Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
M-Decreet Door Mind Map: M-Decreet

1. objectief voor kennis

1.1. 5 krachtlijnen

1.1.1. Eerst gewoon onderwijs dan buiten gewoon

1.1.1.1. Wanneer een kind niet meer kan op school vragen stellen

1.1.1.1.1. Wat heet het kind nodig om te leren?

1.1.1.2. Nood van de leerling

1.1.1.2.1. Ligt in de eerste plaats in het gewoon onderwijs

1.1.2. Recht op redelijke aanpassing

1.1.2.1. Technische hulpmiddelen

1.1.2.1.1. Laptop met leersoftware

1.1.2.1.2. Aangepaste stoel

1.1.2.2. Remediëren

1.1.2.2.1. Extra individuele leerhulp bieden

1.1.2.3. Aanpassingen zoeken met CLB en ouders

1.1.2.4. Redelijke aanpassingen

1.1.2.4.1. Langere toets tijden

1.1.2.4.2. Mondelinge feedback in plaats van cijfers of rustmomenten overdag

1.1.2.5. Dispenseren

1.1.2.5.1. Onderdelen vervangen door iets gelijkaardigs

1.1.3. Recht op inschrijven in een gewone school

1.1.3.1. Scholen mogen niet weigeren

1.1.3.1.1. Elk kind heeft recht op een gewone school

1.1.3.1.2. Als het kind gewone leerstof, aan kan met aangepaste maatregelen

1.1.4. Nieuwe types in buitengewoon onderwijs

1.1.4.1. Sinds M-Decreet is er een nieuwe type buiten gewoon onderwijs

1.1.4.1.1. Basisaanbod

1.1.5. Nieuwe toelatings voorwaarden buitengewoon onderwijs

1.1.5.1. Toelating buitengewoon onderwijs

1.1.5.1.1. verslag van CLB

2. subjectief voor kennis

2.1. Voordelen

2.1.1. De leerlingen die terecht komen in het regulier lager onderwijs hebben de mogelijkheid om af te wijken van het gewone leerprogramma. Ze kunnen een gepersonaliseerd traject volgen.

2.1.2. Het M-decreet zal geen invloed uitoefenen op het lesniveau van het regulier lager onderwijs.

2.1.3. Kinderen met een beperking krijgen op deze manier een kans in het regulier lager onderwijs. Zodat ze zich op meerdere vlakken kunnen ontplooien.

2.1.4. Er zijn mogelijkheden tot bijscholingen in verschillende provincies zodat deze makkelijk toegankelijk zijn voor leerkrachten en directie.

2.2. Nadelen

2.2.1. Wie zal medicatie voorzien voor de leerlingen?

2.2.2. De leerkrachten en directie voelen zich zowel praktisch als theoretisch niet klaar voor deze overgang.

2.2.3. Sommige leerlingen zullen niet het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen in het regulier lager onderwijs.

2.2.4. Het Buitengewoon Onderwijs vreest voor pestgedrag ten opzichte van types 1 en 8 en stelt de begeleiding in vraag

2.2.5. Het zal moeilijker worden om leerlingen naar het Buitengewoon Onderwijs te verwijzen. De scholen moeten aan verschillende voorwaarden voldoen voordat het kind een attest kan krijgen om doorverwezen te worden.

3. Ondersteunde maatregelen(“oplossingen”)

3.1. Zo maak je het M-decreet makkelijker

3.1.1. Creëer een prikkelarme plek in elke klas

3.1.2. Vereenvoudig de agenda

3.1.3. Ondersteun je les met beelden

3.1.4. Pas sticordi-maatregelen toe op alle leerlingen

3.1.5. Kort alle examens in

4. Intressante bronnen

4.1. Je zocht naar – Klasse

4.2. Mervielde A. (2015). Inclusie op school. Het M-decreet toegepast. Brussel, België: politeia.

5. Actoren

5.1. micro

5.1.1. Jijzelf

5.2. meso

5.2.1. Leerkracht

5.2.2. CLB

5.3. macro

5.3.1. psycholoog

6. Factoren

6.1. wat, waar, wanneer

6.1.1. waarom?

6.1.1.1. de M staat voor 'maatregelen voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte'

6.1.2. waar?

6.1.3. wat?

6.1.4. wanneer?

6.1.4.1. sinds 1 september 2015

6.2. kenmereken kleuters

6.3. globale proberen voor mensen met M-decreet

6.4. 20 woorden rond M-Decreet

6.4.1. 1. Begerking

6.4.1.1. Bepaalde activiteiten moeilijk kunnen uitvoeren als je doof bent kan je bv. moeilijk een gesprek voeren

6.4.2. 2. Competentie begeleiden

6.4.2.1. Helpt onderwijspersoneel om hun competenties verbreden zodat ze optimaal kunnen omgaan met leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

6.4.3. 3. Gemeenschappelijk curriculum

6.4.3.1. Leerdoelen die leerlingen moeten halen, alles wat ze moeten kunnen en kennen om een diploma of studiebewijs te krijgen

6.4.4. 4. Gemotiveerd verslag

6.4.4.1. Document opgesteld door het CLB het geeft de leerling mer specifieke onderwijs behoeften rechten op ondersteuning

6.4.5. 5. Handicap

6.4.5.1. Niet op gelijke voet met andere kunnen meedoen omdat de omgeving niet aan jou is aangepast

6.4.6. 6. Inclusief onderwijs

6.4.6.1. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften doen mee in de gewone klad, met aanpassingen extra ondersteuning

6.4.7. 7. Individueel aangepast curriculum

6.4.7.1. Leerdoelen op maat van de leerling. De leerling hoeft de doelen van het gemeenschappelijk curriculum dus niet te halen. zij krijgen op het einde van het jaar ook niet het zelfde diploma of studiebewijs, wel een attest van verworven bekwaamheden

6.4.8. 8. Betekening van het woord

6.4.8.1. wet die bepaalt hoe het Vlaams onderwijs omgaat met leerlingen die door een beperking, stoornis of handicap niet zomaar de lessen kunnen volgen. 'M' staat voor: 'Maatregelen' voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

6.4.9. 9. Ondersteuner

6.4.9.1. personeelslid uit het buitengewoon onderwijs dat, samen het lerarenteam, de ondersteuningsnoden in een gewone school aanpakt.

6.4.9.1.1. Bv. door een leerling, leraar of team te begeleiden, specifiek lesmateriaal te maken

6.4.10. 10. ondersteuningsnetwerk

6.4.10.1. Samen werking tussen scholen uit het buitengewoon onderwijs, CLB's en de pedogogische begeleidingsdienst

6.4.11. 11.ontbonden inschrijven

6.4.11.1. als een gewone school, na overleg met ouders en CLB, weigert om een kind met een verslag voor buitengewoon onderwijs definitief in te schrijven

6.4.12. 12. Redelijke aanpassingen

6.4.12.1. Deze zijn nodig om een kind met specifieke onderwijsbehoeften de lessen te laten volgen en te laten meedoen in een gewone school

6.4.13. 13. speciale onderwijsleermiddelen (SOL)

6.4.13.1. Hulpmiddelen betaald door het ministerie van onderwijs voor leerlingen met een handicap

6.4.13.1.1. voorbeelden

6.4.14. 14. specifieke onderwijs behoefte

6.4.14.1. langdurige en belangrijke problemen hebben om te kunnen meedoen in het onderwijs die problemen vragen om aanpassingen in de school en in de klas

6.4.15. 15.stoornis

6.4.15.1. lichamelijke of geestelijke afwijzing die iemand belemmert in zijn functioneren als je bv. niet kan horen, dan heb je een stoornis aan je oren

6.4.16. 16. types buitengewoon onderwijs

6.4.16.1. indeling van buitengewoon volgens de handicap of moeilijkheid van de leerling

6.4.17. 17.type basisaanbod

6.4.17.1. specifiek onderwijs behoeften en geen redelijke aanpassingen mogelijk in het gewoon onderwijs. Dit nieuwe type vervangt 1 & 8

6.4.17.1.1. type 1 : licht mentale handicap

6.4.17.1.2. type 2: verstandelijke beperking

6.4.17.1.3. type 3: emotionele of gedragsstoornis

6.4.17.1.4. type 4: motorische beperking

6.4.17.1.5. type 5: kinderen in een ziekenhuis, in een residentiële setting of in een preventorium

6.4.17.1.6. type 6: visuele beperking

6.4.17.1.7. type 7: auditieve beperking en spraak- of taalsoornis

6.4.17.1.8. type 8: ernstige leerstooris

6.4.17.1.9. type 9: autismespectrumstoornis

6.4.18. 18. verslag CLB

6.4.18.1. document opgesteld door het CLB, vereist om kind te mogen inschrijven in het buitengewoon onderwijs of om individueel aangepast curriculum te volgen in een gewone school

6.4.19. 19. 70/30 verdeelsleutel

6.4.19.1. verdeling van de middelen over de ondersteuningsnetwerk en op basis van het totale aantal leerlingen van een school (70%) en gemiddeld aantal GON-leerlingen van de 6 voorbije schooljaren (30%)

6.4.20. 20. zorgcontinuüm

6.4.20.1. stappen die de gewone school zet om samen mer het CLB en ouders zo goed mogelijk te zorgen voor leerlingen

6.4.20.1.1. 3 stappen