Nederlands lezen

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Nederlands lezen Door Mind Map: Nederlands lezen

1. hooftstuk 1

1.1. onderwerp

1.1.1. vind door oriënterend lezen

1.2. oriënterend lezen

1.2.1. lees eerste alinea

1.2.1.1. genummerde kleine stukjes waar een tekst is in opgedeeld

1.2.2. kijk naar ilustraties

1.2.3. let op ander gedrukte woorden

1.2.3.1. vet

1.2.3.2. cursief

1.2.3.3. GROOT

1.2.3.4. gekleurd

1.2.4. kijk naar de titel

1.2.5. kijk naar tussenkopjes

1.2.6. bekijk de tekst

2. hooftstuk 2

2.1. tekst verdeeld

2.1.1. inleiding

2.1.1.1. begin

2.1.2. middenstuk

2.1.2.1. (kern) het grootste deel van de tekst

2.1.3. slot

2.1.3.1. einde

2.2. deelonderwerpen

2.2.1. bijvoorbeeld de tekst gaat over piraten dan zijn de deelonderwerpen schepen, schatten etc

2.2.2. globaal lezen

2.3. leesstrategieën

2.3.1. globaal lezen

2.3.1.1. lees eerste en laatste alinea van de tekst

2.3.2. zoekend lezen

2.3.2.1. lees tussen kopjes, anders gedrukte woorden en opvallende tekens

3. hooftstuk 3

3.1. inleiding

3.1.1. word duidelijk wat onderwerp is

3.1.2. anekdote

3.1.2.1. klein (grappig) verhaaltje

3.1.3. begin

3.2. slot

3.2.1. laatste deel van de tekst

3.2.2. conclusie of korte samenvatting

3.3. hooftgedachte

3.3.1. precies lezen

3.3.2. volledige zin die het belangrijkste samenvat

3.3.3. staat meestal in inleiding of slot

3.3.4. je vind het door je af te vragen wat het belangrijkste in de tekst is

3.3.5. je vind het door pressies te lezen

3.4. leerstrategieën

3.4.1. precies lezen

3.4.1.1. lees nauwkeurig van begin tot eind

4. hoofdstuk 4

4.1. tekstverband

4.1.1. chronologisch

4.1.1.1. beschrijft gebeurtenissen tussen de juiste tijdsvolgorde

4.1.1.2. signaal woorden: vroeger, later, nu, eerst, daarna,vervolgens etc.

4.1.2. opsommend

4.1.2.1. dingen achter elkaar opgenoemd

4.1.2.2. signaal woorden: ten eerste, ten tweede, om te beginnen etc

4.1.3. tegenstekkend

4.1.3.1. tegenovergestelde zaken genoemd

4.1.3.2. signaal woorden: maar, tegenover, daarentegen, toch etc

4.1.4. toelichtend

4.1.4.1. word extra informatie toegelicht bij een onderwerp

4.1.4.2. signaal woorden: zo, als, zoals,denk aan etc