Sociaal-emotioneel- en motorische ontwikkeling kinderen 8 tm 12 jaar

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Sociaal-emotioneel- en motorische ontwikkeling kinderen 8 tm 12 jaar Door Mind Map: Sociaal-emotioneel- en motorische ontwikkeling kinderen 8 tm 12 jaar

1. Toenemende formaliteit.

1.1. Schoolkinderen kunnen een interne voorstelling maken van situaties met regels, sociale rangorde en wederkerigheid.

2. Kind doorloopt stadium vlijt versus minderwaardigheid

2.1. Vlijt: dit leidt tot gevoelens van competentie en bekwaamheid. Kinderen leren omgaan met hun eigen successen.

2.2. Minderwaardigheid: dit leidt tot gevoelens van onbekwaamheid wat een aanleiding kan zijn voor mislukking. Kinderen leren omgaan met hun eigen falen.

3. Kern sociale ontwikkeling

3.1. 5 participeren in en initiatief nemen tot sociale interacties; 5 oog hebben voor wat andere kinderen beweegt; 5 zich houden aan regels en afspraken.

4. Sociaal gedrag (pesten en hiërarchie in vriendengroepen) Persoonlijke ontwikkeling kan worden aangetast door pestgedrag.

5. Overzicht van sociale vaardigheden – relaties met anderen – omgaan – onderhouden – oog hebben voor de ander – rekening houden met de ander – zowel verbale als non-verbale signalen goed interpreteren – overleggen met de ander – samenwerken – luisteren – helpen – eigen mening niet opdringen – de ander aanvoelen – bedoelingen van anderen onderkennen – gevoelens van anderen begrijpen – beheersen van eigen emoties – kunnen omgaan met tegenslag – niet bij het minste of geringste in huilen uitbarsten – controleren van eigen gedragingen – niet als een dolleman tekeergaan – nadenken alvorens te handelen – oplossen van problemen – in staat zijn conflicten op te lossen en ruzies bij te leggen – botsingen niet laten escaleren – respecteren van regels – je houden aan afspraken – beloftes nakomen

6. Interactie; reden doordat 12- jarigen naar de middelbare gaan. Door de pubertijd en omgeving, komt haar eigen ontwikkeling tegelijk met anderen en zoekt ze dingen uit.

7. Opwaartse sociale vergelijking: Kinderen gaan zichzelf vergelijken met leeftijdsgenootjes die het "beter doen". Dit kan ervoor zorgen dat het kind zelf ook beter gaat presteren maar het tegenover gestelde kan ook gebeuren en het kind ontwikkeld dan een negatief zelfbeeld.

8. Vanaf 8 jaar zou een kind motorisch redelijk veel moeten kunnen. Het gaat hier bijvoorbeeld over: zelfstandig naar school of de sportvereniging gaan, door bijvoorbeeld te fietsen of te lopen. Ook moet een kind dan langdurig kunnen bewegen, rollen, balanceren en sprinten. Kinderen leren nu ook spelregels te herkennen, onthouden en begrijpen.

9. Na 8 jaar vind er motorisch nog een verbetering plaats met hand-oog coördinatie.

10. Tijdens het sporten vind ook veel sociale ontwikkeling plaats. Kinderen die goed presteren krijgen een hogere sociale status bij hun leeftijdsgenootjes, terwijl kinderen die minder goed presteren juist een negatiefzelfbeeld kunnen ontwikkelen.