Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Thema week 6 Door Mind Map: Thema week 6

1. Blancobetaling

1.1. Clean payments

1.2. Verschepingsdocumenten rechtstreeks koper

1.3. Risico afhankelijk afspraak

1.4. Verschillende manieren

1.4.1. Swift

1.4.1.1. Wereldomvattend computernetwerk

1.4.1.2. Schriftelijk

1.4.1.3. Telegrafisch

1.4.2. SEPA

1.4.2.1. Eén rekening Europa

1.4.2.1.1. Overschrijvingen

1.4.2.1.2. Incasso's

1.4.2.2. Internationaal opererende profiteren

1.4.3. Cheques en Wissels

1.4.3.1. Voordeel = verhalen bank

1.4.3.2. Bankcheque

2. Rechtstelsels

2.1. Civil law

2.1.1. Nederlands recht

2.1.2. Grondwet en wetgeving

2.1.3. Continental Law genoemd

2.1.4. Wetboeken en regelingen

2.2. Common law

2.2.1. America (USA)

2.2.2. Gewoonterecht en wetgeving

2.2.3. Anglo-American law genoemd

2.2.4. Vastgelegd in contracten

2.2.5. Lekenrechtspraak

2.2.5.1. Juryrechtspraak

2.3. Socialist law

2.3.1. Rusland

2.3.2. Grondwet en wetgeving

2.3.3. Speciale wetten staatsbedrijven

2.4. Islamic law

2.4.1. Midden-Oosten

2.4.2. Gebaseerd op Koran

2.4.3. Grote rol zakendoen

3. Verdragen internationale overeenkomsten

3.1. Materieel recht

3.1.1. Deens koopverdrag (CISG)

3.1.1.1. Clausule

3.2. toepasselijk recht

3.2.1. Rome-1 Verordening

3.2.1.1. Koopovereenkomst

3.2.1.2. Vervoersovereenkomst

4. Belangrijkste intellectuele eigendomsrechten

4.1. Octrooirecht

4.1.1. Gemeenschapsniveau

4.1.2. Internationaal niveau

4.2. auteursrecht

4.2.1. Exclusief recht

4.3. tekeningen- en modellenrecht

4.3.1. Beneluxniveau

4.3.2. Gemeenschapsniveau

4.3.3. Internationaal niveau

4.4. merkenrecht

4.4.1. Woordmerken

4.4.1.1. Redbull

4.4.2. Beeldmerken

4.4.2.1. Shell

4.5. handelsnaamrecht

4.5.1. Gebruik economisch verkeer

4.5.2. Merk

4.5.2.1. Philips

5. Verzekering per risico

5.1. Kwaliteit

5.1.1. Productaansprakelijkheidsverzekering

5.1.1.1. Occurrencedekking

5.1.1.1.1. Schade gedekt

5.1.1.1.2. Ongeacht wanneer veroorzaakt

5.1.1.2. Claims-made-dekking

5.1.1.2.1. Tijdens looptijd gedekt

5.1.2. Product recall-verzekering

5.1.2.1. Uit markt halen

5.1.2.2. Gevaarlijk bij gebruik

5.1.3. Product extortion-verzekering

5.1.3.1. Losgeld bij bedreiging

5.1.3.2. Afpersing NS

5.2. Transport

5.2.1. Transportverzekering

5.2.1.1. Allriskdekking

5.2.1.1.1. Declaratiepolis

5.2.1.1.2. Omzetpolis

5.2.2. Averij Grosse

5.2.2.1. Redding schip/lading

5.2.2.2. Schade aan lading

5.2.3. Vervoerderaansprakelijkheidsverzekering

5.2.3.1. Schade bij vervoeren

5.2.3.2. Aansprakelijkheid vervoerder

5.2.3.2.1. AVC

5.2.3.2.2. CMR

5.2.4. Seller's Interest-verzekering

5.2.4.1. Door verkoper afgesloten

5.2.4.2. Koper geen transportverzekering

5.2.4.2.1. CFR-koper

5.2.4.2.2. FOB-koper

5.2.4.2.3. FAS-koper

5.3. Koers

5.3.1. Valutatermijncontract

5.3.1.1. Tijd afsluiting belangrijk

5.3.1.2. Vastgestelde koers

5.3.2. Valutaoptiecontract

5.3.2.1. Recht (ver)koop valuta

5.3.2.2. Beperkte vreemde valuta's

5.3.3. Wisselkoersclausule

5.3.3.1. Gedeelde winst/verlies

5.3.3.2. Beide partijen gedeekd

5.3.4. Koersrisicoverzekering

5.3.4.1. Daling koers

5.3.4.2. Ten opzichte euro

5.3.4.3. Mogelijkheden dekking vergoeding

5.3.4.3.1. Koersdaling onder bandbreedte

5.3.4.3.2. Overeengekomen koers meetpunt

5.4. Ontvoering, gijzeling, afpersing

5.4.1. Kidnap & Randsom-verzekering

5.4.1.1. Maximum bedrag vaststellen

5.5. niet-betaling

5.5.1. Kredietverzekering

5.5.1.1. Betalingsrisico

5.5.1.1.1. Ingaan moment levering

5.5.1.2. Contractrisico

5.5.1.2.1. Ingaan sluiten verkoopcontract

5.5.1.2.2. Klantspecifieke producten

5.5.1.3. Gemaakte kosten verzekerd

5.5.2. Exportkredietverzekering

5.5.2.1. Bij Nederlandse staat

5.5.2.2. Transacties Risicovolle landen

5.5.3. Regeling herverzekering investeringen

5.5.3.1. Verzekeren politieke risico's

5.5.3.1.1. Oorlog

5.5.3.1.2. Contractbreuk buitenlandse overheid

5.5.3.1.3. Transferbelemmeringen

5.5.3.1.4. Onteigening

6. Verschillende betalingsvoorwaarden

6.1. Clean incasso

6.1.1. Vermelden ICC kan

6.1.2. Incasso-opdracht bank verlenen

6.2. Documentair incasso

6.2.1. Verzoek bank incasseren

6.2.1.1. tegen afgifte documenten

6.2.2. Tegen afgifte documenten

6.2.2.1. Factuur

6.2.2.2. Assurantiepapieren

6.2.2.3. Luchtvrachtbrief

6.2.3. Keuzemogelijkheid drie clausules

6.2.3.1. CAD

6.2.3.2. D/A

6.2.3.3. D/P

6.3. Documentair krediet

6.3.1. L/C genoemd

6.3.2. Bank bemiddelt niet

6.3.3. Verplichting voldaan = uitbetalen

6.3.4. Hoge kosten

6.4. Internationale bankgarantie

6.4.1. Zekerheidsgarantie

6.4.2. Goedkoper dan kredieten

6.4.3. Onderverdeeld in

6.4.3.1. Betalingsgarantie

6.4.3.1.1. Garantie voor leverancier

6.4.3.1.2. Payment bond

6.4.3.2. Voorruitbetalingsgarantie

6.4.3.2.1. Afnemer garantie terugbetaling

6.4.3.2.2. Goederen niet geleverd

6.4.3.3. Bindingsgarantie

6.4.3.3.1. Bid bond

6.4.3.3.2. Zekerheid nakoming

6.4.3.4. Uitvoeringsgarantie

6.4.3.4.1. Slechte/ onvolledige uitvoering

6.4.3.4.2. Compensatie schade

6.4.3.5. Onderhoudsgarantie

6.4.3.5.1. Zekerheid nakoming

6.4.3.6. Productschapgarantie

6.4.3.6.1. Zekerheid terugbetaling

6.4.3.7. Garantie ontbrekende cognossementgarantie

6.4.3.7.1. Beschikking goederen direct

6.4.3.7.2. Vermijding opslagkosten

6.4.3.8. Douanegarantie

6.4.3.8.1. Borgmaatschappij garandeert betaling

6.4.3.8.2. Acte van borgtocht

7. INCO-terms

7.1. Categorieën

7.1.1. Categorie E

7.1.1.1. Kosten/risico koper

7.1.1.2. EXW Ex works

7.1.1.3. Risico verkoper minimaal

7.1.2. Categorie F

7.1.2.1. In land export

7.1.2.1.1. Verkoper regelt vervoer

7.1.2.1.2. Verkoper betaalt

7.1.2.2. Daarna risico koper

7.1.3. Categorie C

7.1.3.1. Tot land import

7.1.3.1.1. Verkoper betaalt hoofdvervoer

7.1.3.2. Geheel risico koper

7.1.4. Categorie D

7.1.4.1. Verkoper alle risico

7.1.4.2. Regelt vervoer

7.1.4.3. Betaalt alle kosten

7.2. Internationale Leveringscondities

7.2.1. Kostenverdeling

7.2.2. Risicoverdeling

7.2.3. Taakverdeling

8. Vervoersvormen

8.1. Wegtransport

8.1.1. Geen grote afstand

8.1.2. FFL

8.1.2.1. Compleetlading

8.1.2.2. Eén enkele ontvanger

8.1.3. LTL

8.1.3.1. Incomplete trucklading

8.1.3.2. Zending verschillende ontvangers

8.1.4. CMR-document nodig

8.1.4.1. Internationale vrachtbrief

8.2. Spoortransport

8.2.1. Rendabel grote afstanden

8.2.2. Voornamelijk bulkgoederen

8.2.3. Betuwelijn

8.2.4. CIM-vrachtbrief

8.2.4.1. Internationaal verdrag

8.2.4.2. Geldt aangesloten spoorwegen

8.3. Luchttransport

8.3.1. Tijdwinst

8.3.2. Duur

8.3.3. Kwalitatief hoogwaardige goederen

8.3.4. AWB

8.3.4.1. Luchtvrachtbrief

8.3.4.2. Niet onderhandelbaar

8.3.4.3. Dienst begeleiding goederen

8.4. Watertransport

8.4.1. Binnenvaart

8.4.1.1. Via rivieren/kanalen

8.4.2. Zeevaart

8.4.2.1. Via oceanen/zeeën

8.4.2.2. Grotere schepen

8.4.3. Containers vevoeren

8.4.4. FCL

8.4.4.1. Geheel voor bestemming

8.4.4.2. Verzegeld

8.4.4.2.1. Levert tijdswinst

8.4.5. LCL

8.4.5.1. Zending verschillende ontvangers

8.4.5.2. Inklaren duurt langer

8.4.6. Zeevrachtbrief

8.4.6.1. B/L

8.4.6.2. Drie functies

8.4.6.2.1. Bewijs ontvangst

8.4.6.2.2. Vertegenwoordigt goederen

8.4.6.2.3. Enige manier

8.5. Pijnleidingtransport

8.5.1. Via holle geleiders

8.5.2. Stoffen transporteren

8.5.2.1. Vloeibaar

8.5.2.2. Gas

8.5.2.3. Vaste vorm

8.5.3. Geen specifiek document

8.6. Multimodaal

8.6.1. Verschillende transportmiddelen combineren

8.6.2. Kanaaltunnel naar Engeland

8.6.2.1. Vrachtwagens op trein

9. ICT-toepassingen

9.1. ERP

9.1.1. Eén database

9.1.2. Bedrijfsprocessen zijn verbonden

9.1.3. EXACT

9.1.4. SAP

9.2. RFID

9.2.1. Uniek identificeerbaar

9.2.1.1. Personen

9.2.1.2. Goederen

9.2.2. Aangebracht in goederen

9.2.3. Inzicht in goederenstroom

9.2.4. RFID-tag

9.2.4.1. Paspoort

9.3. EDI

9.3.1. Electronisch uitwisselen berichten

9.3.2. Voordeel

9.3.2.1. Tijdswinst

9.3.2.2. Nauwkeurigheid

10. Douane

10.1. Regelingen

10.1.1. douane-entrepot

10.1.1.1. vergunning douane nodig

10.1.1.2. Nike

10.1.1.2.1. distributiecentrum Nederland

10.1.1.2.2. klanten wereldwijd voorzien

10.1.1.3. Entrepothouder verantwoordelijk

10.1.1.3.1. Eventuele onregelmatigheden goederen

10.1.1.3.2. Tegenover douane

10.1.1.3.3. Goederen geen bewerking

10.1.2. actieve veredeling

10.1.2.1. leer

10.1.2.1.1. geïmporteerd uit china

10.1.2.1.2. In Europa verwerkt

10.1.2.1.3. Geëxporteerd naar Amerika

10.1.2.2. Vrijstelling invoerrechten/ antidumpheffingen

10.1.2.2.1. Uitvoer buiten europa

10.1.2.3. vergunning douane nodig

10.1.2.3.1. Niet verkrijgbaar EU

10.1.2.3.2. Niet dezelfde kwaliteit

10.1.2.3.3. moet worden aangetoond

10.1.3. passieve veredeling

10.1.3.1. Uitvoer weefsel Italie

10.1.3.1.1. Uitgevoerd naar pakistan

10.1.3.1.2. Blouses ervan maken

10.1.3.1.3. Geen invoerrecht weefselwaarde

10.1.3.2. Tijdelijk uit Europa

10.1.3.2.1. Komt terug

10.1.4. tijdelijke invoer

10.1.4.1. Tijdelijk in Europa

10.1.4.2. Geen veranderingen ondergaan

10.1.4.3. Bijvoorbeeld tentoonstellingen

10.2. Kerntaken

10.2.1. Goederen stoppen grens

10.2.1.1. Tegengaan bepaalde goederen

10.2.1.1.1. Wapens

10.2.1.1.2. Nagemaakte goederen

10.2.2. Wet- regelgeving bewaken

10.2.2.1. Controleren invoering

10.2.2.2. Voldoen aan wetgeving

10.2.3. Belastingen heffen/innen

10.2.3.1. Invoerrechten

10.2.3.2. Accijnzen

10.2.3.3. Belasting personenauto's

11. Documenten internationaal ondernemen

11.1. Transportdocumenten

11.1.1. CRM

11.1.2. Airwaybill

11.2. Oorsprongsdocumenten

11.2.1. EUR-1

11.2.2. CvO

11.2.3. Form A

11.3. Vergunningen

11.3.1. Invoervergunning

11.3.1.1. import bepaalde producten

11.3.1.2. IA-formulier

11.3.2. Uitvoervergunning

11.3.2.1. Goederen geëxporteerd

11.3.2.2. VA-formulier

11.4. Administratieve documenten

11.4.1. Factuur

11.4.2. Paklijst

11.4.3. Verzekeringsdocument

11.5. Douanedocumenten

11.5.1. Enig document

11.5.1.1. Douanevervoer binnen EU

11.5.1.2. Uitvoer

11.5.2. ATA-carnets

11.5.2.1. Tijdelijke in-/uitvoer