Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
3 Kinderrechten Achtergronden Door Mind Map: 3 Kinderrechten Achtergronden

1. van privaat naar publiek

1.1. 18de-19de eeuw

1.1.1. Ontstaan jeugddomein

1.1.1.1. vanuit caritas en filantropie

1.1.1.2. private actoren

1.1.2. Kenmerken

1.1.2.1. gunstkarakter

1.2. Na WOII

1.2.1. Ontwikkeling verzorgingsstaat

1.2.2. overheid verantwoordelijk voor de uitbouw van sociaal beleid

1.2.3. Kenmerken

1.2.3.1. sociale gelijkheid

1.2.3.2. rechtvaardigheid

1.2.4. Voobeelden

1.2.4.1. Hervorming kinderbescherming

1.2.4.1.1. jeugdbescherming

1.2.4.2. ‘delinquentie’ en ‘pre-delinquentie’

1.2.4.2.1. ‘kind in gevaar’

1.3. Actuele discussie

1.3.1. Gunstkarakter verdwenen?

1.3.2. Stijgend aantal kinderen leeft in armoede

1.3.2.1. zijn afhankelijk van gunstmaatregelen

1.3.3. Systeem gesubsidieerde vrijheid

2. van selectiviteit naar universaliteit

2.1. 18de-19de eeuw

2.1.1. Sociale professionals gericht op groep van stedelijke arbeidersklasse

2.1.1.1. onaangepast aan de dominante waarden en normen van de samenleving

2.1.2. Sociale professionals werken vanuit selectieve, categoriale maatregelen

2.1.2.1. bv. onaangepaste ouders

2.1.2.2. asociale jongeren, etc.

2.2. Na WOII

2.2.1. Vanuit mensenrechtenbenadering

2.2.1.1. sociale ondersteuning als recht voor eenieder

2.2.2. Sociale domein als basisvoorziening

2.2.2.1. naast onderwijs

2.2.2.2. arbeid

2.2.2.3. sociale zekerheid, etc.

2.2.3. Structurele positie sociale domein gericht op

2.2.3.1. individueel welzijn

2.2.3.2. maatschappelijke omstandigheden

2.2.3.3. Autonome positie sociale domein in de welvaartsstaat

2.3. Actuele discussie

2.3.1. Universele maatregelen vatbaar voor Mattheus-effecten

2.3.2. Selectieve maatregelen stigmatiserend en weinig kwaliteitsvol

2.3.2.1. ‘services for the poor are poor services’

2.3.3. Antwoord in proportioneel of progressief universalisme

2.3.3.1. meest performante systemen van maatschappelijke dienstverlening

2.3.3.2. universele dienstverlening aanbieden gericht naar alle burgers

2.3.3.3. tegelijk bijzondere aandacht gaat naar ondersteuningsnoden van zwakkere groepen

2.3.3.4. ‘targetting within universalism’

2.3.3.5. kinderbijslag is een universeel systeem waarbij elk kind recht heeft op kinderbijslag

2.3.3.6. waarbij kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status kunnen beroep doen op een extra, aanvullende tegemoetkoming

3. De shift van gunst naar recht in het jeugddomein

3.1. nieuwe configuratie/ architectuur/ grammatica voor het jeugddomein

3.1.1. achtergrond voor het ontstaan van het Kinderrechtenverdrag

3.2. DNA van het jeugddomein wijzigde, maar niet radicaal

3.3. Met de introductie van kinderrechten in het jeugddomein verdween het gunstparadigma niet

3.4. Verstrengeling van ‘oude’ en ‘nieuwe’ opvattingen over de rol van gezinswetenschappers

3.5. ‘Bastaardvorm’ als kruising van het gunstdenken en het rechtendenken

3.6. Hoe gaan sociale professionals om met dit dubbelkarakter?