ONCOLOGIE: LONGKANKER

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
ONCOLOGIE: LONGKANKER Door Mind Map: ONCOLOGIE: LONGKANKER

1. Primaire longkanker

1.1. Longkanker ontstaan in de long

2. Onderzoeken

2.1. Vroege opsporing

2.1.1. Leeftijd van 55 tot 74 jaar

2.1.2. Tabakblootstelling van 30 pakjaren

2.1.2.1. CT-scan

2.1.3. Nooit met roken gestopt zijn, of gestopt in de voorbije 15 jaar

2.2. Onderzoeken voor diagnose

2.2.1. Cytologie op fluimen

2.2.2. Radiografie van borstkast

2.2.3. CT-scan van de borstkas

2.2.4. Bronchoscopie

2.2.5. Transthoracale punctie

2.2.6. Mediastinoscopie

2.3. Onderzoek voor uitzaaiingen van lonkanker

2.3.1. Echografie of CT-scan van lever

2.3.2. CT-scan of NMR van de hersenen

2.3.3. Scintigrafie van het skelet

2.4. Onderzoek voor behandeling

2.4.1. Functionele ademhalingstest

3. Behandelingen

3.1. Afgestemd op individu

3.1.1. Type kanker

3.1.2. Stadium (de omvang) van de kanker

3.1.3. Algemene gezondheidstoestand van de patiënt

3.2. Diverse behandeling van kanker die afzonderlijk of in combinatie worden toegepast.

3.2.1. Chirurgie

3.2.1.1. Lobectomie

3.2.1.2. Segmentectomie

3.2.1.2.1. 24 à 48 uur op intensieve zorgen

3.2.1.2.2. 8 à 10 dagen klassieke hospitalisatie

3.2.1.2.3. Herstelperiode

3.2.1.3. Pneumectomie

3.2.2. Radio Frequentie Ablatie (RFA)

3.2.2.1. Eén nacht ter observatie

3.2.2.2. Eventueel ademhalingsrevalidatie

3.2.2.2.1. Kinesitherapie

3.2.2.2.2. Fysieke training

3.2.3. Radiotherapie

3.2.3.1. Op zichzelf

3.2.3.2. Op adjuvante manier

3.2.3.3. Specifiek op de hersenen om metastasen te voorkomen

3.2.3.4. In combinatie met chemotherapie

3.2.3.5. Behandelingsduur: 6 à 7 weken

3.2.3.6. Doelgerichte radiotherapie door 'Cyberknife'

3.2.3.7. Bijwerkingen

3.2.3.7.1. Kortetermijn

3.2.3.7.2. Langetermijn

3.2.4. Chemotherapie

3.2.4.1. Bijwerkingen algemeen

3.2.4.1.1. Verhoogd risico op infecties

3.2.4.1.2. Bloedingen

3.2.4.1.3. Vermoeidheid

3.2.4.1.4. Ontsteking van het mondslijmvlies

3.2.4.1.5. Gebrek aan eetlust

3.2.4.1.6. Misselijkheid en braken

3.2.4.1.7. Diarree

3.2.4.1.8. Haaruitval

3.2.4.2. Bijwerkingen bij chemotherapie op basis van platinum

3.2.4.2.1. Schade aan zenuwen (neuropathie)

3.2.5. Doelgerichte behandelingen

3.2.5.1. Geneesmiddelen die kankercellen selectief te werk gaan.

3.2.5.2. Vaak in combinatie met de klassieke chemotherapie.

3.2.5.3. Bijwerkingen

3.2.5.3.1. Soms intense reacties tot gevolg

3.2.5.3.2. Hoofdpijn

3.2.5.3.3. Vermoeidheid

3.2.5.3.4. Koorts

3.2.5.3.5. Diarree

4. Oorzaken en risicofactoren van longkanker

4.1. Roken

4.1.1. Grootste risicofactor

4.1.2. Factoren

4.1.2.1. Totale duur van het roken

4.1.2.2. Leeftijd is begonnen met roken

4.1.2.3. Stoppen met roken verminder fors het risico

4.2. Bloostelling op het werk

4.2.1. Zeer sterke of herhaalde blootstelling aan stoffen, zoals

4.2.1.1. arsenicum

4.2.1.2. nikkel

4.2.1.3. chroom

4.2.1.4. teer

4.2.1.5. asbest

4.3. Radon

4.4. Luchtvervuiling door fijn stof

5. Symptomen

5.1. Verandering van de hoest

5.2. Herhaalde longinfecties

5.3. Ademnood

5.4. Schorre stem

5.5. Pijn in de borstkas

5.6. Verandering in algemene toestand

5.6.1. Vermoeidheid

5.6.2. Vermagering

5.6.3. Chronische koorts

5.7. Gezwollen lymfeklieren in de hals

5.8. Zwellingen in het gezicht en de hals

6. Uitzaaiing

6.1. Uitzaaiing van een andere tumor

7. Classificatie van longkanker

7.1. Kleincellige longkanker / haverkorrels

7.1.1. 20-25% van de gevallen

7.2. Niet-kleincellige longkanker

7.2.1. 75-80% van de gevallen

8. Specialisten

8.1. Radiotherapeut - oncoloog

8.2. Cardiothoracaal chirurg

8.3. Verpleegkundige

8.4. Longarts

8.5. Verpleegkundige specialist longoncologie

9. Emotionele gevolgen

9.1. De boodschap: 'U hebt kanker' is vaak verpletterend. Alles is ineens anders voor de patiënt: toekomst, gezinsleven, werk, gedachten, etc. Het is logisch dat het evenwicht in het bestaan van de patiënt verstoord is. En het duurt een tijd, zelfs als de patiënt met succes behandeld is.

9.2. Veel mensen ondervinden steun van hun familie en vrienden. Ook de behandelend arts en verpleegkundigen kunnen steun bieden. Toch is het heel normaal dat de patiënt ook een beroep doet op extra ondersteuning buiten de eigen kring, zoals bij een psycholoog of via lotgenotencontact.