artikel 152, 153, 33, 339, 341, 342

Jetzt loslegen. Gratis!
oder registrieren mit Ihrer E-Mail-Adresse
artikel 152, 153, 33, 339, 341, 342 von Mind Map: artikel 152, 153, 33, 339, 341, 342

1. 152

1.1. Het opmaken van proces-verbaal kan onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie achterwege worden gelaten

1.2. .De ambtenaren, met de opsporing van strafbare feiten belast, maken ten spoedigste proces-verbaal op van het door hen opgespoorde strafbare feit of van hetgeen door hen tot opsporing is verricht of bevonden.

2. 153

2.1. .Het proces-verbaal wordt door hen opgemaakt op hun ambtseed of, voor zover zij die niet hebben afgelegd, door hen binnen tweemaal vier en twintig uren beëedigd voor een hulpofficier van justitie die daarvan een verklaring op het proces-verbaal stelt.

2.2. Het wordt door hen persoonlijk opgemaakt, gedagtekend en ondertekend; daarbij moeten tevens zoveel mogelijk uitdrukkelijk worden opgegeven de redenen van wetenschap. Met een ondertekend proces-verbaal wordt gelijkgesteld een proces-verbaal dat langs elektronische weg is opgemaakt of omgezet, mits dit voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.

3. 33

3.1. De kennisneming van alle processtukken in het oorspronkelijk of in afschrift mag, behoudens het bepaalde in artikel 149b, de verdachte niet worden onthouden zodra de dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg aan hem is betekend dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.

4. 339

4.1. Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:

4.1.1. eigen waarneming van den rechter;

4.1.2. verklaringen van den verdachte;

4.1.3. verklaringen van een getuige;

4.1.4. verklaringen van een deskundige;

4.1.5. schriftelijke bescheiden

4.2. Feiten of omstandigheden van algemeene bekendheid behoeven geen bewijs

5. 341

5.1. Onder verklaring van den verdachte wordt verstaan zijne bij het onderzoek op de terechtzitting gedane opgave van feiten of omstandigheden, hem uit eigen wetenschap bekend.

5.2. Zoodanige opgave, elders dan ter terechtzitting gedaan, kan tot het bewijs, dat de verdachte het telastegelegde feit begaan heeft, medewerken, indien daarvan uit eenig wettig bewijsmiddel blijkt.

5.3. Zijne opgaven kunnen alleen te zijnen aanzien gelden

5.4. Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, kan door den rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de opgaven van den verdachte.

6. 342

6.1. Onder verklaring van een getuige wordt verstaan zijne bij het onderzoek op de terechtzitting gedane mededeeling van feiten of omstandigheden, welke hij zelf waargenomen of ondervonden heeft.

6.2. Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, kan door den rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.