SCHOOLWERKPLAN MPI KOMPAS

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
SCHOOLWERKPLAN MPI KOMPAS Door Mind Map: SCHOOLWERKPLAN  MPI KOMPAS

1. context en input

1.1. Geschiedenis

1.1.1. Het verhaal van onze school start in 1965 onder de naam MPIGO Zonneken. Onze school richtte onderwijs in voor kinderen type 2 en type 4. Midden jaren ‘80 werd een type 1 afdeling opgericht. Met de invoering van het M-decreet 2015 start type 1 een uitdoofscenario en organiseert de school voortaan type Basisaanbod en type 9 naast type 2 en type 4.

1.2. Ligging

1.2.1. Het mpi bevindt zich aan de rand van de stad Sint-Niklaas in een groene zone en vlak bij het recreatiepark De Ster.

1.2.2. Eekhoornstraat 1, 9100 Sint-Niklaas.

1.3. Busvervoer

1.3.1. De leerlingen komen naar school via een intern en gemeenschappelijk vervoer. De praktische organisatie van het busvervoer ligt bij de bus coördinator van onze school. Het vervoer zelf gebeurt door privé maatschappijen in samenwerking met De Lijn. De Lijn houdt toezicht op het regelmatig verloop van de organisatie. Zij stippelen ook de routes per bus uit. Op elke bus is een busbegeleider aanwezig en op de bus geldt een bus-regelement.

1.4. Schoolgegevens

1.4.1. Onderwijsnet: onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

1.4.2. Scholengroep 17 Waasland - Theo De Deckerlaan 2, 9140 Temse.

1.4.3. Ligging - Eekhoornstraat 1, 9100 Sint-Niklaas.

1.5. GOK

1.5.1. Het decreet betreffende GOK beoogt het realiseren van optimale ontwikkelingskansen en leerkansen voor alle leerlingen, het vermijden van discriminatie en uitsluiting. We zorgen voor een gedifferentieerd onderwijsaanbod, zodat elk kind op zijn niveau en volgens zijn tempo kan leren en zich kan ontwikkelen.

1.6. SI, IPO, internaat

1.6.1. Het Semi-internaat voorziet voor- en naschoolse opvang voor externe leerlingen (leerlingen die niet op het internaat zitten) en een week opvang tijdens de paasvakantie en tijdens de grote vakantie is er opvang tot 5 juli en vanaf 16 augustus.

1.6.2. Het internaat permanente openstelling (IPO) biedt verblijf, dag- en vrijetijdsbesteding en begeleiding op schoolvrije dagen. Het verblijf wordt op schooldagen gecombineerd met een verblijf op het internaat.

1.6.3. Het internaat is toegankelijk voor 44 leerlingen van 2,5 jaar tot 21 jaar, die naar school gaan in mpi Kompas, SBSO Baken, BSBO Klimop Lokeren of die de B-stroom volgen in een school van Scholengroep 17. Het internaat is enkel open op schooldagen.

2. Beleid

2.1. Algemeen beleid

2.1.1. PP

2.1.1.1. Specifieke onderwijsbehoeften

2.1.1.2. Maximale ontwikkelingskansen

2.1.1.3. Wederzijds respect en gelijkwaardigheid

2.1.1.4. Gedifferentieerd onderwijsaanbod=>veilige leeromgeving

2.1.1.5. Maatschappelijke tendensen

2.1.1.6. Intense samenwerking

2.1.1.7. Noden v/h kind

2.1.1.8. Gedragen door het team

2.1.2. Organogram & teamstructuur

2.1.3. Leefregels

2.1.4. Cultuur en structuur

2.1.4.1. Om onze kerngedachte - onderwijs op maat van elk kind - te realiseren, hebben we een eigen schoolstructuur en cultuur.

2.1.5. Samenwerking en communicatie

2.1.5.1. Onze school werkt met veel interne en externe partners samen, zo werken we bijvoorbeeld samen met: • SBSO Baken • Internaat en IPO • Scholengroep 17 en het CLB • OCMW • Jeugdhulpverlening • CLB • LOP • Stad Sint-Niklaas

2.1.6. Maximumcapaciteit

2.1.6.1. Aan de hand van de maximumcapaciteit bepalen we jaarlijks ons vrije plaatsen per type en de inschrijvingsdatum.

2.2. Onderwijskundig beleid

2.2.1. Verdeling van de leerlingen

2.2.1.1. Onze leerlingen worden verdeeld over wijzers naar gelang hun onderwijs- en ondersteuningsnoden. Onze school voorziet onderwijs voor:

2.2.1.1.1. Type Basisaanbod: Rode wijzer

2.2.1.1.2. Type 2: Groene wijzer

2.2.1.1.3. Type 9: Gele wijzer

2.2.1.1.4. Auti-type 2: Blauwe wijzer

2.2.1.1.5. Type 4: verspreid over de wijzers naar gelang hun noden/behoeften.

2.2.2. Didactische visie en klemtonen

2.2.2.1. Rode wijzer, type basisaanbod: In de Rode wijzer hebben we leerlingen die meer aanpassingen nodig hebben dan dat het reguliere onderwijs kan aanbieden. Voor leerlingen van de Rode wijzer wordt gewerkt met de leerplannen uit het reguliere onderwijs, deze worden aangevuld met doelen uit andere doelenkaders bvb. doelen uit de ontwikkelingsdoelen van type 2. Op het einde van het tweede schooljaar, ongeacht op welk moment de leerling in het eerste schooljaar is ingestapt, wordt de leerling geëvalueerd ofwel keert de leerling terug naar het reguliere onderwijs of volgt de leerling verder het traject in het buitengewoon onderwijs. Bij de Gele en Rode wijzer wordt gewerkt met leerjaren net zoals in het reguliere onderwijs.

2.2.2.2. Gele wijzer, type 9: De leerlingen uit de Gele wijzer hebben een diagnose autisme en kunnen door de complexiteit van het autisme niet in het reguliere onderwijs les volgen. Voor leerlingen uit de Gele wijzer wordt gewerkt met leerplannen uit het reguliere onderwijs die eventueel worden aangevuld met doelen uit andere doelenkaders bvb. doelen uit de ontwikkelingsdoelen van type 2. Bij de Gele en Rode wijzer wordt gewerkt met leerjaren net zoals in het reguliere onderwijs.

2.2.2.3. Groene wijzer, type 2: De leerlingen uit de Groene wijzer hebben een matige tot ernstige mentale beperking. Voor deze leerlingen wordt gewerkt met een groepswerkplan dat we per kind aanvullen met individuele doelen afhankelijk van de noden van elk kind. De leerlingen uit de Groene en Blauwe wijzer zitten uitstroom-georiënteerd. Dit wil zeggen dat we accentklassen maken op basis van waar deze leerlingen in het secundair onderwijs terecht zullen komen.

2.2.2.4. Blauwe wijzer, auti-type 2: De leerlingen uit de Blauwe wijzer hebben een matige tot ernstige mentale beperking en een diagnose autisme. Voor deze leerlingen wordt gewerkt met een individueel handelingsplan. Hier wordt per kind een oplijsting van na te streven doelen gemaakt. De leerlingen uit de Groene en Blauwe wijzer zitten uitstroom-georiënteerd. Dit wil zeggen dat we accentklassen maken op basis van waar deze leerlingen in het secundair onderwijs terecht zullen komen.

2.2.3. Visie op zorg: zorgcontinuüm

2.2.3.1. Fase 0: brede basiszorg

2.2.3.2. Fase 1: verhoogde zorg

2.2.3.3. Fase 2: uitbreiding van de zorg

2.2.3.4. Fase 3: IAC

2.2.4. Visie op autisme

2.2.4.1. TEACCH

2.2.4.2. Bijzondere aanpassingen

2.2.5. Begeleiding van de leerlingen

2.2.5.1. We begeleiden onze leerlingen steeds met aandacht voor onze visie op zorg en over vier domeinen (psychosociaal functioneren, leren en studeren, preventieve gezondheidszorg, onderwijsloopbaan). Concreet werken we steeds preventief en leggen we onze focus op positief gedrag. We hebben duidelijk omschreven regels, afspraken, orde en tuchtmaatregelen. Al onze personeelsleden volgden een studiedag rond seksueel grensoverschrijdend gedrag.

2.2.6. Aanwending van de lestijden

2.2.6.1. Onder aanwending van de lestijden, zien we het verdelen van het totale urenpakket onder: onderwijzend personeel, paramedisch personeel, meerster-vak -en dienstpersoneel, psychologen/(ortho)pedagogen, bijzondere leerkrachten, ondersteunend administratief personeel, ICT en veiligheid en personeel van het semi-internaat.

2.3. Personeelsbeleid

2.3.1. Het personeelsbeleid dat onze school voert, gaat dieper in op de aanwerving van personeelsleden, de opdrachttoewijzing, opvolging (mentortraject) van nieuwe personeelsleden, verdere professionalisering en ondersteuning van het personeel, de interne communicatie op de campus.

3. Ontwikkeling van de lerende

3.1. Doelen en begeleiding

3.1.1. De doelen in de handelingsplanning selecteren we als volgt:

3.1.1.1. 1. We selecteren doelen op basis van de noden van de leerling.

3.1.1.2. 2. We selecteren doelen op basis van het gemotiveerd verslag van het CLB waar de leerling mee wordt ingeschreven in onze school.

3.1.1.3. 3. We selecteren doelen op basis van wat de ouders belangrijk vinden.

3.1.2. We werken met ontwikkelingsdoelen en leerplannen. We onderscheiden 4 soorten doelen:

3.1.2.1. 1. Doelen die opgenomen worden in het handelingsplan

3.1.2.2. 2. Doelen die door omstandigheden gekozen worden (bvb. werken rond rouw als er een overlijden is). Deze doelen worden enkel in het handelingsplan opgenomen als ze verdiept worden. Wanneer deze doelen slechts kort worden aangehaald, komen ze niet in het handelingsplan.

3.1.2.3. 3. Doelen die een leerling al beheerst maar waar nog verder aan gewerkt wordt, komen niet in het handelingsplan maar in de agenda.

3.1.2.4. 4. Opvoedingsdoelen komen in het handelingsplan wanneer een leerkracht hier de focus op zal leggen. Wanneer deze kort behandeld worden, zullen deze niet in het handelingsplan komen.

3.2. Opvolging

3.2.1. Onze leerlingen worden opgevolgd door middel van een leerlingdossier, klassenraden, feedback, evaluatie, testing, onderzoek enzoverder.

3.3. Vormgeving onderwijsleerproces

3.3.1. We zorgen voor een positief, stimulerend leerklimaat door duidelijke regels en afspraken te hanteren. We vertrekken steeds vanuit preventie en focussen op positief gedrag. We zetten sterk in op diversiteit en proberen onze ouders zo veel mogelijk te betrekken op school.

4. Kwaliteitsontwikkeling

4.1. We willen de kwaliteit van onze school hoog houden en bewaken. Dit doen we onder andere door een sterkte-zwakte-analyse van onze school te maken en onze schoolwerking op die manier te evalueren en bij te sturen.

5. Resultaten en effecten

5.1. Tevredenheid en betrokkenheid leerlingen

5.1.1. We zetten heel hard in op het welbevinden van onze leerlingen. We stimuleren een positieve sfeer in de klas en op school. De rode wijzer beschikt over een leerlingenraad, we hebben een infobrochure voor nieuwe leerlingen en ook een overgangsboekje wanneer onze leerlingen naar een andere school gaan.

5.2. Tevredenheid en betrokkenheid ouders

5.2.1. We hebben een ouderbevraging gehouden waaruit bleek dat meer dan 90% van de bevraagde ouders zich betrokken voelt en tevreden is op onze school. We doen huisbezoeken bij onze ouders, organiseren infoavonden voor onze ouders (bvb. SMOG-avond), we houden oudercontacten, nodigen ouders uit op klassenraden, organiseren een open-klasdag. We nemen veel initiatieven om onze ouders betrokken en tevreden te houden.

5.3. Tevredenheid en betrokkenheid personeel

5.3.1. We organiseren jaarlijks ook een tevredenheidsenquête bij ons personeel en geven onze leerkrachten zelfstandigheid binnen een vooropgesteld kader. Daarnaast krijgt ons personeel inspraak in het beleid en proberen we steeds rekening te houden met hun vragen en opmerkingen.

5.4. Zoveel mogelijk leerwinst

5.4.1. We willen zo veel mogelijk leerwinst bij onze leerlingen bereiken. We zetten niet enkel in op kennis en vaardigheden maar ook op attitudeverwerving en onderwijskundige talenten. We willen onze leerlingen ook goede gewoontes en attitudes aanleren en de sterke leerlingen extra uitdagen.

5.5. Toegang tot onderwijs waarborgen

5.5.1. Aanwezigheid op school is belangrijk om te kunnen leren. We registreren de aanwezigheden van onze leerlingen en houden spijbeloverleg in samenwerking met het CLB.