nagelaandoeningen

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
nagelaandoeningen Door Mind Map: nagelaandoeningen

1. 4) ramshoornnagel of nagelverkromming / onychogryphosis

1.1. omschrijving

1.1.1. soortgelijke verdikking bij onychauxis met ook dezelfde oorzaken + verwaarlozing

1.1.2. abnormale verdikking met misvorming als gevolg

1.1.3. nagel groeit spiraalvormig

1.1.4. donkergelige verkleuring

1.1.5. kan aan de plantaire zijde ingroeien (in de voetzool)

1.2. behandeling

1.2.1. is ook hetzelfde als bij onychauxis

2. 1) ingroeiende nagel / onychocryptosis

2.1. omschrijving:

2.1.1. pijnlijke aandoening aan grote teen

2.1.2. nagelhoek perforeert nagelwal

2.1.3. nagelhoek dringt door in het onderhuidse weefsel

2.1.4. vaak met acute ontsteking

2.2. oorzaken:

2.2.1. hyperhidrosis

2.2.2. slecht passende schoenen

2.2.3. overdreven convexe en verdikte nagelplaat

2.2.4. pathologische voetafwijking: pes planovalgus

2.2.5. stoten van de nagel

2.3. verloop:

2.3.1. 1e fase: prikkende pijn

2.3.2. 2e fase: huid wordt rood, glanzend, warm, pijn, teen zwelt op (alle tekenen van ontsteking)

2.3.3. 3e fase: etterige ontsteking van de nagelwal en eventueel nagelbed + later onycholyse (loslaten van nagelbed)

2.4. behandeling:

2.4.1. indien ontsteking doorverwijzen naar arts

2.4.2. door arts: nagelchirurgie

2.4.3. als de ontsteking genezen is correct knippen (uitknippen ingroeiende splinter)

2.4.4. nagelrand glad maken, goed reinigen

2.4.5. plaatsen van coppoline met isobetadine zalf en fixeren met (opsite) verbandspray

2.4.6. orthonyxie 3e jaar: bs spange, bs quick, podofix, ring van ross eraser...

3. 2) involutie, nagelinbuiging of gekrulde nagel

3.1. omschrijving

3.1.1. ombuiging van één of beide zijranden van de nagelplaat

3.1.2. de nagelplaat rolt in het nagelbed eventuele ontsteking naargelang hoe erg de nagel krult

3.1.3. verminderde doorbloeding in het distale deel van de teen, matrix en nagelbed

3.1.4. vooral aan de grote teen

3.2. oorzaken

3.2.1. verworven door druk van de schoenen

3.2.2. verworven door vochtige voeten

3.2.3. aangeboren door erfelijkheid

3.2.4. aangeboren door ondervoeding tijdens zwangerschap

3.3. behandeling

3.3.1. nagel goed verdunnen, reinigen

3.3.2. deel dat ingebogen zit verwijderen

3.3.3. eventueel veroorzaakte verhardingen verwijderen

3.3.4. copoline plaatsen

3.3.5. orthonyxie 3e jaar idem als bij de ingegroeide nagel

4. 3) kalknagel of hypertrofie / onychauxis

4.1. omschrijving

4.1.1. abnormale verdikking van de nagel die toeneemt vanaf de basis naar de vrije boord

4.1.2. gaat gepaard met een bruin/gele verkleuring

4.1.3. heel vaak is alleen de nagel van de grote teen aangetast

4.1.4. de sterke groei maakt het knippen van de nagel moeilijk

4.1.5. bij verwaarlozing: pijn door de druk van de schoenen

4.1.6. vergroting van de nagelgroeven, vanwege de verdikte zijranden van de nagel

4.2. oorzaken

4.2.1. onychauxis is het gevolg van een blijvende beschadiging van de matrix door;

4.2.1.1. trauma, harde klap, hevige stoot

4.2.1.2. verwaarlozing van het knippen van de nagels

4.2.1.3. schoen drukt teveel waardoor hoornlagen zich opstapelen

4.2.1.4. teenafwijkingen (klauwtenen)

4.2.1.5. reuma

4.2.1.6. chronische huidziekten, schimmelinfecties

4.2.1.7. algemeen ziektebeeld

4.2.1.8. erfelijkheid

4.3. behandeling

4.3.1. nagel dunner fresen om nadien te knippen of met de frees in vorm te brengen (afhankelijk van de lengte splintering van de nagel)

4.3.2. dit dunner maken vermindert de druk op de matrix

4.3.3. nagelplooien ontdoen van verhardingen

4.3.4. de schoenen moeten ruim genoeg zitten

4.3.5. behandeling regelmatig te herhalen

4.3.6. vertex reconstructie

5. 5) botuitgroeisel onder de nagel / subungeale exostose

5.1. omschrijving

5.1.1. klein kraakbeenachtig gezwel

5.1.2. peervormig

5.1.3. zit met steeltje vast in het distale teenkootje

5.1.4. vaakst aan de grote teen

5.1.5. nagel komt los van het nagelbed

5.1.6. door de woekering van bot onder de huid zie je een rode verkleuring die verdwijnt bij druk

5.1.7. uitsteeksel is hard, duidelijk begrensd

5.1.8. pijnlijke aandoening

5.1.9. röntgenfoto nodig

5.2. oorzaken

5.2.1. door voortdurende, soms hele lichte druk van de schoenen: te lage schoenen met lange smalle tippen of te hoog van hak

5.2.2. door verwonding van het beenvlies van het distale kootje en daaruitvolgende beenvliesontsteking

5.3. behandeling

5.3.1. chirurgie

6. 6) eeltvorming in de nagelgroeven / onychophosis

6.1. omschrijving

6.1.1. eeltvorming in de nagelgroeven

6.1.2. de nagelgroeven kunnen daardoor opzwellen en ontsteken

6.1.3. lichte gevallen: niet vervelend

6.1.4. erge gevallen: veel pijn (vergelijkbaar met ingroeiende nagel / onychocrytosis

6.1.5. eventueel samen met likdoorn

6.2. oorzaken

6.2.1. zijdelingse druk van nauwe schoenen of naastgelegen teen met structurele afwijking

6.2.2. ten gevolge ook van hallux valgus

6.2.3. ondeskundig knippen van de nagels

6.2.3.1. het ruw laten of maken van de nagels, oneffenheden nalaten op de nagel

6.3. behandeling

6.3.1. eelt weken

6.3.2. eelt verwijderen met frees of velletjestang

6.3.3. nagel glad maken

6.3.4. tamponnage tussen nagelrand en nagelgroef

6.3.5. vilttechniek aan teen die oorzaak geeft

7. 7) eeltpit onder de nagel / subungeale keratoom

7.1. omschrijving

7.1.1. de likdoorn kan overal op het nagelbed, dus onder de nagel voorkomen

7.1.2. geel/grijze verkleuring die niet verbleekt bij het indrukken

7.1.3. nagel komt los van het nagelbed

7.1.4. hevige pijnen

7.2. oorzaken

7.2.1. te kleine schoenen

7.2.2. hallux rigidus

7.2.3. over elkaar liggende tenen

7.2.4. verwaarlozing van eeltvorming in de nagelgroeven

7.3. behandeling

7.3.1. stukje nagelplaat wegnemen zodat we aan de eeltpit kunnen

7.3.2. eelt en eeltpit verwijderen

7.3.3. antiseptisch weekmakend middel aanbrengen

7.3.4. het gebied afdekken met een elastisch verband

7.3.5. indien nodig de behandeling herhalen

7.3.6. schoeisel controleren op een goede pasvorm

7.3.7. aandoening veroorzaken door een misvorming van de grote teen: permanente bescherming van de nagel

8. 8) nagelwalontsteking / paronychia

8.1. omschrijving

8.1.1. een door bacteriën veroorzaakt onsteking van de nagelwal

8.1.2. bacteriën dringen binnen in het weefsel

8.1.3. normale afweerreactie treedt in werking

8.1.4. plaatselijke ontsteking

8.1.5. door zwelling kan nagelriem loskomen

8.1.6. andere bacteriën kunnen langs daar weerom binnendringen

8.1.7. ontstaan van etter langs de nagelriem

8.2. oorzaken

8.2.1. hevige stoten van de teen

8.2.2. klein wondje rond de nagels

8.2.3. ondeskundig gebruik van holle beitel of mesje

8.2.4. ingegroeide nagel die verwaarloosd werd

8.2.5. algemene ziekte vb. diabetes

8.3. behandeling

8.3.1. we maken verschil tussen acute paronychia en chronische paronychia, voor of na etterende infectie

8.3.1.1. acute paronychia voor infectie: roodheid, warm, gezwollen

8.3.1.1.1. voorkomen van infectie

8.3.1.1.2. terugdringen van ontsteking door vb. voetbaden te nemen met chloramine tabletten

8.3.1.1.3. antisepticum aanbrengen vb. jodiumtinctuur

8.3.1.1.4. beschermend verband

8.3.1.1.5. rusten

8.3.1.2. paronychia na infectie: roodheid + etter

8.3.1.2.1. afvoer van etter door hete voetbaden, hete compressen

8.3.1.2.2. alle 4 uren herhalen

8.3.1.2.3. rust

8.3.1.2.4. doorgaan tot alle etter is verdwenen

8.3.1.2.5. drainage ook met stukje gaas (wieke)

8.3.1.2.6. antisepticum aanbrengen

8.3.1.2.7. afdekken met steriel gaas

8.3.1.2.8. indien echt chronisch doorverwijzen naar arts!

9. 9) nagelbedontsteking / onychia

9.1. omschrijving

9.1.1. ontsteking van het nagelbed en de matrix

9.1.2. ziektebeeld vergelijkbaar met paronychia

9.1.3. plaatselijke infectie, ettervorming, verkleuring van de nagel

9.1.4. kloppende pijn

9.1.5. pijn daalt als de etter wordt gedraineerd

9.2. oorzaken

9.2.1. algemene ziekte: dan zijn meerdere tenen aangetast

9.2.2. plaatselijk: na trauma

9.2.3. vaak veroorzaakt door paronychia

9.3. behandeling

9.3.1. arts: verwijderen van een deel van de nagel of zelfs de volledige nagel, dit verlicht de acute pijn en zo kan de etter afvloeien

9.3.2. zie ook behandeling paronychia

10. 10) blauwe nagel / subungeale hematoom

10.1. omschrijving

10.1.1. blauwe verkleuring van de nagel

10.2. oorzaak

10.2.1. door ongelukkig stoten van de nagel/teen

10.2.2. door gekneld te zitten in de sportschoenen (joggers)

10.2.3. bloeduitstorting onder de nagel, blauwe verkleuring

10.3. behandeling

10.3.1. normaal niks

10.3.2. bij te hevige pijn en druk kan de arts een gaatje boren in de nagelplaat om zo de druk te verminderen

11. 11) myco - bacteriële nagelaandoeningen

11.1. soorten

11.1.1. onychomycose of schimmelnagel

11.1.2. distale subungeale onychomycose

11.1.3. witte oppervlakkige onychomycose of leuc-onycho-mycose

11.1.4. proximale subungeale onychomycose

11.1.5. totale onycho-myco-dystrofie

11.1.6. myco-bacteriële paronychia

11.2. wat is een schimmelnagel?

11.2.1. een nagel waarbij nagelbed en/of nagelplaat zijn aangetast door schimmels

11.2.2. vaak wit/geel/bruine verkleuring

11.2.3. vaak met hyperkeratose van de nagelplaat

11.2.4. nagelplaat laat los

11.2.5. typische geur

11.3. wat is de oorzaak van een schimmelnagel?

11.3.1. er zijn grote infectiegroepen of soorten schimmels

11.3.1.1. dermatofyten

11.3.1.1.1. schimmels die enkel op haren, huid en nagels voorkomen. oorzaak nr 1 bij de schimmelvoeten en nagels

11.3.1.2. gisten of candida

11.3.1.2.1. schimmels die aanleiding geven tot infectie in aanraking met vocht. oorzaak nr 1 bij myco-bacteriële paronychia (nagelwalontsteking)

11.3.1.3. niet-dermatofyten

11.3.1.3.1. schimmels die optreden als er al een schimmelnagel van een andere schimmel is, dus bijkomend, oorzaak van loskomen van nagelplaat en dus het laatste stadium van een schimmelnagel, totale onychomycose

11.4. schimmelnagel / onychomycose

11.4.1. omschrijving

11.4.1.1. van aan de grote teen

11.4.1.2. vaak gele tot bruine ondoorschijnende verkleuring

11.4.1.3. nagelplaat brokkelt af

11.4.1.4. geurt sterk muf

11.4.2. oorzaken: uitlokkende factoren

11.4.2.1. beschadiging van de nagelplaat

11.4.2.2. stofwisselingsziekten: diabetes, slechte doorbloeding

11.4.2.3. slecht ventilerend schoeisel

11.4.2.4. slecht afdrogen van de voeten

11.4.2.5. van nature vatbare personen

11.4.3. behandeling

11.4.3.1. aangetast deel verwijderen

11.4.3.2. nagelbed bedekken met curac zalf + occlusief verband

11.4.3.3. na 5 dagen afhalen en herhalen

11.4.3.4. of verwijderen en verwijderd stuk vervangen met nail-repair of wild-pedique

11.5. distale subungeale onychomycose

11.5.1. omschrijving

11.5.1.1. komt vaak voor

11.5.1.2. ontstaat uit schimmel aan de voetzool die zich via de vrije boord in de nagel vestigt

11.5.1.3. de nagelsmeer van de vrije boord is een perfecte voedingsbodem

11.5.2. oorzaak

11.5.2.1. dermatofyten

11.5.2.2. gisten

11.5.3. verloop

11.5.3.1. besmetting

11.5.3.2. verdikking van de nagelplaat

11.5.3.3. nagel wordt geel/bruin

11.5.3.4. nagel laat los van nagelbed

11.5.3.5. nagel wordt brokkelig

11.5.3.6. nagelgroei vermindert

11.6. oppervlakkige leuc-onycho-mycose

11.6.1. omschrijving

11.6.1.1. schimmelinfectie op de nagelplaat, niet in het nagelbed

11.6.1.2. vaakst op grote teennagel, maar ook op andere teennagels

11.6.1.3. witte vlekvorming in de nagelplaat die verdwijnt na fresen

11.6.2. oorzaak

11.6.2.1. dermatophyten

11.6.3. verloop

11.6.3.1. de dermatofyt infecteert de nagelplaat oppervlakkig langs de bovenzijde

11.6.3.2. pleksgewijze witte verkleuring

11.6.3.3. de plekken zijn broos en makkelijk af te schrapen

11.6.3.4. blijft meestal beperkt tot de nagelplaat

11.7. proximale subungeale onychomycose

11.7.1. omschrijving

11.7.1.1. zeldzame mycose die start aan de nagelriem

11.7.1.2. geel/bruin verkleuring die uitspreidt tot de gehele nagel

11.7.2. oorzaak

11.7.2.1. candida (huidschimmel)

11.7.3. behandeling

11.7.3.1. dermatoloog

11.7.3.2. medicijnen, operatief, dermatoloog, orthopedist, arts

11.7.4. verloop

11.7.4.1. door trauma aan de nagel of nagelriem

11.7.4.2. ofwel enkel op nagelplaat ofwel ook in het nagelbed

11.7.4.3. kan ook overgaan op de huidplooien rond de nagel

11.7.4.4. de nagelgroei is sterk geremd

11.8. totale onycho-myco-dystrofie

11.8.1. omschrijving

11.8.1.1. verwaarloosde vorm van voorafgaande vormen

11.8.1.2. nagelplaat en nagelbed zijn beide volledig aangetast

11.8.1.3. brokkelt volledig af

11.8.2. oorzaak

11.8.2.1. candida en gisten

11.8.3. verloop

11.8.3.1. distale of proximale onychomycose spreiden uit over de ganse nagel

11.8.3.2. vaak ook met ontsteking van de onderliggende huis

11.8.3.3. verhoorning van het nagelbed

11.8.4. behandeling

11.8.4.1. arts, dermatoloog, orthopedist

11.9. mycobacteriële paronychia

11.9.1. omschrijving

11.9.1.1. ziekelijke structuur en kleurveranderingen van nagelplaat en nagelplooien

11.9.1.2. roodheid en ontsteking van de nagelwallen

11.9.2. oorzaak

11.9.2.1. candida

11.9.3. behandeling

11.9.3.1. arts

12. broosheid en afbrokkelen van de nagels / onycho-atrofie

12.1. oorzaken

12.1.1. doorbloeding

12.1.2. medicatie: cortisone, chemo

12.1.3. ouderen en diabeten

12.2. kenmerken

12.2.1. psoriasisnagel andere vorm, kleur (geel/grijs), week, vingerhoedsnagel (putje in nagel)

12.2.2. gevolg vaak onycholisis en onychomycose

12.3. behandeling

12.3.1. nagel zo kort en glad mogelijk

13. witte vlekken / leuconychia

13.1. oorzaken

13.1.1. te kort aan mineralen (Zn)

13.1.2. trauma (gedeeltelijke loslating van de nagelplaat)

13.1.3. op de nagel schimmel

13.2. kenmerken

13.2.1. witte vlekken op de nagel of in de nagelplaat

13.3. behandeling

13.3.1. indien schimmel frezen

13.3.2. doorverwijzen

14. lijnen / onychorhexis (trofische stoornis) (stoornis in de nagelwortel)

14.1. oorzaken

14.1.1. reuma patiënten

14.1.2. stoornis in de nagelwortel

14.1.3. mensen met eczeem

14.1.4. soms na een ziekteperiode (anemie)

14.2. kenmerken

14.2.1. lijnen in de nagels (lengterichting)

14.2.2. soms zwarte lijnen in de nagels

14.3. behandeling

14.3.1. enkel gladfrezen

15. (loslatende vanaf distaal nagel) / onycholisis (loslatend van af proximale (onychomadesis)

15.1. oorzaken

15.1.1. na trauma

15.1.2. na blauwe nagel

15.1.3. overliggende tenen

15.1.4. kankerpatiënten (door de chemo)

15.2. kenmerken

15.2.1. begint meestal in een hoekje NIET WEGKNIPPEN

15.2.2. soms halve nagel (vaak bij chemo patiënten)

15.3. behandeling

15.3.1. knippen en eventueel kunstnagel zetten

15.3.2. goed reinigen en voor de rest niks aan doen (druppelen met molkosan)

16. lepeltjesnagels / koïlonychie

16.1. oorzaken

16.1.1. geen spanning op de nagels, vaak erfelijk

16.2. kenmerken

16.2.1. meestal bij kinderen, scherpe hoekjes

16.3. behandeling

16.3.1. hoekjes goed knippen, zeker niet inknippen, niet te kort knippen

17. de voetafdruk

17.1. een voetafdruk wordt genomen om te zien hoe een voet onder belasting staat.

17.1.1. statische = in stilstand

17.1.2. dynamische = stappend

17.2. informatie die de voetafdruk geeft

17.2.1. een indicatie voor delen met hyperpressie en hypopressie

17.2.2. de soort voetvorm en zwaairichting aan (planus, cavus, valgus, varus)

17.2.3. een afwijkende stand van een teen (klauwteen, valgus, varus, supraductus)

17.2.4. andere orthopedische afwijkingen zoals kleermakersknobbel, hallux rigidus, klompvoet)

17.2.5. adductie, abductie, supinatie, pronatie van de voor - en/of achtervoet

17.3. doeleinden

17.3.1. drukverleggende verbanden

17.3.2. maken van steunzolen

17.3.3. orthopedisch of semi-orthopedisch schoeisel

17.3.4. progressiviteit van de aandoeningen

17.4. verschillende technieken

17.4.1. de blauwdruk

17.4.2. de podoscoop

17.4.3. de podobaroscoop of voetspiegel

17.4.4. met olie of vaseline

17.5. hyperpressie = teveel druk

17.6. hypopressie = te weinig druk

17.7. adductie = een beweging in het frontale vlak, dus zijwaards naar het lichaam toe

17.8. abductie = een beweging in het frontale vlak om de saggitale as van het lichaam

17.9. supinatie = heffen van de mediale voetrand

17.10. pronatie = heffen van de laterale voetrand