VANUIT EEN HULPVERLENINGSSITUATIE

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
VANUIT EEN HULPVERLENINGSSITUATIE by Mind Map: VANUIT EEN HULPVERLENINGSSITUATIE

1. MET WELK MANDAAT STAP IK HIERIN?

1.1. VANUIT HET BEROEP

1.1.1. WAARDENPOSITIES

1.1.2. P-RO-STRO

1.1.3. VISIETEKST MAATSCHAPPELIJK WERK

1.1.4. WAARDEN VAN HET BEROEP

1.2. VANUIT JE CLIËNT

1.2.1. WAT VERWACHT DE CLIËNT VAN JE?

1.3. VANUIT JE ORGANISATIE

1.3.1. WAT VERWACHT DE ORGANISATIE VAN MIJ?

1.3.2. WAT VERWACHT IK VAN DE ORGANISATIE?

1.4. VANUIT DE SAMENLEVING

1.5. VANUIT JE EIGEN OVERTUIGING, VISIE

1.6. VANUIT EEN SAMENWERKINGSVERBAND

2. HOE ZORG IK VOOR VERBINDING?

2.1. VISIE

2.1.1. WAARDENPOSITIES

2.1.1.1. BAAS IN EIGEN VERHAAL

2.1.1.2. ERKENNEN VAN ERVARINGSDESKUNDIGHEID

2.1.1.3. IEDEREEN IS VERANTWOORDELIJK

2.1.2. GELOOF IN (DE KRACHT VAN) MENSEN

2.1.3. GELOOF IN HET BELANG VAN EEN GOED CONTACT

2.2. HOUDING

2.2.1. TRONTO: CARING ABOUT, TAKING CARE

2.2.2. VERWONDERING, HET NIET WETEN

2.2.3. GELOOF IN DE KRACHTEN EN INZET

2.2.3.1. ERKEN DAT OVERAL KRACHTEN TE VINDEN ZIJN

2.2.3.2. ERKEN DAT SAMENWERKEN MOGELIJK IS, OOK BIJ VERPLICHTE HULPVERLENING

2.2.4. WAARDEREND

2.2.4.1. FOCUS OP KLEINE VERANDERING

2.2.4.2. VERWAR DETAILS VAN DE ZAAK NIET MET EEN OORDEEL

2.2.5. PRESENTIE

2.2.6. RESPECT EN GEDULD

2.2.6.1. WERK SAMEN MET DE PERSOON, NIET HET PROBLEEM

2.2.6.2. RESPECTEER DE ANDERE ALS PERSOON WAARMEE HET WAARD IS OM ZAKEN TE DOEN

2.2.7. AUTHENTICITEIT, TRANSPARANTIE EN ECHTHEID

2.2.8. BETROUWBAARHEID EN EERLIJKHEID

2.2.9. MEERZIJDIGE PARTIJDIGHEID

2.2.10. GELIJKWAARDIGHEID EN WEDERKERIGHEID

2.2.10.1. BIED EERLIJKE KEUZES AAN

2.2.11. HUMOR INZETTEN

2.2.12. VANUIT INZET WILLEN ZIEN

2.2.13. BESCHOUW ELK GESPREK ALS EEN KANS OP VERANDERING

2.3. VAARDIGHEDEN

2.3.1. TRONTO: CARE GIVING, CARE RECEIVING

2.3.2. LUISTEREN

2.3.2.1. ACTIEF LUISTEREN

2.3.2.1.1. MIMIEK

2.3.2.2. PARAFARSEREN

2.3.2.3. STILTE TOELATEN

2.3.2.4. EMPATHISCH REAGEREN

2.3.3. VERBAAL

2.3.3.1. DOORVRAGEN

2.3.3.1.1. O/S-B-H

2.3.3.1.2. CONCRETISEREN

2.3.3.2. SAMENVATTEN

2.3.3.3. INZET BENOEMEN

2.3.3.4. POSITIEF BENOEMEN

2.3.3.5. PARAFRASEREN

2.3.4. NON-VERBAAL

2.3.4.1. VOLGEN

2.3.4.2. OOGCONTACT

2.3.4.3. ONLINE MIDDELEN

3. HOE ZORGEN VOOR VERANDERING?

3.1. VRAAGVERHELDERING, EXPLORATIE, ANALYSE: HOE KRIJG IK ZICHT OP DE SITUATIE?

3.1.1. WIE STELT ER EEN HULPVRAAG/ ZIT MET EEN ZORG?

3.1.1.1. AANMELDER

3.1.1.2. HULPVRAGER

3.1.1.3. OMGEVING

3.1.1.4. VERWIJZER

3.1.2. WIE IS ER NOG ALLEMAAL BIJ BETROKKEN?

3.1.3. WAT ZIJN DE HULPVRAGEN/ ZORGEN?

3.1.3.1. REGELPROBLEMEN

3.1.3.2. WERKROBLEMEN

3.1.4. WAT ZIJN DE KRACHTEN?

3.1.4.1. WELKE GEBIEDEN ZIJN INTACT?

3.1.4.2. TOEKOMSTVERWACHTINGEN?

3.1.4.3. PROBLEEMOPLOSSEND VERMOGEN

3.1.4.4. DRAAGKRACHT

3.1.4.5. RELATIONEEL NETWERK

3.1.4.5.1. STEUNFIGUREN

3.1.4.5.2. VOORZIENINGEN/ HULPBRONNEN

3.1.4.6. VEERKRACHT

3.1.5. MOETEN WE ONS NOG ANDERE VRAGEN STELLEN: KNIPPERLICHTEN?

3.1.5.1. ETHISCH/ FILOSOFISCH

3.1.5.1.1. BELANGENCONFLICTEN

3.1.5.1.2. ETHISCHE DILEMMA'S, VRAAGSTUKKEN

3.1.5.1.3. NORMATIEF: MAATSCHAPPELIJKE GRENZEN

3.1.5.1.4. EIGEN GRENZEN

3.1.5.1.5. SCHEMA'S UIT FAAR

3.1.5.2. LEEMTES: WAT WE NOG NIET WETEN

3.1.5.3. JURIDISCH

3.1.5.3.1. WAT ZIJN DE MOGELIJKE JURIDISCHE PROBLEMEN?

3.1.5.3.2. KOMEN MENSEN AAN HUN RECHT

3.1.5.4. STRUCTUREEL/ BELEIDSMATIG

3.1.5.4.1. WELKE STRUCTUREN BEÏNVLOEDEN DE SITUATIE?

3.1.5.4.2. WELKE MAATSCHAPPELIJKE NORMEN, (VOOR) OORDELEN BEÏNVLOEDEN DE SITUATIE

3.1.5.4.3. IS HET NODIG OM NAV DEZE SITUATIE TE SIGNALEREN?

3.1.6. WAT IS DRINGEND? BELANGRIJK? ERSNT?

3.1.6.1. CRISIS?

3.1.7. VERSTA IK WAT ER AAN DE HAND IS?

3.1.7.1. WAT KAN IK IN KAART BRENGEN?

3.1.7.1.1. GENOGRAM

3.1.7.1.2. TIJDSLIJN

3.1.7.1.3. NETWERK

3.1.7.1.4. HULPVRAGEN

3.1.7.1.5. WAT HEBBEN DE MENSEN AL GEPROBEERD?

3.1.7.2. DE SITUATIE VERSTAAN, INZICHT KRIJGEN

3.1.7.2.1. MENSEN VERSTAAN

3.1.7.2.2. WISSELWERKING ZIEN

3.1.7.2.3. PROBLEMEN VERSTAAN

3.1.7.2.4. VERKLAREN

3.1.8. WENSEN/ VERWACHTINGEN VAN BETROKKENEN

3.2. WAT TE DOEN OM DE ZAKEN TE VERANDEREN?

3.2.1. MOTIVATIONEEL WERKEN

3.2.1.1. INTERNE EN EXTERNE MOTIVATIE

3.2.1.2. DROOMVRAAG

3.2.1.3. SCHAALVRAAG

3.2.1.4. BEKRACHTIGEN

3.2.1.5. PROCHASKA EN DICLEMENTE

3.2.2. DOELENBOOM FORMULEREN

3.2.2.1. CRITERIA VOOR DOELEN

3.2.2.1.1. SMART

3.2.2.1.2. KISS

3.2.2.1.3. INSPRAAK VAN CLIËNT (SYSTEEM)

3.2.2.1.4. SANEREND, EMANCIPEREND EN STABILISEREND

3.2.2.2. STRATEGISCHE DOEL(EN)

3.2.2.3. OPERATIONELE DOELEN

3.2.2.4. ACTIES FORMULEREN

3.2.2.4.1. TECHNIEKEN

3.2.2.4.2. AANDACHTGEBIEDEN

3.2.3. OPZOEKWERK

3.2.3.1. PROBLEEM BETER VERSTAAN

3.2.3.1.1. VB: JURIDISCH

3.2.3.2. VERKENNEN WAT JE KAN DOEN (PRACTISE BASED EVIDENCE / EVIDENCE BASED PRACTISE)

3.2.4. UITVOEREN VAN PLAN

3.2.4.1. WAT DOET DE CLIËNT?

3.2.4.2. WAT DOE JE ZELF?

3.2.5. EVALUEREN

3.2.5.1. REGELS VAN FEEDBACK

3.2.6. BIJSTUREN

3.2.7. AFSLUITEN

4. VERSLAGGEVING