4 Kinderrechten als referentiekader voor de gezinswetenschappen

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
4 Kinderrechten als referentiekader voor de gezinswetenschappen Door Mind Map: 4 Kinderrechten als referentiekader voor de gezinswetenschappen

1. Mensenrechten

1.1. 3 generaties

1.1.1. Eerste: bupo-rechten

1.1.2. Tweede: ecosoc-rechten

1.1.3. Derde: solidariteitsrechten

1.2. Supranationaal / regionaal (V.N./E.U.)

1.3. Verklaring naar Verdrag

1.4. Proliferatie van mensenrechteninstrumenten

1.4.1. “era of rights”

1.5. Internationale instrumenten

1.5.1. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948)

1.5.2. Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (1966)

1.5.2.1. Toezicht: Comité voor de Rechten van de Mens

1.5.3. Het internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (1966)

1.5.3.1. Toezicht: Comité voor Sociale, Economische en Culturele Rechten

1.6. Raad Van Europa

1.6.1. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, 1950)

1.6.1.1. Bupo-rechten

1.6.1.2. Toezicht: Europees Hof voor de Rechten van de Mens: individuele klachten

1.6.2. Europees Sociaal Handvest (1996)

1.6.2.1. Ecosoc-rechten

1.6.2.2. Toezicht: Europees Comité voor Sociale Rechten

1.6.2.3. ‘Building a Europe for and with children’

1.7. Europese Unie

1.7.1. Handvest van de grondrechten

1.7.2. EU-agenda voor de rechten van het kind (2011)

1.8. In België

1.8.1. Grondrechten ingeschreven in grondwet sinds 17 februari 1994 (artikel 23)

1.8.2. Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden

1.8.2.1. het recht op arbeid

1.8.2.1.1. vrije keuze van beroepsarbeid

1.8.2.1.2. algemeen werkgelegenheidsbeleid

1.8.2.1.3. recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen

1.8.2.2. sociale zekerheid

1.8.2.2.1. bescherming van de gezondheid

1.8.2.2.2. sociale, geneeskundige en juridische bijstand

1.8.2.3. behoorlijke huisvesting

1.8.2.4. bescherming van een gezond leefmilieu

1.8.2.5. culturele en maatschappelijke ontplooiing

2. Kinderbeschermingsbeweging

2.1. Eind 19de – begin 20e eeuw

2.2. Focus op “kwetsbare kind”

2.3. Vertaald in beschermingsrechten

2.4. Gedragen door de kinderbeschermingsbeweging

2.5. Verklaring van Genève (1924)

2.5.1. ‘soft’ law

2.5.2. 5-puntenprogramma

2.5.3. Plichten van volwassenen >< rechten van kinderen

2.5.4. Ecosoc-rechten >< bupo-rechten

2.6. Verklaring voor de Rechten van het Kind (1959)

2.6.1. ‘soft’ law

2.6.1.1. hoog moreel gezag wegens unanimiteit

2.6.2. 10-puntenprogramma

2.6.3. Kind als rechtssubject

2.6.4. Horizontale werking

3. Kinderbevrijdingsbeweging

3.1. Jaren ‘60-’70

3.2. Focus op zelfbeschikkingsrechten

3.3. Kindbeeld van het “autonome kind”

3.4. Erkenning rechtsbekwaamheid

3.5. Pleidooi voor verhoging van de handelingsbekwaamheid van minderjarigen

3.6. Verwerpen van moratorium-idee

3.6.1. (cf pedagogisering)

3.6.2. jeugdland = sociaal probleem

4. normen en waarden van de ouder