EVOLUTIE

Plan your projects and define important tasks and actions

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
EVOLUTIE Door Mind Map: EVOLUTIE

1. Van oerknal tot mens

1.1. Proces vanaf: ontstaan v/h heelal, de "big bang" tot heden

1.2. zal doorlopen in de toekomst

1.3. Door evolutie: info overgedragen door heen de tijd over levensvormen en generaties heen

2. Onderzoeksplan

2.1. Materiaal

2.1.1. coputer

2.1.2. internet

2.1.3. websites

2.2. Methode

2.2.1. Ik ga informaties op verschielend websites zoeken

2.2.2. Ik ga de gegevens van verschielende websites vergelijken

2.2.3. Ik ga de gegevens op word verwerken

3. Evolutie vanaf het begin

3.1. Het ontstaan van Moeder Aarde

3.1.1. "4,5" jaar oud

3.1.2. Volgens astrofysici: Er was een brok oermaterie in een leegte die barstte waardoor alle materie zich verspreidde door de leegte. Zo ontstonden er sterrenstelsels -> planeten

3.2. Het eerste leven

3.2.1. De aarde

3.2.1.1. Aardkorst: gevormd door de smelting van een grote sneeuwbal op gesteenten

3.2.1.2. Er was nog geen leven, veel actieve vulkanen -> vorming van atmosfeer

3.2.2. De organische moleculen: bouwstoffen v/h leven

3.2.2.1. aanwezigheid van oeroceanen met opgeloste metaalionen, fosfaten, en silicaten

3.2.2.2. Energie werd geleverd door UV-stralingen

3.2.2.3. Miller

3.2.2.3.1. Bracht in een gesloten ruimte: ammoniakgas, methaangas, waterstofgas en waterdamp

3.2.2.3.2. Er ontstonden veel organische verbindingen -> aminozuren en nucleïnezuren -> onmisbaar voor de bouw van eiwitten en chromosomen

3.2.3. Van ééncellig naar meercellig

3.2.3.1. 3,5 miljard jaar geleden -> 1st ééncellige levensvormen

3.2.3.2. loop van 3 miljard jaar eencelligen -> meercellige door dat ze zich moesten aanpassen

3.2.4. Voet aan wal

3.2.4.1. Evolutie sneller

3.2.4.2. "Dieren veranderen in mensen"

3.2.5. 2 Theorieën

3.2.5.1. Fixisme

3.2.5.1.1. Organismen werden geschapen en sinds die planten ze zich voort zonder te veranderen (CREATIONISME) -> steunt op religieuze argumenten

3.2.5.2. Evolutie

3.2.5.2.1. Sinds het ontstaan v/d aarde en het ontstaan v/d eerste levensvormen heeft ze zich continue geëvolueerd waarbij er telkens andere complexe vormen verschijnen -> steun op wetenschappelijke argumenten

4. Argumengten voor evolutie

4.1. Aanwijzingen uit de Paleontologie

4.1.1. PALEONTOLOGIE: wetenschap van vroegere levensvormen van hun fossiele en afdrukken

4.1.1.1. FOSSIELE: resten van organismen (meestal skeletmateriaal)

4.1.2. Toenemende differentietie

4.1.3. Overgangsvormen

4.1.4. Ichtyostega (overgangsvorm tussen vissen en amfibieën)

4.1.4.1. fossielen werden in groenland gevonden

4.1.4.2. leefde zo'n 350 miljoen jaar geleden

4.1.4.3. Kenmerken van vis en amfibie

4.1.4.3.1. Vis: zoomchtige staart , zijlijnsteem

4.1.4.3.2. Amfibie: aanhechtingen van ribben, bekkengordel, tenen

4.2. Continue reeksen

4.2.1. De huidige diersoort vormt het resultaat van een aantal wijzigingen dat deze soort doormaakte

4.3. Embryo van geweverlden

4.3.1. ontwikkeling van een embryo

4.4. Anatomische aanwijzingen

4.4.1. Homologe organen

4.4.2. Rudimentaire organen: lichaamsdelen die vroeger nuttig waren in de loop v/d evolutie hun functie hebben veroloren

4.5. Geografische aanwijzingen

4.5.1. convergente adoptie: Geïsoleerde evolutie

4.6. Fylogenetische afstammingen: moleculaire verschillen

4.6.1. Sterke gelijkenis tussen organisme = verwantschap

4.6.2. VERWANTSCHAP: gemeenschappelijke voorouders

5. Evolutietheorie

5.1. Intelligent Design: Een pseudowetenschappelijke opvatting die stelt dat bepaalde kenmerken v/h universum en leven worden verklaard als het wekt van een ontwerper (God)

5.1.1. Complexiteit v/h oog = Onherleidbaar

5.1.2. William Paley

5.2. Historische overzicht

5.2.1. Xenofanes (circa 540 v.C)

5.2.1.1. Bestaan van fossielen

5.2.2. Dr. Johann Schechzer (1726)

5.2.2.1. Skelet

5.2.3. Geroge Louis Leclerc Boffon

5.2.3.1. Schepping

5.2.3.2. Leerligen: Jean-Batiste Lamarck en Geoges Cuvier

5.2.4. Baron Geoges Cuvier (1769-1832)

5.2.4.1. Fossiele skeleten in elkaar zetten

5.3. Het Lamarckeisme

5.3.1. verklaart evolutie door overerving van kenmerken verkregen door aanpassen omgeving of veranderende omstandigheden

5.3.2. Elementen

5.3.2.1. principe van gebruik en ongebruikt lichaamsdelen

5.3.3. Idee dat verworven eigenschappen erfelijk zijn

5.4. Het Darwin theorie

5.4.1. Een soort is veranderlijk

5.4.1.1. struggek for life

5.4.1.2. survival of the fittest

5.4.1.3. natuurlijke selectie

6. Moderne evolutie

6.1. Belangrijke factoren voor evolutie

6.1.1. Ontstaan van variatie

6.1.2. Geslachtelijke evolutie

6.1.3. Natuurlijke Selectie

6.1.4. Isolatie

6.1.4.1. Geografische

6.1.4.2. Ethologische

6.1.4.3. Seizoensisolatie

6.1.4.4. Ecologische

6.1.4.5. Anatomische

6.1.5. Toepassig op de

6.2. Toepassingen op de vinken v/d Galapagoseilanden

6.2.1. Erfelijke snavel mutatie

6.2.2. Geslachtelijke voortplanting en recombinatie -> nieuwen eigenschappen optreden

6.2.3. Snavel mutatie afhankelijk van gebied

6.2.4. Ecologische Isolatie door: Manier man voeding