Week 6-10 postmenses

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Week 6-10 postmenses Door Mind Map: Week 6-10 postmenses

1. ectoderm

1.1. verdikt boven chorda en vormt neuraalplaat

1.1.1. = basis CZS

1.2. laterale randen van neurale plaat verhoogd om neurale plooien te vormen + vormt ingedrukte midden gebied

1.2.1. = neurale groef

1.3. neutralisatie

1.3.1. = neurale plaat vormt neurale buis

1.3.2. de randen neigen verder naar elkaar en vergroeien

1.4. sluiting neurale buis

1.4.1. w gestimuleerd door foliumzuur

1.4.2. één vd meest cruciale momenten

1.4.3. niet correct

1.4.3.1. neuraalbuisdefect

1.4.3.1.1. spina bifida

1.4.3.1.2. anencefalie

1.4.3.1.3. hazenlipje

1.5. craniaal verwijdt de buis

1.5.1. vorming aantal blaasjes

1.5.1.1. = hersenblaasjes

1.5.2. rest van buis vormt ruggenmerg

2. mesoderm

2.1. paraxiaal mesoderm vormt somieten

2.1.1. deze differentiëren zich in

2.1.1.1. sclerotoom

2.1.1.1.1. wervels

2.1.1.1.2. ribben

2.1.1.2. dermatoom

2.1.1.2.1. dermis

2.1.1.2.2. epidermis

2.1.1.3. myotoom

2.1.1.3.1. spieren

2.1.2. praxiaal mesod: cellen die nabij de chroda gelegen zijn, prolifereren en vormen een dikke weefsellaag

2.2. intermediair mesoderm (weefsel lateraal van paraxiaal mesoderm)

2.2.1. differentieert in

2.2.1.1. urogenitaal stelsel

2.3. laterale plaat

2.3.1. coeloomholte

2.3.1.1. lichaamsholten

2.3.1.2. sereuze vliezen

2.3.1.2.1. peritoneum

2.3.1.2.2. de pleura

2.3.1.2.3. pericardium

2.4. ook mesodermaal van oorsprong zijn de bloedvaten met het bloed en het steunweefsel

3. endoderm

3.1. ventraal: kop en staartgebieden vouwen

3.1.1. foetushouding

3.2. lateraal: lichaamsplooien

3.3. verbinding embryo en dooierzak

3.3.1. ductus vitellinus

3.3.1.1. gastro-intestinaal

3.3.1.2. ademhalingsstelsel

3.3.1.3. blaas en urethra

3.3.1.4. epitheel middenoor

3.3.1.5. buis van Eustachius

3.4. door een laterae kromming vh embryo vormt het endoderm dat aanvankelijk een platte schijf is, zich geleidelijk om tot buisvormige darm. hierdoor sluit het embryo zich waardoor een rond lichaam ontstaat

4. uitwendige lichaamsvormen

4.1. embryo w herkenbaar menselijk op 10w

4.2. alle grote organen zijn gevormd

4.3. week 5

4.3.1. 2 mm

4.4. w 6

4.4.1. 6 mm

4.5. w 7

4.5.1. 8 mm

4.6. w 8

4.6.1. 15 mm

4.7. w 9

4.7.1. CRL 22 mm (+6,5)

4.8. w 10

4.8.1. CRL 35 mm