Les 2 : De vloeibare samenleving: van government naar governance

Les 2 : De vloeibare samenleving: van government naar governance

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Les 2 : De vloeibare samenleving: van government naar governance Door Mind Map: Les 2 : De vloeibare samenleving: van government naar governance

1. Tussen Woede en identiteit (Boutellier, 2011)

1.1. De samenleving wordt steeds complexer. Hierdoor lijkt er sprake te zijn van chaos terwijl er eigenlijk sprake is van een hele sterke organisatie. De overheid probeert orde te houden door ordeningsprogramma's.

1.2. Vloeibaar modern: De vrijheid om te consumeren gaat voor individuele vrijheden.

1.3. Identiteit en gemeenschap: Reactie op onzekerheid en nergens bij oren.

1.4. Een tweede leven:

1.5. Consumptief narcisme: Criminelen jongeren uit de onderklassen willen erbij horen.

1.6. Ressentiment en erkenning: Mens wordt gedreven door individuele trots en niet maatschappelijke normen en waarden.

1.7. Het gefrustreerde zelf: (Thymos) mensen plegen criminaliteit omdat ze erbij willen horen.

2. Drie ordeningsprogramma's om het complex zonder richting te ordenen.

2.1. Nationale beschavingsdefensief: normen en waarden

2.2. Save new world (Het veiligheidsoffensief) : Van criminaliteitsbestrijding naar veiligheidsbeleid.

2.3. Burgerparticipatie: Burger is het probleem en moet het zelf oplossen.

3. Francis Fukuyama: Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992)

3.1. Instorting communisme > geen verscheidenheid meer > democratische samenleving imploderen door Tymos > Omdat geen reverentie kader.

4. Van government naar governance (Tielenburg, 2008)

4.1. Government (Overheidsbestuur)

4.2. Governance (medebestuur of gedeeld bestuur)

4.3. Waarom: 1. De overheid kan haar veiligheidstaken niet meer alleen naar behoren uitvoeren. 2. De opkomst van een politieke stroming die terugtrekking van de overheid op haar kerntaken bepleit. 3. Het proces van mondialisering

4.4. Beleidsnetwerk: Stabiel netwerk van diverse actoren die gezamenlijk trachten beleid te beïnvloeden.

4.5. Netwerkgovernance: Dat is het gebruik maken van beleidsnetwerken om te besturen. Hierbij wordt horizontale sturing gekoppeld aan verticale sturing.

5. De vloeibare samenleving (bauman, 2000)

5.1. Moderniteit (vanaf ongeveer de industriële revolutie)

5.2. Postmoderniteit (vanaf ongeveer 1980)

5.3. Vloeibare moderniteit:

5.4. De condities van de 21ste eeuw veranderen zo snel dat de mens er niet meer in slaagt ze te consolideren in gewoonten en routines. Volgens Bauman vallen sociale verbanden uiteen: De liefde, politiek en de samenleving, niets is er bestendig. Het leven, de liefde en de moderniteit zijn vloeibaar geworden. Daarom is de maatschappij als vloeibaar aan te merken.

5.5. Het lijkt alsof we keuze vrijheid hebben doordat je je identiteit vorm kan geven door te shoppen. Maar je mobiliteit en flexibiliteit staat al vast. De samenleving verwacht dat je werkt en gaat wonen etc.

5.6. Veranderlijkheid van het aanbod: Wat vandaag in is, is morgen uit.