bind- en steunweefsel

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
bind- en steunweefsel Door Mind Map: bind- en steunweefsel

1. samenstelling

1.1. losse cellen

1.1.1. producenten matrix

1.1.2. nutteloos anders

1.2. intercellulair materiaal: matrix

1.2.1. stevigheid

1.2.2. vezels

1.2.2.1. opvangen trekkrachten

1.2.3. grondsubstanties

1.2.3.1. opvangen duwkracht

1.2.4. vezels en grondsubstanties zijn complementair => uit proteïnen

2. cellen

2.1. fibroblasen

2.1.1. productie matrix BW

2.2. chondroblasten

2.2.1. productie matrix kraakbeen, been, steunweefsel

2.3. osteoblasten

2.3.1. productie matrix kraakbeen, been, steunweefsel

2.4. groot volume

2.5. cytomplasme

2.5.1. kenmerken van proteïnen synthetiserende cellen

3. functie

3.1. samenhouden en ondersteunen lichaamsonderdelen

4. vezels

4.1. collagene vezels

4.1.1. 1/3 van proteine in lichaam

4.1.2. door koken uiteenvallen --> samengestelde AZ= kleverig mengsel

4.1.3. witte kleur

4.1.4. microscopisch=> draadachtige structuur, tot bundels of groepen

4.1.5. EM

4.1.5.1. lange cilindrische fibrillen DM=10tallen nm, dwarsstreping perodiek 64nm

4.1.5.2. 280nm lange tropocollageenmoleculen gesynthetiseerd een gesecreteerd => matrix producerende cellen

4.1.6. buigbaar maar niet rekbaar en sterk

4.1.6.1. sterk door homogene structuur

4.1.7. opvangen van grote trekkrachten

4.1.8. elastische vezels

4.1.8.1. geel kleur

4.1.8.2. minder dradig, langwerpig en kronkelig DM=1micron

4.1.8.3. EM

4.1.8.3.1. langwerpig en onregelmatig met amorfe kerngesteun door perifere huls

4.1.8.3.2. veel minder elastische proteine fibrilline

4.1.8.3.3. elastine en fibrilline => gesynthetiseerd en gedecreteerd door firbroblasten en chondrblasten

4.1.8.4. vervormbaar en geen grote trekkracht na belasting eigen vorm opnieuw

4.1.8.5. vooral in wand van hart, arteries en in BW van longen ook in veel ligamenten (gele ligamenten)

5. Types

5.1. eigenschappen hangen af van 4 factoren

5.1.1. de verhouding cellen/vezels/grondssubstanties

5.1.2. soort vezels

5.1.3. schikkingspatroon van de vezels

5.1.4. soort grondsubstantie

5.2. losmazig BW

5.3. Dens BW

6. Kraakbeenweefsel

6.1. chondroblasten

6.1.1. tijdens productie matrix, groot volume

6.1.2. cytoplasma= sterke ontw. RER

6.1.3. afgeplatte met ribosomen bezette cisternen= concentrische laag rond kern

6.1.4. ribosomen bevatten kernzuren dus basische kleurstoffen zoals hemaxyline.

6.1.5. basofiele kleuring+ matrix ook basofiel

6.1.6. bleke euchromatische celkern => delen DNA

6.1.6.1. celkern hebben dens nucleool

6.2. chondrocyten

6.2.1. minder cytoplasma

6.2.2. denser, heteromatische celkern

6.2.3. p14

6.2.4. productie proteïnen

6.2.5. lipidendruppels en glycogeenkorrels

6.2.5.1. als energiereserves dienen

6.2.6. bleke kleur

6.2.7. voedselvoorziening: afhankelijk van diffusie van matrix

6.2.8. zuurstof via diffusie=> weinig intens, grotendeels anaeroob metabolisme

6.3. niet vasculair => drukkrachten maar niet vervormbaar=> kan bloedvaten dichtdrukken

6.4. 3soorten kraakbeen

6.4.1. hyalijn kraakbeen=doorschijnendde matrix

6.4.1.1. collagene vezels zelfde brekingsindex als grondsubstantie dus zonder kleurstof onzichtbaar

6.4.1.2. EM wel zichtbaar= dens netwerk

6.4.1.3. matrix rijk aan grondsubstantie

6.4.1.3.1. ionen en H+ aantrekken en vasthouden dus opzwellen=> tegengaan door netwerk collageen vezels => dus in kraakbeen inwendige druk

6.4.1.4. opgepompt en dan als steunweefsel beschouwd.

6.4.1.5. zoals foetaal skelet

6.4.2. elastisch kraakbeen

6.4.2.1. collagene en elastische vezels wel zichtbaar

6.4.2.2. elastischer

6.4.2.3. bv oorschelp, gehoorbuis,...

6.4.3. fibreus kraakbeen

6.4.3.1. veel collagene vezels => grote stevigheid

6.4.3.2. waar grote drukkracht nodig is bv tussenwervelschijven,kniegewricht,...

6.5. groeit 2 manieren

6.5.1. mesenchymcellen

6.5.1.1. embryonale matrix producerende cellen

6.5.1.2. vermenigvuldigen intensief

6.5.2. appositionele of subperichondrale groei

6.5.2.1. chondroblasten maken nieuwe matrix aan dus nieuw laagje kraakbeenweefsel afgezet

6.6. bedekt met dens bindweefsel=> dieper lagen => rijk aan mesenchymcellen: kraakbeenvlies of perichondrium