Fabriekskinderen

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Fabriekskinderen Door Mind Map: Fabriekskinderen

1. Thema

1.1. Het thema is het afschaffen van de kinderarbeid in de fabrieken zodat de kinderen naar school konden gaan en wat de gevolgen zouden zijn als de kinderen wel wilden werken.

2. Motieven

2.1. De fabriek doordat het wordt beschreven als een verschrikkelijke plek waar geen kinderen horen te werken

2.2. Geluk doordat Sander wordt opgeraapt door Willem baron van Hogenstad

3. Titelverklaring

3.1. De titel is Fabriekskinderen de verklaring voor dat is dat de kinderen in de fabrieken werkten in die tijd.

4. Ruimte

4.1. De ruimte wordt erg goed beschreven zoals het huis van de familie Zwarte wordt beschreven met kapotte ramen en afgeplakt met kranten. Ook wordt de kamer van Sander waar hij verblijft goed beschreven van de keurige kamer. Het speelt zich af in Leiden in de 19e eeuw

5. Personages

5.1. Evert: 13 jaar en werkt elke dag in de fabriek.

5.2. Sander: 12 jaar en werkt elke dag in de fabriek maar valt in slaap op de stoep.

5.3. Saartje: 11 jaar en werkt in de fabriek maar gaat dood door koorts.

5.4. Familie Zwarte: Bestaat uit vader en moeder drinken veel en werken niet. De vader werkte vroeger eerst als timmerman.

5.5. Willem baron Van Hogenstad: Is een jurist die Sander van straat haalde en hem verzorgt.

6. Perspectief

6.1. Het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller en het speelt zich chronologisch af.

7. Tijd

7.1. Het boek is geschreven in 1863 dus in de 19e eeuw. Het is geschreven aan het eind van de romantiek. Je kan zien dat het in dezelfde tijd is geschreven doordat de kinderen nog werken in fabrieken

8. Schrijfstijl

8.1. De stijl waar het in wordt geschreven is dat er nog wordt gebruik gemaakt van naamvallen en worden er ook nog woorden gebruikt die we vandaag de dag niet meer kennen. De structuur van de tekst bestaat uit korte alinea's en ook genoeg witregels tussen alinea's

9. Mijn Mening

9.1. Ik vond het boek moeilijk te lezen door de verschillende naamvallen en woorden uit een andere tijd, maar ik kreeg begreep de tekst wel wat het doel van de schrijver was dat kinderen niet meer horen te werken in fabrieken en dat kinderarbeid verboden moet worden.

10. Samenvatting

10.1. De arme familie Zwarte leeft in een mooi, maar bouwvallig huis in Leiden. Het is hartje winter. De kinderen Evert, Sander en Saartje moeten ’s ochtends vroeg uit bed om te gaan werken in de Wolfabriek in Leiden. Saartje is al enkele dagen ziek. Sander is zò moe dat hij onderweg op de stoep in slaap valt. Evert en Saartje zetten hun tocht naar de fabriek voort, bang om ontslagen te worden en het geld mis te lopen. Saartje gaat ziek aan het werk. Willem baron van Hogenstad (jurist aan de Leidsche Academie) woont in een van de bovenkamers van de melkboer. Toen hij terugkwam van zijn vriend Koenraad zag hij onderweg Sander slapend op de stoep liggen en neemt hem mee naar huis. De echtgenote van de melkboer is het hier helemaal niet mee eens. Willem trekt zich er niets van aan en laat het kind lekker warm slapen. Als hij wakker wordt geeft Willem hem eten en ze beginnen te praten. Willem is verbaasd over de armoede van zijn familie. En hoe weinig Sander weet, hij gaat niet naar school. Willem steekt Sander in de nieuwe kleren en verzorgt hem verder. Bij de familie zwarte thuis ligt Saartje erg ziek op bed en loopt te kermen om water met een brandende keel. Ze heeft een onbeschrijflijke dorst. Haar moeder stopt haar nog wat beter toe en ziet de ernst van de situatie verder niet in. Die nacht blaast Saartje haar laatste adem uit… Ze is vermoord door de wetgeving

11. Motto

11.1. Er zit geen motto in het boek

12. Mindmap van Kars Houwing V5C