Casino - Pieter Aspe

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Casino - Pieter Aspe Door Mind Map: Casino - Pieter Aspe

1. 1. Onderwerp

1.1. Onderwerpbeschrijving

1.1.1. Een detectieve onderzoekt een aantal moorden die zich voordoen in de gokwereld en besluit undercover te gaan.

1.2. Het onderwerp is goed uitgewerkt. je verdiept je een beetje in de gokwereld en deze gokwereld gaat gepaard met vele moorden.

2. 2. Thematiek

2.1. Titelverklaring

2.1.1. Titel: Casino

2.1.2. Als je praat over mensen in de gokwereld bevinden die zich vaak in een casino. Dit is een plaats waar je je geld kan kwijtraken maar ook geld kan bijwinnen. In dit verhaal bevinden we ons vaak in één van deze casino's

2.2. Centrale thema

2.2.1. a. Moord

2.2.2. b. Detectieve

2.2.3. c. Gokwereld

2.3. Motieven

2.3.1. a. In het verhaal doet er zich nu en dan een moord/moordpoging voor.

2.3.2. b. Het is een detectieveverhaal dus we volgen het verhaal vanuit zijn standpunt

2.3.3. c. In het boek bevinden we ons bijna continu in of rond de gokwereld en casino's.

3. 3. Tijd en ruimte

3.1. Historische tijd

3.1.1. Detectieves, gokspelletjes, casino's, ... zijn allemaal zaken van deze tijd. (ookal bestonden er vroeger ook al gokspelletjes maar dan variaties of totaal andere versies van de gokspelletjes die we nu kennen; blackjack, poker, ...) Door deze zaken situeer ik het verhaal toch zeker tussen 2005 (het jaar waarin het uitgebracht is) en nu.

3.2. Geografische ruimte

3.2.1. Het verhaal speelt zich af in Brugge, maar het verhaal kon zich eender waar in een stad hebben afgespeeld zoals bv. Las Vegas dat gekend staat om zijn gokwereld. Zolang de gokwereld gevestigd is in een stad is het eigenlijk een goede locatie voor dit verhaal.

3.3. symbolische/sfeerscheppende ruimte

3.3.1. Aangezien we ons vaak in een casino bevinden waar er zich nu en dan een moord voor doet is de sfeer vaak duister en donker.

4. 4. Structuur

4.1. Tijdverloop

4.1.1. Het verhaal verloopt chronologisch. Naar het einde toe was er een tijdssprong. Er waren enkele verwijzingen naar het verleden maar een echte flashback was er niet echt.

4.2. Verteltijd/vertelde tijd

4.2.1. De relatie tussen de twee was redelijk evenwichtig.

4.2.2. Soms wat langdradiger waardoor er een langere verteltijd was t.o.v. de vertelde tijd.

4.2.3. Op het einde van het verhaal was er een tijdsprong van ongeveer 10 weken dus uiteindelijk was de verteltijd veel korter dan de vertelde tijd.

4.3. Spanningsopbouw

4.3.1. i. De lezer komt altijd bijna evenveel teweten als de protagonist, soms iets meer.

4.3.2. ii. Het verhaal wordt vaak vertraagt en hierdoor wordt de spanning opgebouwd.

4.3.3. Om de lezer niet teveel informatie te geven geeft de schrijver niet teveel informatie weg op een paar hints na natuurlijk wat er uiteindelijk ging gebeuren, ookal was het einde redelijk voorspelbaar.

5. 5. Personages

5.1. Protagonist

5.1.1. Pieter Van In

5.1.1.1. Round character

5.1.1.1.1. Zijn character evolueert verder in het boek en dus ook in de grote serie van boeken. Hij zal altijd verandert zijn na elk avontuur.

5.1.1.2. Detectieve

5.1.1.3. Partner: Hannelore

5.1.1.4. Houdt van op café gaan

5.1.1.5. Woont in Brugge

5.1.1.6. Collega: Versavel

5.2. Nevenpersonages

5.2.1. Hannelore

5.2.2. Blontrock

5.2.3. Versavel

6. 6. Vertelperspectief

6.1. Hij-verteller

6.1.1. Er wordt in conversaties en scènes niet veel extra informatie weergegeven zodat de uiteindelijke afloop/plottwist niet wordt prijsgegeven.

6.1.2. Effect

6.1.2.1. De lezer wacht vaak in spanning op de afloop van een spannende scène door zijn beperkte kennis. Met een alwetend perspectief zou de lezer vaker al alles weten en is een stuk van de spanning er al van.