Hoe beïnvloedt de inrichting van Nederland de kans op een rivier overstroming en welke oplossinge...

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Hoe beïnvloedt de inrichting van Nederland de kans op een rivier overstroming en welke oplossingen zijn er om de kans op een overstroming tegen te gaan? Door Mind Map: Hoe beïnvloedt de inrichting van Nederland de kans op een rivier overstroming en welke oplossingen zijn er om de kans op een overstroming tegen te gaan?

1. Kenmerken stroomgebieden Rijn en Maas:

1.1. Rijn:

1.1.1. stroomt in 9 landen

1.1.2. stroomgebied: gebied dat afwatert op een bepaalde rivier en zijrivieren

1.1.3. stroomgebied van de Rijn is 185.000 km2, waarvan 15% in NL ligt

1.1.4. gemengde rivier

1.2. Maas:

1.2.1. regenrivier, kleiner dan de Rijn

1.2.2. oppervlakte stroomgebied is ongeveer even groot als NL

1.2.3. grotendeels onbedijkt

2. Kenmerken Nederlandse rivierenprofiel:

2.1. dwarsprofiel:

2.1.1. bestaat uit zomerdijk, uiterwaard en winterdijk

2.1.2. zomerbed: gebied tussen zomerdijken

2.1.3. winterbed: buitendijkse gebied

2.2. lengteprofiel:

2.2.1. is een doorsnede van rivier over bepaald traject

2.2.2. verval: hoogteverschil tussen 2 plaatsen

2.2.3. het verval heeft invloed op stroomsnelheid

2.2.4. door enorme hoogteverschillen in de bovenloop is er veel erosie

2.2.5. verhang: verval per kilometer

3. Gevolgen eigenschappen van rivierprofiel van Rijn en Maas voor waterafvoer:

3.1. debiet: hoeveel water (m3) er per seconde door een rivier stroomt

3.2. Maas = regenrivier, dus uitsluitend afhankelijk van neerslag

3.3. regiem: verdeling van waterafvoer over een jaar. afhankelijk van 4 factoren:

3.3.1. klimaatomstandigheden

3.3.2. aanvoer van smeltwater en/of regenwater

3.3.3. eigenschappen van stroomgebied

3.3.4. ingrepen van de mens

4. Hoofdpunten van het huidige nationale rivierbeleid:

4.1. hogere en bredere dijken:

4.1.1. in het verleden zijn rivieren genormaliseerd (verbeteringswerken uitgevoerd om loop vd rivier regelmatiger te houden)

4.1.2. kribben: korte dammen die loodrecht op de zomerdijk staan

4.1.2.1. rivier wordt versmald -> stroomsnelheid neemt toe -> midden schuurt uit -> rivier wordt dieper

4.1.2.2. 2 voordelen:

4.1.2.2.1. rivier blijft diep genoeg voor scheepvaart

4.1.2.2.2. water kan snel worden afgevoerd

4.2. dijken versterken:

4.2.1. dijkverzwaring was vroeger vaak nodig

4.2.2. bij hoogwater treedt de rivier buiten zijn oevers, waardoor het water zich verspreidt

4.2.2.1. sediment wordt meegevoerd -> uiterwaarden worden steeds hoger

4.2.3. uiterwaarden waren vroeger weilanden, nu woonwijken

4.3. ruimte voor de rivier:

4.3.1. Ruimte voor de Rivier = groot aantal maatregelen om NL veiliger en aantrekkelijker te maken

4.3.1.1. aanleg natuurgebieden

4.3.1.2. versterken landbouw

4.3.1.3. ontwikkelen nieuwe recreatiemogelijkheden

4.3.1.4. betere verbindingen

4.3.2. elke rivier heeft eigen kenmerken en dus verschillende oplossingen

5. Waterafvoer van grote rivieren wordt beheerst:

5.1. buitendijkse maatregelen:

5.1.1. rivierbedverruiming: combinatie van technische ingrepen in het winterbed van de rivier om hoogwaterafvoer op te vangen

5.1.2. rivier kan ruimer worden door rivierbedverdieping

5.1.3. bij uiterwaardvergraving wordt de uiterwaard verlaagd zodat er meer water in het winterbed past

5.1.4. nevengeul: vergroot de doorstroom van het winterbed

5.1.5. verdiepen van het zomerbed is ook een manier van rivierbedverruiming

5.1.6. dijkverlegging/rivierbedverlegging: winterdijk landinwaarts verleggen

5.1.7. obstakelverwijdering: water kan gelijkmatiger en makkelijker stromen

5.2. binnendijkse maatregelen:

5.2.1. retentiebekkens zijn er om de maatgevende afvoer veilig te verwerken

5.2.1.1. = een binnendijks gebied waarin hoogwater tijdelijk opgeslagen kan worden

5.2.2. noodoverloopgebied: gebied waar water tijdelijk opgeslagen wordt in een omdijkt gebied

6. Waarom EU landen samenwerken op gebied van rivierbeleid:

6.1. veel van de rivieren stromen door meerdere landen

6.2. in 1950 werd de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn opgericht tijdens de Rijnconferentie

6.2.1. Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, Duitsland en Nederland werken daarin samen om problemen aan te pakken

6.3. tijdens conferenties worden verdragen ondertekend voor minder vervuiling en worden er doelstellingen gesteld

6.4. eerst was vervuiling het grootste probleem maar rond 1995 bleek dat hoogwater ook moest worden aangepakt