Stoïsche Filosofie

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Stoïsche Filosofie Door Mind Map: Stoïsche Filosofie

1. De Stoa De Stoa is een filosofische stroming en Stoa betekent zuilenhal die in Athene stond. Leraren van de Stoa kwamen hier bijeen. Het is een Griekse leer. Stichter is Zeno. Degene wiens ideeën bepalend zijn geweest voor de stoïsche leer was Chrysippus. De 3 periodes in de geschiedenis van het stoïcisme zijn: - De Oude Stoa, - De Midden-Stoa, met als belangrijkste vertegenwoordigers Panaetius van Rhodes en Posidonius van Apamea. - En het Neostoïcisme te Rome met als belangrijkste representanten Seneca en Marcus Aurelius

1.1. Logica: Deel van de stoa, houdt zich bezig met geldigheid en redeneringen

1.2. Fysica bestudeert de natuur (aarde en heelal).

1.3. Ethica houdt de menselijke handelingen en het normen-en waardenpatroon in.

2. 2 Principes waar alles op terug slaat

2.1. Passieve beginsel: de materie, die alle mogelijke vormen kan krijgen.

2.2. Actieve beginsel:atuur. De kracht die alle dingen vormt tot wat ze zijn. Het geeft alles richting en leiding. De natuur is niet willekeurig, het is redelijk, dit bekent dus dat alles wat gebeurt niet alleen begrijpelijks is maar ook volgens wet

3. De Kennisleer: de leer die zich bezighoudt met hoe kennis tot stand is gekomen en wat het is.

3.1. De stoicijnen hadden veel belangstelling voor de astrologie en de mantiek (voorspellingskunst). De goddelijke voorzienigheid laat bepaalde tekens aan bepaalde gebeurtenissen voorafgaan. De mantiek kan waardevol zijn wanneer zij het noodzakelijk verband tussen deze tekens en toekomstige gebeurtenissen blootlegt. Zo geloofde ze dat in een lever van een offerdier een teken verborgen lag die een toekomstige gebeurtenis aankondigde. De goddelijke voorzienigheid liet aan bepaalde gebeurtenissen bepaalde tekens voorafgaan.

4. Fatum: Toeval is onmogelijk, de ratio doorziet en voorspelt alles wat er gebeurt

4.1. Providentia en goddelijke tekens God wordt gelijkgesteld aan het noodlot, Fatum,

4.1.1. De stoicijnen hadden veel belangstelling voor de astrologie en de mantiek (voorspellingskunst). De goddelijke voorzienigheid laat bepaalde tekens aan bepaalde gebeurtenissen voorafgaan. De mantiek kan waardevol zijn wanneer zij het noodzakelijk verband tussen deze tekens en toekomstige gebeurtenissen blootlegt. Zo geloofde ze dat in een lever van een offerdier een teken verborgen lag die een toekomstige gebeurtenis aankondigde. De goddelijke voorzienigheid liet aan bepaalde gebeurtenissen bepaalde tekens voorafgaan.

4.2. Stocijnen gingen ervan uit dat: De voorzienigheid gericht is op de goede orde van de wereld en dat processen in de wereld ten diensten stonden aan de mens. Ze geloofden dat dieren er waren om mensen te dienen. Als alles is voorzien of vooraf bepaald en als de mens deel heeft aan het goddelijk ratio dan moet het voor de mens zin hebben om het goddelijk plan proberen te doorgronden.

5. Vuur is de oermaterie. Vanuit vuur ontstaan de elementen en vandaaruit de wereld. De wereld zou echter op een gegeven moment in vuur opgaan en geheel verbranden. Hierna ontstaan de elementen weer uit het vuur en zal de wereld weer opnieuw ontstaan

6. Iedereen is een schakel in het groter geheel en deel heeft aan de totale structuur van de wereld

6.1. De mens moet zich in zijn leven laten leiden door dit inzicht en de werking van de ratio. Dit inzicht maakt duidelijk dat alles wat er in het leven gebeurt uiteindelijk zijn plaats heeft in het grotere geheel. Zo kan de mens begrijpen dat vreselijke gebeurtenissen nodig zijn voor het tot stand komen van goede dingen.

7. De Ratio: het vermogen om te denken en te begrijpen

8. Voor de Stoicijnen was een wijze worden echt het ultieme. De wijzen bezaten allemaal deze 4 op elkaar lijkende eigenschappen: wijsheid, rechtvaardigheid, dapperheid en zelfbeheersing.

9. Een van de meest opmerkelijke kenmerken van de Stoicijnse cultuur is het feit dat iedereen gelijk is. Mannen en vrouwen hadden dezelfde rechten en hetzelfde respect zelfs buitenlanders en slaven. onderscheid maken tussen deze dingen is in strijd met de natuur volgens de Stoicijnen.

10. Om de mensen zich zo goed mogelijk te laten gedragen creerden de Stoicijnen een plicht (officum) De Stoicijnen moesten handelen in overeenkomst met de natuur. en niet alleen aan zichzelf denken maar ook aan de natuur.

11. De Stoicijnen maakten onderscheid tussen de verschillende gebeurtenissen waar men wel iets aan kon doen en de dingen die ze niet in de hand hadden. ‘Denken’ en ‘voelen’ zijn voorbeelden van dingen waar we wel invloed op hebben. Volgens de Stoicijnen is het tonen van heftige emoties een fout iets.

12. Als bijvoorbeeld een vriend overlijdt is dat iets waar je niets aan kan doen. Dus hoor je dan niet heftige emoties te tonen.