Judas - Astrid Holleeder

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Judas - Astrid Holleeder Door Mind Map: Judas - Astrid Holleeder

1. Thema

1.1. Verraad en angst

1.1.1. Astrid leeft haar hele leven al in angst. Ze is bang voor Willem en haar vader. Het gaat vaak over de onderwereld waar ze zich in bevinden.

1.2. Criminaliteit en misdaad

1.2.1. Willem Holleeder bevindt zich in het criminele circuit, de onderwereld.

2. Perspectief/vertelsituatie

2.1. Schrijfstijl

2.1.1. Het boek is niet geschreven in chronologische volgorde. Het hele boek is een flashback van het leven van Astrid waarop ze met name terugkijkt op Willem Holleeder.

2.2. Structuur

2.2.1. Het boek is geschreven op een makkelijke en vooral logische manier. Je leest er snel doorheen.

2.2.2. Het boek is opgedeeld in verschillende hoofdstukken. Ieder hoofdstuk representeert een gebeurtenis in het leven van Astrid.

2.3. Perspectief

2.3.1. Het boek is in het perspectief van Astrid, de zus van Willem Holleeder geschreven.

3. Symbolen/motieven

3.1. Motieven

3.1.1. Het boek is een biografie, hierdoor zijn er geen motieven te vinden. Wel komen de begrippen angst en spanning steeds terug in het verhaal. Zo draagt Astrid continu een kogelvrij vest en een helm wanneer ze naar buiten gaat. Ook weet je niet wat er uiteindelijk met Astrid gaat gebeuren.

3.2. Symbolen

3.2.1. Symbolen zijn geld en wapens.

3.2.1.1. Geld is hier het hoofddoel voor de liquidaties, al vanaf jongs af aan draaide het hele leven van Willem alleen om geld. Er moest voor hem een mogelijkheid zijn om zo snel mogelijk geld te verdienen.

3.2.2. Judas staat voor verrader, Astrid verraadt Willem.

4. Plot

4.1. 1. Het verhaal begint met de jeugd van Astrid (de schrijfster en tevens Willem zijn zus). Ze vertelt hoe het was om vroeger met hem te leven en beschrijft een aantal voorvallen. Ook vertelt ze over de opvoeding, zo wilde Astrid haar vader altijd zijn zin krijgen. Willem heeft zijn vader een keer geslagen, dit heeft er met name voor gezorgd hoe hij is geworden.

4.2. 2. Astrid mag van haar vader niet naar het VWO toe, terwijl ze de slimste was en dit gemakkelijk had aangekund. Daarentegen moest ze naar de huishoudschool, om te leren hoe ze later voor haar kinderen moet zorgen. Ook zat ze op basketbal waar ze werd weggestuurd, simpelweg omdat het de zus was van de beruchte Willem Holleeder.

4.3. 3. In de loop van het boek worden er vaak oplichtingspraktijken verteld, zoals bijvoorbeeld met de strandtent.

4.3.1. De vriend van Astrid kwam werken bij Willem, die op dat moment een strandtent in zijn bezit had. Op een gegeven moment begon Willem hem te beschuldigen van het achterhouden van geld. Toen Astrid het voor haar vriend opnam begon Willem haar alleen maar meer te intimideren.

4.4. 4. Astrid gaat getuigen en komt in contact met Peter R. de Vries waarmee ze goed bevriend raakt. Ze vertelt vaak verhalen over Willem en neemt de lezer hierin mee. Wel is ze erg voorzichtig. Volgens Willem worden de mensen die teveel "praten" geliquideerd. Ze legt alles aan de justitie uit.

4.5. 5. In het laatste deel van het verhaal legt Astrid uit hoe ze nu leeft. Ze kijkt goed uit en heeft alles in de gaten, zo loopt ze op straat met beschermende kleding. Ze is namelijk erg bang dat haar dochtertje zonder haar zou moeten leven. Volgens Astrid moet Willem worden opgepakt voor alles wat hij heeft gedaan in zijn leven.

5. Personages

5.1. Astrid Holleeder

5.1.1. De zus van Willem Holleeder en Sonja Holleeder.

5.1.2. Belangrijke getuige van de daden van Willem.

5.1.3. Ze is altijd op haar hoede voor eventuele gevaren.

5.1.4. Astrid is de schrijfster van het boek Judas.

5.2. Sonja Holleeder

5.2.1. De zus van Willem Holleeder en Astrid Holleeder.

5.2.2. Cor van Hout is haar man.

5.2.3. Willem heeft opdracht gegeven om haar man te vermoorden. Uit het boek blijkt dat ze duidelijk dingen tegen Willem zou willen doen. Echter durft ze niets tegen hem te beginnen omdat ze bang is voor de risico's.

5.3. Willem Holleeder (In het verhaal ook wel Wim genoemd)

5.3.1. De hoofdpersoon in het boek. Het verhaal draait om hem.

5.3.2. Een crimineel

5.3.2.1. Veroordeeld voor de ontvoering van Heineken en zijn chauffeur Doderer in 1983.

5.3.2.2. Afpersen van vastgoedhandelaren in 2007.

5.4. Cor van Hout

5.4.1. Een crimineel

5.4.1.1. Veroordeeld voor de ontvoering van Heineken.

5.4.2. Deed zaken met Willem waarbij hij uiteindelijk is geliquideerd.

5.4.3. De man van Sonja Holleeder.

6. Tijd

6.1. Verteltijd

6.1.1. Het boek heeft 576 bladzijdes.

6.2. Vertelde tijd

6.2.1. Het boek speelt zich af tussen 1965 en 2016. Dit is een periode van 51 jaar.

6.2.2. Het verhaal begon toen Astrid nog jong was, het is een levensverhaal.

6.2.3. Astrid schrijft haar boek niet van dag tot dag, er worden soms ook periodes overgeslagen.

7. Ruimte

7.1. Het verhaal speelt zich vaak af op afgelegen plekken. Er is niet een plek die constant in het verhaal naar voren komt. Zo zou de overheid de gesprekken tussen Astrid en Willem niet kunnen afluisteren.

7.2. Voornamelijk vroeger speelden de verhalen zich thuis af.