Geschiedenis module 4

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Geschiedenis module 4 Door Mind Map: Geschiedenis module 4

1. Jeanne is geboren toen de honderdjarige oorlog al bezig was. Ze woonden op een stuk boerenland als tiener hielp ze mee op het land. Maar er was iets bijzonders met haar. Volgens de overleving heeft ze met heiligen gepraat zoals Catharina,Margareta en Micheal. Daarnaast zou ze zelfs persoonlijk met god hebben gecomuniceerd

2. Met de zwarte dood wordt de pest bedoeld. De pest was overal te wereld, Maar het begon waarschijnlijk in centraal Azié. Toen waren daar italiaanse kooplieden, z e kwamen in de stad aan en zagen daar mensen hangen, daardoor gingen ze snel naar Italie. Toen ze daar aan kwamen besmette ze heel veel mensen. Via Italie is het heel europa ingegaan. Aan de zwarte dood gingen veel mensen dood. In Europa was 30% van de bevolking omgekomen door de pest. Er gingen dus veel mensen dood, dat kwam door de hygiene in de stad. Iedereen strooide hun afval op de straat. Ook zeiden mensen dat een bad slecht voor je was. Uiteindelijk over heel de wereld zijn er tusse de 75 en 100 miljoen mensen dood gegaan.

3. De ambachtslieden in de steden verenigden zich per ambacht in zogenaamde gilden. Zo ondstonden er verschillende gilden eentje voor schoenmaker en eentje voor een bakkerij. Binnen een gilde werden regels afgesproken over het uitoefenen van een ambt. Zo werden er regels gemaakt over de prijs en de kwaliteit zodat er geen concurentie tussen ze kwam. Ook jongens werden er opgeleid. Zodra het kind het beroep onder de knie had werd hij gezel dat betekent dat hij de meester mag helpen. Aan het eind van zijn opleoding deed hij de meesterproef. Als deze proef je lukt mag je een winkel starten. Sommige mensen vielen uit de boot toen ze deze proef deden.

4. Door het drieslagstelsel kwam er een overvloed aan eten iedereen trok uit de stad met zijn kraampje gignen naar een klein dorpje zette hun kraampje neer. Daardoor werd het erg druk in Die kleine dorpjes. Er moeten dan ook stadsrechten komen. De steden inden belasting van de burgers, ze gaven dat geld aan de landheer. In ruil voor de belasting kreeg de stad stadsrechten. De mensen die in zo´n stad wonen het burgers.

5. Op het land was er een nieuwe techniek geleerd om sneller te oogsten, de halsjuk. Ze lieten paarden en ossen het land ploegen.

5.1. Ontginnen hoort ook bij het drieslagstelsel. Ze ontginden dan moerassen en bossen, zodat daar weer akkers konden komen

6. Drieslag stelsel

6.1. Bij het drieslagstelsel werden er 3 akkers gemaakt waarop ze om het jaar was verbouwden. 2 jaar achter elkaar werd er verbouwd en het 3de jaar stond de akker dan braak, zodat de akker weer goed kon worden gebruikt.

7. Bevolkingsgroei west europa

7.1. De nieuwe landbouwtechniek maakte een grotere oogst. Boeren hielden veel eten over. Ze begonnen een eigen kraampje op de markt. Al snel waren er geen plaatsen meer in de stad, daardoor gingen mensen naar andere plekken zoals een klein dorpje. Ze gingen daar op de weg staan. Het was een groot succes veel mensen kwamen er op afom hun eten te halen. Het werd er dan ook steeds drukker en zo vormde er een stad.

8. Verbanden tussen landbouw en handel

8.1. Op het land was het drieslagstelsel uitgevonden, daardoor lukte al het oogst. De boeren hadden een overvloed aan eten ze startte hun eigen kraampje op op de markt en verkochten heel veel eten. Alle boeren kwamen een kraampje opzetten dus was al snel alles bezet. De boeren die geen plaats meer in de stad gingen naar de kleine dorpjes. Ze gingen daar iets buiten het dorp hun eigen kraampje opzetten. Dat trekte heel veel mensen, doordat er heel veel mensen waren werd het kleine dorpje een stad.

9. De hanze

9.1. Steden die erg rijk zijn geworden door handel zijn Hanzesteden. Deze steden hadden een samenwerkingsverbond, waardoor er op markten zelfs ook dingen uit andere steden en zelfs landen.

9.2. De hanze vervoerde specerijen,metalen,granen en hout.

9.3. Niet alleen Nederland was de hanze maar ook in Duitsland,Belgié,England,Zweden en Noorwegen.

10. Burgers en Stadsrechten

10.1. Voorbeelden van stadsrechten zijn: zelf markten opbouwen,stadsmuren,eigen rechtspraak en eigen munt.

10.2. De rijkste mensen van de stad regeerde het land. (Patriciers)

10.3. Amsterdam en Deventer hadden ook stadsrechten.

10.4. De rechten van de adel daalde enorm doordat de derde stand (de boeren) stadsrechten kregen. Ze mochten zelf markten opbouwen en hun overige eten verkopen. Hierdoor werden de boeren rijk er en rijker. Ze vinden dan ook dat zij meer recht moeten hebben dan de mensen van de 2 de stand (adel).

11. Het gilde

12. Zwarte dood

13. Centralisatie

13.1. Nederland gebruikte het leenstelsel voor het besturen van het land. Het rijk was te groot voor de koning daardoor gaf hij mannen van adel een stuk land waar zij konden regeren. De mensen die in een stad wonen heten burgers zij maatken uit van de 3de stand, de mensen van adel zaten in de 2de stand, de geestlijken zaten in de 1ste stand. De burgers leveren het land het meeste belasting, daarom willen ze meer rechten. De koning raakte steeds meer ontevreden over zijn leenmannen, zij luisterde vaak niet meer naar de koning en begon leenmannen te vervangen voor ambtenaren. Dit waren werkers die betaald (loon) kregen om namens de koning eens stuk land te besturen.

13.2. In de honderdjarige oorlog vochten Frankrijk en Engeland tegen elkaar. De honderdjarige oorlog begon in 1337 en eindigde in 1454. De oorlog kwam doordat de koning van frankrijk dood ging. Er was ruzie over wie er dan koning zou worden. De fransen vonden dat Filips van Vallios de nieuwe koning moest worden, Omdat hij de neef was van de koning. Maar er was nog iemand die een andere koning wilden, dat was de zus van de koning zij wilde dat haar broertje Edward de 111 van England de koning moest worden.

14. Jeanne d´arc

14.1. Ik heb nog nooit van dit verhaal gehoord. Als het echt zo is waar komt het geloof van de moslims dan vandaan. Ik vind het erg bijzonder maar het zou wel waar kunnen zijn.

15. Kruistochten

15.1. Paus Urbanus 111 riep in 1095 de edelen op om het heilige land te bevrijden van de moslims. De paus verzon allemaal gruwlijkheden zodat hij zo´n groot moegelijk leger kreeg. Als je meeging dan kreeeg je een aflaat, dat is een papier en dan zijn al je zonden vergeten. Veel mensen gingen daardoor mee. Het waren vooral franse en duitse ridders. De kruisvaarders van de eerste kruistochten was geslaagd. Ze doodde iedereen die in de stad was. Maar de moslims kwamen terug met eeen heel groot leger. Het leger werd bestuurd door Generaal Saladin

16. Begrippen

16.1. De investituurstrijd was een machtstrijd tussen Roomse-Duitse keizer en de paus van Rome. De tweezwaardenleer is de verdeling van de wereld in twee machtssferen. 1 van die twee machtssferen is de geestelijke macht. En de wereldlijke macht is de ander van die twee. Het conflict draaide om het benoemingsrecht van hoge geestelijken