Rechtsstaat en rechtspraak

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rechtsstaat en rechtspraak Door Mind Map: Rechtsstaat en rechtspraak

1. Rechtsstaat

1.1. De Nederlandse rechtsstaat

1.1.1. - De burgers moet zich, net als burgers, aan de wet houden. - Er bestaan, een scheiding van machten. - Burgers hebben grondrechten.

1.2. De overheid en de wet

1.2.1. Een voorbeeld; De politie mag alleen fouilleren als daar volgens de wet een reden voor is.

1.3. Scheiding van machten

1.3.1. trias politica

1.3.1.1. - De wetgevende macht - De uitvoerende macht - De rechterlijke macht

1.4. Grondrechten

1.4.1. Klassieke grondrechten

1.4.1.1. Klassieke grondrechten: beschermen burgers tegen de macht van de overheid en tegen elkaar. dankzij klassieke grondrechten kun je in vrijheid leven.

1.4.2. Sociale grondrechten

1.4.2.1. Sociale grondrechten: zijn rechten die de overheid ertoe verplichten om voor bepaalde voorzingingen te zorgen en om haar taken uit te voeren > bijvoorbeeld recht op werkgelegenheid en onderwijs.

1.4.3. Inperking van grondrechten

1.4.3.1. Inperking van grondrechten: bij uitzonderlijke gevallen zoals om criminaliteit te bestrijden mag de overheid grondrechten inperken. hier is vaak goedkeuring voor nodig van de rechter > bijvoorbeeld telefoon van een verdachte afluisteren (schending privacy)

2. Rechtspraak

2.1. Rechters

2.1.1. -Rechters behandelen iedereen gelijk -Rechters zijn onafhankelijk -Rechters zijn onpartijdig -Rechters zijn objectief

2.2. Rechtsbronnen

2.2.1. Een rechtsbron is een wet, verdrag of andere bron.

2.2.1.1. De wet

2.2.1.2. Internationaal verdrag

2.2.1.3. Jurisprudentie

2.3. Openbaar Ministerie

2.3.1. Verdachte

2.3.1.1. Als iemand word verdacht van een strafbaar feit, noem je die persoon een verdachte.

2.3.2. Openbaar Ministerie (OM)

2.3.2.1. De rechter beslist of een verdachte daadwerkelijk de wet heeft overtreden en gestraft moet worden. De verdachte moet voor de rechter verschijnen, dit is de taak van de openbaar ministerie.

2.3.3. Officier van justitie

2.3.3.1. Officier van justitie is een persoon die ervoor zorgt dat verdachten worden opgespoord en die beslist of iemand voor de rechter moet komen

2.3.3.1.1. politie en opsporingsdiensten.

3. Rechtszaken

3.1. Rechtszaken

3.1.1. Een rechtszaak is de gelegenheid waarbij een conflict tussen twee of meer partijen aan de rechter wordt voorgelegd.

3.1.1.1. De partijen kunnen personen zijn, 2 mensen die conflict krijgen of tussen een persoon en/of organisatie.

3.2. Rechtbanken

3.2.1. Een rechtbank is een officiële instantie waar een persoon of een organisatie een conflict kan voorleggen aan de rechter. Ook kan het OM er een verdachte voor de rechter brengen.

3.2.1.1. Een vonnis is een uitspraak die door de rechter in een rechtbank word gedaan. Iedereen moet zich aan het vonnis van een rechter houden.

3.2.1.1.1. Als je het niet eens bent met de uitspraak van de rechter kan je in hoog beroep gaan tegen deze uitspraak. Dit betekend dat een hogere rechter opnieuw naar de zaak bekijkt. De rechter van het gerechtshof kijken opnieuw naar alle feiten en doen opnieuw een uitspraak.

3.3. Strafzaken

3.3.1. Een rechtszaak waarbij iemand verdacht wordt van een overtreding of misdrijf, noem je een strafzaak. De rechter bepaalt of de verdachte schuldig is en hoe hoog de straf is.

3.3.1.1. Behandeling van de strafzaak noem een strafzitting.

3.3.1.1.1. Hierbij zijn er verschillende partijen betrokken. Zoals; -Officier van justitie. -Verdachte. -Rechter. -(meestal een advocaat van de verdachte)