conclusies aan te kunnen verbinden. Tot slot gaat het bij kennis ook om het bewustzijn van de plaats en de rol van de media in het persoonlijke en maatschappelijke leven. Inzicht in het historisch kader waarbinnen de ontwikkeling van de verschillende vormen van communicatie heeft plaatsgevonden hoort daar idealiter ook bij. Om actief deel te kunnen nemen aan maatschappelijke communicatie moeten bepaalde vaardigheden beheerst worden. Van informatie moet men niet alleen weten waar deze te vinden is, maar ook hoe de betrouwbaarheid ervan bepaald wordt en hoe deze informatie vervolgens dan gebruikt kan worden. Van groot belang hierbij is dat media niet alleen passief maar waar mogelijk ook actief gebruikt worden, dat niet alleen geconsumeerd maar ook geproduceerd wordt. Als er zelf media-inhouden gemaakt worden, neemt men niet alleen meer deel aan het maatschappelijk proces maar begrijpt men ook de werking van de media beter. Naast de kennis en de vaardigheden is ook de mentaliteit een belangrijk onderdeel van mediawijsheid. Hiermee wordt het besef van de houding waarmee men gebruik maakt van media bedoeld. Deze houding kan per gebruiker verschillen (actief, passief, kritisch, goedgelovig, enthousiast of cynisch). Als men naast passief ook actief participeert en zelf media produceert, moet men zich bewust zijn van de effecten die hun handelen als gevolg kan hebben en men moet daarvoor verantwoordelijkheid nemen. Belangrijk is om te realiseren dat het altijd om de samenhang van bovengenoemde drie aspecten gaat. Bij het simpele voorbeeld van het beoordelen van media-informatie spelen alle drie een rol: het veronderstelt een kritische houding (mentaliteit), al dan niet aanwezige voorkennis van de materie (kennis) en het controleren van de aangeboden informatie (vaardigheden). Zonder vaardigheden blijft kennis tenslotte abstract en zonder mentaliteit kunnen kennis en vaardigheden in maatschappelijk opzicht ongewenste effecten veroorzaken. Ook is het van groot belang te differentiëren binnen mediawijsheid. Zo zijn burgers in de zorgsector al mediawijs als ze de herkomst en betrouwbaarheid van informatie op het internet kunnen achterhalen en deze op verantwoorde manier kunnen inzetten om zo hun eigen gezondheid te bevorderen of in contact te komen met medische instanties. Maar als het bijvoorbeeld om jongeren gaat die een documentaire willen maken over hun eigen leven komen er andere mediacompetenties om de hoek kijken. Er moet dan kennis aanwezig zijn van het vertellen van verhalen, hoe feiten van fictie en mening te scheiden en de suggestieve kracht van beelden moet begrepen worden. Daarnaast moet er nog omgegaan kunnen worden met camera’s en montageprogramma’s. Naar aanleiding van het rapport van de Raad voor Cultuur verscheen het artikel: Vijf jaar mediawijsheid: een vak apart? In dit artikel wordt naar onze mening het belang van mediawijsheid zeer duidelijk uiteengezet. Vandaar dat wij hier nu graag naar willen verwijzen: http://www.ictnieuws.nl/?platformID=77

Bibliotheek; vroeger en nu

Vroeger

Context van vandaag

Toekomstperspectief

Veranderende wereldbeelden

  We leven in een overgangsfase. Een overgang van schriftcultuur naar een digitale cultuur. Termen die ook genoemd worden zijn een mechanistisch wereldbeeld en een postmodern wereldbeeld. Wat wordt er met die termen bedoeld?   Een mechanistisch wereldbeeld betekent dat we de wereld jarenlang hebben gezien als een samenhangend geheel van oorzaak en gevolg. Deze manier van denken heeft nog steeds grote invloed op ons doen en laten, het beheerst onze manier van keuzes maken en de manier waarop we in het leven staan. Bij een mechanistisch wereldbeeld wil men alles kunnen verklaren, alles zou een reden hebben. Het is een liniare manier van omgaan met kennis en informatie. Het mechanistisch wereldbeeld maakt gebruik van hiërarchie. Het is erg top – down. De deskundigen vertellen aan de massa wat er moet gebeuren en op welke manier. Het mechanistische denken is heel liniar. Een proces heeft een begin en op een bepaalde manier zal het doel bereikt worden. Het mechanistisch wereldbeeld werkt ook heel instituioneel. Instituties zijn een autoriteit en daar worden de regeltjes en technieken bedacht om tot een bepaald doel te komen, een doel dat ook door die instituties is bedacht. De verhouding producent en consument is eenvoudig. Een producent produceert een product of dienst, een consument koopt het product of neemt de dienst af. Het mechanistisch denkwereld wordt ook wel samenleving 1. 0 genoemd. Het mechanistisch wereldbeeld is analyseerbaar en beheersbaar en geeft ons een gevoel van veiligheid. Hier wordt verandering in aangebracht door het postmoderne denken dat in kan slaan als een bom omdat al het vertrouwde zal veranderen en op een andere manier ingezet zal worden.   Bij een postmodern wereldbeeld is kennis en informatie op veel nieuwe manieren beschikbaar voor iedereen. Bij een postmodern wereldbeeld zien we dat hiërarchie ontbreekt. De massa kan net zoveel of misschien wel meer weten dan de deskundigen die hoog op de hiërarchische ladder staan. Hierdoor komt er veel input van de massa en geeft de massa aan waar de deskundigen zich mee bezig kunnen houden,  met de vraag die vanuit de massa naar voren komt. Zo ontstaat er een bottum- up constructie, het initiatief komt van de consumenten. In tegenstelling tot het mechanistische proces dat heel liniair en duidelijk is, is het proces vanuit de postmoderne denkwijze ongrijpbaar, multimediaal en pluriform. In de postmoderne wereld wordt meer samengewerkt. Je bent niet de enige met bepaalde kennis, er zijn meerdere mensen die net zoveel weten als jij waardoor je samen tot een doel kan komen Door kennis te delen onstaat er veel kruisbestuiving met als doel dat je kennis wordt uitgebreid.  Ook met betrekking tot het werk zie je dat er niet steeds met dezelfde teams wordt samengewerkt, maar dat er per project gekeken wordt naar welke mensen met bepaalde talenten ingeschakeld kunnen worden en met elkaar in contact gebracht kunnen worden. Was het in de mechanistische wereld duidelijk wie de producent en wie de consument was, in het postmoderne denken is dat niet duidelijk. Door de opkomst van multimedia kan de consument de rol aannemen van producent. We spreken dan ook van prosumenten. Internet is een medium dat nauw samenhangt met het postmoderne denken. Het internet is immers niemands eigendom, het zweeft boven ons allemaal. Iedereen is producent van informatie waardoor de verhouding consument en producent is verdwenen. Ook is het internet niet liniair want het heeft geen begin en al helemaal geen einde. Het internet is fragmentarisch, het belicht fragmenten van de werkelijkheid. Ook is het internet gelijktijdig. Op verschillden plekken in de wereld kunnen dezelfde mensen met hetzelfde onderwerp bezig zijn en met elkaar in contact komen, alles kan naast elkaar gebeuren. Je hoeft niet eerst het ene te weten voor je informatie op kan zoeken over het andere. Het postmoderne denken wordt ook wel samenleving 2.0 genoemd.   Zoals te verwachten moeten we naar een samenleving 3.0 toe werken. Dit is een samenleving waarin nog meer gebruik gemaakt gaat worden van de mogelijkheden die internet biedt. Om te komen tot een samenleving 3.0 moeten we out of the box denken. We moeten proberen te denken op een manier die we niet gewend zijn. Problemen en obstakels op een andere manier benaderen. We moeten meer een beroep doen op de kennis van anderen. Netwerken is hiervoor van groot belang. Je moet weten bij wie je aan kunt kloppen voor bepaalde informatie.

Basis

Differentiëren

Wat is differentiatie?

Differentiatie in het onderwijs

Basis voor differentiatie, Theorie Gardner, 1. Linguïstisch intelligentie, 2. Logisch-mathematische intelligentie, 3. Muzikale intelligentie, 4. Lichamelijk-kinesthetische intelligentie, 5. Ruimtelijke intelligentie, 6. Inter-persoonlijke intelligentie, 7. Intra-persoonlijke intelligentie, 8. Naturalistische intelligentie, Theorie Kolb, Schema leerfasen, Leerstijlen, Doener, Dromer, Denker, Beslisser

Toepassing op bibliotheek, Leeftijd, Vermaak, ontmoeting en kennis, Internet en technische snufjes, Tagging

Kennis delen

Gebruikte literatuur voor Kennis Delen   Best pratices Hendriks, B (1999) . De centrale rol van het kenniscentrum. Informatieprofessional, 3 (2)   Vos, K (1998). Waar is de bibliotheek?. Informatieprofessional, 2 (6) Westerkamp, K (2004). Van bibliotheek naar kenniscentrum, kennismanagement bij het WNF. Facto Magazine, 4, p 34-37   Wetenschappelijk onderzoek: Owen, J.M. ( 2001) Kennismanagement   Internet Afbeelding: http://www.omnichannel.nl/?p=203, geraadpleegd op 30 april 2011   http://www.theek5.nl/index.asp, geraadpleegd op 30 april 2011    

Wat is kennis?

Kennis delen

Waar komt kennis vandaan?, Socialisatie, Externalisatie, Combinatie, Internalisatie

Belang van Kennis

Kennismanagement en de bibliotheek volgens John Mackenzie Owen

Bibliotheek als kenniscentrum, Toepassing op bibliotheek Dongen

Informeel leren

Gebruikte literatuur voor Informeel Leren Alkema, E. (2006). Meer dan onderwijs: Van Gorcum. Cultuur, R. v. (2005). Mediawijsheid, de ontwikkeling van nieuw burgerschap. Anja Doornbos, E. D., Robert-Jan Simons (2004). Leren van je werk, verbanden tussen werkgerelateerde en individuele factoren en informeel leren bij de Nederlandse politie. Edutainment. Edutainment Amsterdam Retrieved 27-03-2011, 2011, from http://www.edutainmentamsterdam.nl/Default.aspx?id=3562 Ellström, P. E. (2001). Integrating learning and work: problems and prospects. Human Resource Development Quarterly, 12(4), 421-435. Eraut, M. (2000). Non-formal learning and tacit knowledge in professional work. British Journal of Educational Psychology, 70, 113-136. Kwakman, C. H. E. (1999). Leren van docenten tijdens de beroepsloopbaan. Studies naar professionaliteit op de werkplek in het voortgezet onderwijs. [Teacher learning. Studies to the professionalism at the workplace in secondary education]. University of Nijmegen, Nijmegen, The Netherlands. Marsick, V. J., & Watkins, K. E. (1990). Informal and incidental learning in the workplace. London: Routledge. McCauley, C. D., & Hezlett, S. A. (2001). Individual development in the workplace. In N. Anderson (Ed.), Handbook of Industrial, Work and Organizational Psychology I (pp. 313-335). London: Sage. Onstenk, J. H. A. M. (1997). Lerend leren werken. Brede vakbekwaamheid en de integratie van leren, werken en innoveren. Katholieke Universiteit Nijmegen, Amsterdam. Sanne Ovaere, L. V. A. (2007-2008). Reflecties in duo vanuit het ervarings(gericht)leren. Katholieke Hogeschool Leuven. Fifi Schwarz, B. T. (2010). Vijf jaar mediawijsheid: een vak apart? Retrieved 26-04, 2011, from http://www.ictnieuws.nl/?platformID=77 Vlaanderen, C. e-cultuur Retrieved 03-05, 2011, from http://www.cjsm.vlaanderen.be/e-cultuur/beleidskader/bouwstenen/lexicon/ Vlaanderen, C. Leren in cultuur en door cultuur. Doorbraken voor 2020. Retrieved 03-05-2011. from http://docs.google.com/viewer?a=v&q=cache:uRrmDkLVAgMJ:www.cjsm.vlaanderen.be/cultuur/cultuurforum/downloads/competentieverwerving_en_-waardering_stimuleren_verdiependetekst.pdf+Informeel+leren+laat+zich+samenvatten+als+het+verwerven+van+kennis,+vaardigheden+en+attitudes+op+grond+van+de+ervaringen+die+men+opdoet+in+de+confrontaties+met+de+omgeving.+Het+informeel+leren+is+het+resultaat+van+de+dagelijkse+activiteiten+van+het+individu+in+de+persoonlijke,+familiale,+professionele+en+maatschappelijke+context.&hl=nl&gl=nl&pid=bl&srcid=ADGEESgJLvZjYmmunEvDznd-Ew2Q6rBZekThBvMUEeEssswk3l1E7tTS_mItYb4AtsoIk4JRWD-CuYjiBEBTf3eJ9We77gaiif3Db1l2II-u0EbD3MdljRiX00JjENQqFLdcrsJQYdR5&sig=AHIEtbRLOv1nlZFu4BPUH89xe-FYVUqGKA&pli=1. welzijn, T. z. e. (2011). Informeel leren Retrieved 03-05, 2011, from http://www.thesauruszorgenwelzijn.nl/informeelleren.htm Woordenboek, M. Informeel leren Retrieved 03-05, 2011, from http://www.mijnwoordenboek.nl/vertalen.php?woord=informeel+leren&src=NL&des=EN    

Wat is informeel leren?

Theorie van Onstenk, Immanent leren, Gesitueerd leren, Zelfstandig leren, Arbeids- en beroepssocialisatie

Theorie van Kolb

Best practices, Levenslang en levensbreed leren, Edutainment, Leefsleutels

Nieuw knooppunt