Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Het Recht Door Mind Map: Het Recht

1. 4 Functies van het recht

1.1. 1) De normatieve functie

1.1.1. gedragsnormen die zo erg zijn dat ze vastgelegd zijn en dat er bij het overtreden een straf volgt.

1.1.1.1. bv: moord, verkrachting en diefstal

1.2. 2) De geschiloplossende functie

1.2.1. Voorkomen van spelen voor eigen rechter

1.3. 3) De additionele functie

1.3.1. Biedt een rechtsregel als partijen vergeten zijn opeen bepaald punt afspraken te maken.

1.4. 4) De instrumentele functie

1.4.1. De wetgever hakt de knoop door: zo doen we het en niet anders.

1.4.1.1. Bv: verkeersrecht

2. Rechtsbronnen

2.1. 1) de wet

2.1.1. Privaatrecht

2.1.1.1. Personen- en familierecht

2.1.1.1.1. Bv: geboortes regelen, huwelijk regelen, geregistreerd partnerschap

2.1.1.2. Vermogensrecht (vooral in BW boeken 3,5,6)

2.1.1.2.1. Alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling

2.1.1.3. Ondernemingsrecht

2.1.1.3.1. Rechtsgebied dat alles regelt wat ondernemingen en bedrijven betreft

2.1.1.4. Burgelijk procesrecht

2.1.1.4.1. De regels die op het voeren van juridische procedures op het terrein van het privaatrecht van toepassing zijn , worden tot het burgerlijk procesrecht gerekend. Procederen: naar de rechter gaan om een geschil te laten beslechten

2.1.2. Publiekrecht

2.1.2.1. Strafrecht

2.1.2.2. De staat bezit hier een Monopoliepositie

2.1.2.3. Staatsrecht

2.1.2.3.1. Bv: grondwet

2.1.2.4. Bestuursrecht

2.1.2.4.1. Bv: bouwvergunning

2.1.2.4.2. Bv: Drank- en horecawetten

2.1.3. Wetgevers

2.1.3.1. Nationale wetgever

2.1.3.1.1. Regering en Staten-Generaal

2.1.3.2. Decentrale wetgever

2.1.3.2.1. Provincies

2.1.3.2.2. Gemeentes

2.1.3.3. Andere instanties

2.1.3.3.1. Bv: Sociaal-Economische Raad (de SER)

2.1.3.4. Rangorde tussen wetgevende organen

2.1.3.4.1. 1) Hogere regels gaan boven lagere regels

2.1.3.4.2. 2) Bijzondere regels gaan boven algemene regels

2.1.3.4.3. 3) Jongere regels gaan boven oudere regels

2.1.4. Wet in formele zin en materiële zin

2.1.4.1. Formele zin

2.1.4.1.1. Wet gemaakt door de nationale wetgever

2.1.4.2. Materiële zin

2.1.4.2.1. Iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij name genoemde personen te gelden.

2.1.4.3. Figuur 1.8 (matrix)

2.2. 2) het verdrag

2.2.1. verdragsbepalingen

2.2.2. Een afspraak, een overeenkomst, gesloten door twee of meer staten.

2.2.3. Bilateraal verdrag

2.2.3.1. Verdrag tussen 2 landen

2.2.4. Multilateraal verdrag

2.2.4.1. Verdrag tussen meer dan 2 staten

2.3. 3) de jurisprudentie

2.3.1. =Rechtsspraak

2.3.1.1. Vonnis

2.3.1.1.1. Wordt gegeven door de rechtbank

2.3.1.2. Arrest

2.3.1.2.1. Wordt gewezen door gerechtshof en Hoge Raad

2.3.1.3. Is een rechtsbron door de Uitleg van de rechtsregels

2.3.1.4. Interpretatiemethoden (hulpmiddelen bij het specificeren van de betekenis van een woord of zinsnede

2.3.1.4.1. De grammaticale interpretatiemethode

2.3.1.4.2. De wetshistorische interpretatiemethode

2.3.1.4.3. De anticiperende interpretatiemethode

2.3.1.4.4. De rechtsvergelijkende interpretatiemethode

2.3.1.4.5. De systematische interpretatiemethode

2.3.1.4.6. De teleologische interpretatiemethode

2.3.1.4.7. Overige interpretatiemethoden

2.3.1.5. Redeneerwijzen (Een bepaalde manier van denken om tot een bepaalde uitspraak te komen)

2.3.1.5.1. A-contrarioredenering

2.3.1.5.2. Redenering naar analogie

2.4. 4) de gewoonte

2.4.1. Voorwaarden

2.4.1.1. Een vaste gedragslijn

2.4.1.2. Rechtsplicht

2.4.1.2.1. de betrokkenen moeten het als hun rechtsplicht beschouwen overeenkomstig die regel te handelen; zij achten zich moreel verplicht de regel te volgen.

2.4.2. Gewoonterecht

3. Onderscheidingen in het Recht

3.1. Materieel en formeel recht

3.1.1. Materieel recht heeft betrekking op datgene wat men mag en niet mag, welke rechten en plichten men heeft. (Inhoudelijk van aard)

3.1.2. Formeel recht (procesrecht) houdt de regels in die men moet volgen om het materiële recht te effectueren. (Bv: waar/hoe men moet procederen)

3.2. Dwingend en aanvullend recht

3.2.1. Dwingend recht is recht waarvan de burgers niet mogen afwijken

3.2.2. Aanvullend recht is recht waarvan de burgers altijd mogen afwijken

3.3. Objectief en subjectief recht

3.3.1. Objectief recht = law

3.3.1.1. Privaatrecht = burgers vs burgers (overheid kan ook als burger optreden)

3.3.1.1.1. Materieel, zoals Wet milieubeheer

3.3.1.2. Publiekrecht = burgers vs overheid

3.3.1.2.1. Formeel, zoals Wetboek van Strafvordering

3.3.2. Subjectief recht = right (ik heb recht op)