Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Neus Door Mind Map: Neus

1. Rhinorroe

1.1. Acuut

1.1.1. Bilateraal

1.1.1.1. Waterig

1.1.1.1.1. Coryza

1.1.1.1.2. Allergische rhinitis

1.1.1.1.3. Vasomotore rhinitis

1.1.1.2. Purulent

1.1.1.2.1. Bacteriële rhinitus

1.1.1.2.2. Acute sinusitis

1.1.1.2.3. Acute adenoïditis

1.1.2. Unilateraal

1.1.2.1. Purulent

1.1.2.1.1. Vreemd voorwerp rhinitis

1.1.2.1.2. Acute sinusitis

1.2. Chronisch

1.2.1. Unilateraal

1.2.1.1. Waterig

1.2.1.1.1. Choanale atresie

1.2.1.1.2. Antrochoanaalpoliep

1.2.1.1.3. Liquorhinorroe

1.2.1.2. Purulent

1.2.1.2.1. Chronische sinusitis

1.2.1.2.2. Chronische sinusitis van dentale origine

1.2.1.2.3. Inverted papilloma

1.2.2. Bilateraal

1.2.2.1. Waterig

1.2.2.1.1. Perreneale allergische rhinitis

1.2.2.2. Purulent

1.2.2.2.1. CRSwNP

1.2.2.2.2. Chronische sinusitis

1.2.2.2.3. Atrofische rhinitis

1.2.2.2.4. Chronische rhinitis (nasale hyperreactiviteit)

2. Neusobstructie

2.1. Unilateraal

2.1.1. Continu

2.1.1.1. Antecedenten van trauma

2.1.1.2. Geen geassocieerde symptomen

2.1.1.2.1. Structureel: septumdeviatie

2.1.1.2.2. Structureel: septumperfobatie

2.1.1.3. Geen uitlokkende factoren

2.2. Bilateraal

2.2.1. Continu

2.2.1.1. Uitlokkende factoren: seizoens-/beroepsgebonden

2.2.1.2. Geassocieerd: rhinorroe, pruritis, hoofdpijn, niezen, ...

2.2.1.2.1. Allergische rhinitis

2.2.1.2.2. Conchahypertrofie

2.2.1.2.3. Alaire collaps

2.2.1.2.4. Rhinitis medicamentosa

2.2.1.2.5. CRSwNP

2.2.1.3. Geassocieerde ziekten: astma, chronische bronchitis, OME

2.2.2. Recidiverend

2.2.2.1. Uitlokkende factoren: seizoens-/beroepsgebonden

2.2.2.2. Geassocieerd: rhinorroe, pruritis, hoofdpijn, niezen, ...

2.2.2.2.1. Infectieus

2.2.2.2.2. Allergische rhinitis

2.2.2.2.3. Vasomotore rhinitis

2.2.2.3. Geassocieerde ziekten: astma, chronische bronchitis, OME

3. Hoofd- en aangezichtspijnen

3.1. Zware, pulserende pijn -> verergerend bij vooroverbuigen

3.1.1. Geassocieerd: unilaterale rhinorroe, unilaterale neusobstructie, olfactoire stoornissen, ...

3.1.1.1. Chronische/acute sinusitis

3.1.2. Toename pijn aan einde voormiddag en resolutie in namiddag

3.2. Oogproblemen: iritis, refractieafwijkingen, strabismus, glaucoom, ...

3.2.1. Pijnen van oculaire oorsprong

3.3. Otalgie en pijn bovenkaak

3.3.1. Dentale pathologie en TMD-dysfunctie

3.4. Korte ontladingen van pijn meerdere malen per dag

3.4.1. Essentiiële neuralgie van nervus trigeminus

3.4.1.1. Cave tumor op zenuw of MS bij jonge pt of permanente pijn

3.4.2. Neuralgie van nervus hypoglossus

3.4.2.1. Bij kauwen, slikken of fonatie

3.5. Fronto-temporale hemi-craniële pijn

3.5.1. Migraine

3.6. Bilaterale occipito-nuchale hoofdpijn met uitstraling naar m trapezii

3.6.1. Spanningshoofdpijn

4. Epistaxis

4.1. Anterieur

4.1.1. Coagulatie/cauterisatie

4.1.1.1. Neuszalf + vermijden CVD-stijging (+ vasoconstrictieve druppels)

4.1.2. Anterieure tamponade + Exacyl

4.2. Posterieur

4.2.1. Ballontamponade + hospitalisatie + pijnstilling + AB-profylaxe + Exacyl

4.2.1.1. Evtl heelkundige legatie of embolisatie

5. Reuk- en smaakstoornissen

5.1. Leeftijd > 65 jaar

5.1.1. Leeftijdsgebonden dysosmie

5.2. Vrouwen tussen 55 en 65 jaar

5.3. Recente virale infectie

5.3.1. Dysosmie op basis van acute rhinitis

5.4. 60% spontaan herstel

5.5. CRSwNP

5.5.1. Geleidingsdysosmie

5.6. CRSsNP

5.6.1. Aantasting van slijmvlies door chronische sinusitis

5.7. Niesbuien 's morgens + dysosmie + rhinorroe bij temperatuurschommelingen, stress, alcohol, tocht, ...

5.8. Hypertrofie en paarse verkleuring van conchae

5.8.1. Niet-allergische rhinosinusitis met eosinofiele cellen

5.9. Navragen: bronchiale hyperreactiviteit en intolerantie voor aspirine

5.10. Syndroom van Churg-Strauss / sarcoïdosis / Syndroom van Sjögren / ziekte van Wegener

5.10.1. Auto-immune rhinitis

5.11. Neusobstructie en tumormassa op nasale endoscopie

5.11.1. Nasosinusale tumoren

5.12. Nasale chirurgie

5.12.1. Postoperatieve dysosmie

5.12.1.1. Decompensatie van vooraf bestaande slijmvliespathologie

5.13. Neurochirurgie aan voorste schedelbasis

5.14. Na trauma aan schedel

5.14.1. Post-traumatische dysosmie

5.14.1.1. (indien PO Medrol niet werkt: olfactorische. neuro-epitheel niet meer functioneel)

5.15. Alzheimer / Parkinson / MS

5.15.1. Dysosmie bij neurodegeneratieve ziekte

5.16. Epileptische kakosmie

5.17. Depressie

5.17.1. Depressieve dysosmie

5.17.1.1. (kan ook gevolg van dysosmie zijn)

5.18. Migraine

5.19. Schizofrenie

5.20. Toxische blootstelling (cadmium, chroomzouten, kwik, RT van de schedel, roken, ...)

5.20.1. Dysosmie van toxische oorsprong

5.21. Congenitaal

5.21.1. Kallmann syndroom (hypogonadisme, anosmie en doofheid)

5.21.2. Mucoviscidose

5.21.3. Syndroom van Johnson-McMillin

5.21.4. Syndroom van Refsum

5.21.5. CHARGE-assosiatie

5.21.6. Bilaterale choanale atresie

5.21.7. Geïsoleerde congenitale anosmie (uitsluitingsdiagnose)

5.22. aids / hepatitis A en C / bijnierschorsinsufficiëntie / nierinsufficiëntie / hypothyroïdie / diabetes