Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Griekse Oudheid Door Mind Map: Griekse Oudheid

1. epiek: Homerus

1.1. homerische kwestie

1.1.1. authenticiteit: 1 persoon/meerdere auteur?

1.1.2. relatie Ilias & Odysse

1.1.2.1. gelijkenissen: Trojaanse Oorlog

1.1.2.2. verschillen: toon en gevoeligheid

1.2. opgevoerd door aoidos

1.2.1. anonieme dichter

1.2.2. gericht tot muzen -> contact goden & mensen

1.2.3. collectief geheugen

1.3. evolutie naar rapsode

1.3.1. geen improvisatie meer

1.3.2. vaste vorm -> rapsode kent gedicht vanbuiten

1.4. Ilias

1.4.1. epos: heldendicht

1.4.2. dactylische hexameters

1.4.3. 24 boeken

1.4.4. evolutie improvisatie -> geschreven cultuur

1.4.5. publiek: hof

1.4.6. inhoud

1.4.6.1. voorkennis verondersteld

1.4.6.2. legendarische helden & mythologische figuren

1.4.6.2.1. Helena en Paris

1.4.6.2.2. Achilles en Hector

1.4.6.2.3. paard van Troje

1.4.6.2.4. voorspelling van Kassandra

1.4.6.3. historisch niet zo correct

1.4.7. vorm

1.4.7.1. algemene kenmerken epiek

1.4.7.1.1. formules

1.4.7.1.2. herhalingen

1.4.7.1.3. vooruitwijzingen

1.4.7.1.4. korte zinnen

1.4.7.2. terugkerende epitheta (epitheton ornans: versierend attribuut)

1.4.7.3. homerische vergelijkingen

1.4.7.4. invloedrijke representatie realiteit

1.4.7.4.1. realistische details

1.4.7.4.2. exteriorisatie gevoelens

1.4.7.4.3. lange digressies op spannende momenten (bv. natuurbeschrijvingen)

1.4.8. thematiek

1.4.8.1. noodlot

1.4.8.2. heroïek

1.4.8.3. ethos nobele klassen

1.4.9. navolging

1.4.9.1. Aeschylus (Oresteia)

1.4.9.2. Euripides (Trojaanse Vrouwen)

1.4.9.3. Vergilius (Aeneis)

1.4.9.4. Jacob van Maerlant (De Historie van Troyen)

1.5. Odyssee

1.5.1. hexameters

1.5.2. 24 boeken

1.5.3. plot: terugkeer Odysseus naar Ithaka na Trojaanse Oorlog

1.5.4. vertelde tijd: 41 dagen

1.5.5. retrospectieve techniek: flashbacks

1.5.6. zeereis -> avontuurlijker dan Ilias

1.5.7. thematiek: trouw

1.5.7.1. vorstelijk

1.5.7.2. huwelijkstrouw

1.5.7.3. goddelijk

1.5.8. navolging

1.5.8.1. Livius Andronicus (Odusia)

1.5.8.2. Vergilius (Aeneis)

1.5.8.3. James Joyce (Ulysses)

2. lyriek: Sappho

2.1. kenmerken lyriek

2.1.1. wereldse gebeurtenissen

2.1.2. korter

2.1.3. concrete werkelijkheid

2.1.4. gevarieerde versvormen

2.1.4.1. koorzang: strofe en anti-strofe (dialoog tussen 2 koren)

2.1.4.2. solozang: monodische lyriek (1 stem)

2.1.4.2.1. elegische poëzie

2.1.4.2.2. jambische poëzie

2.1.4.2.3. melische poëzie

2.1.4.3. didactische poëzie -> fabel (Aesopus)

2.2. Sappho

2.2.1. weinig informatie

2.2.2. thema: liefdespoëzie

2.2.3. stijl

2.2.3.1. direct & persoonlijk

2.2.3.2. zuiver taalgebruik

2.2.3.3. Saffische strofe - 4 versregels, laatste regel onderbroken

2.2.3.3.1. spontaniteit

2.2.3.3.2. uitnodiging om verder te lezen

2.2.4. 1 volledig gedicht bewaard

2.2.5. bewondering & navolging

2.2.5.1. Catullus (gedichten aan Lesbia)

2.2.5.2. Ovidius (Heroïden)

2.2.5.2.1. geen ooggetuige

2.2.5.2.2. subjectieve beschrijving van Sappho

3. dramatiek

3.1. achtergrond

3.1.1. oorsprong: cultus van Dionysus

3.1.1.1. ontstaan uit dithyrambe (sacrale koorzang)

3.1.1.2. strofe en antistrofe

3.1.1.3. evolutie koorleider -> protagonist

3.1.1.4. Tragos (bok) + odè (zang) = blokkenzang

3.1.1.4.1. rituele context: bok geofferd / mensen droegen bokkenvellen

3.1.2. toneelwedstreiden -> ontstaan theaters

3.1.3. Athene

3.1.3.1. centrum klassieke literatuur & cultuur

3.1.3.2. Aschylos, Sofokles, Euripides

3.2. kenmerken

3.2.1. basisstructuur

3.2.1.1. epeisodion (kleine stukken) gescheiden door stasimon (koorzangen)

3.2.1.2. proloog: probleem aangekaart

3.2.1.3. parodos

3.2.1.3.1. opkomst koor & acteurs

3.2.1.4. exodos

3.2.1.4.1. afgang van personages

3.2.2. verloop van actie: denkproces

3.2.2.1. desis: ontstaan van probleem

3.2.2.2. peripeteia: geluk -> ongeluk

3.2.2.3. anagnorisis: protagonist ziet eigen fout (hamartia)

3.2.2.4. lusis: losmaken van 'knoop' -> desastreuze gevolgen

3.3. Aeschylos

3.3.1. Atheense aristocratische afkomst

3.3.2. integratie koorzangen, dans, monologen

3.3.3. tweede acteur (antagonist/deuteragonist)

3.3.4. vermindering koor (50 -> 12 man)

3.3.5. maatschappelijke & mythologische thema's

3.3.5.1. wereldorde bepaald door goden

3.3.6. Oresteia

3.3.6.1. achtergrond

3.3.6.1.1. oorsprong minstens zo oud als Homerus

3.3.6.1.2. 2 jaar voor Aeschylus' dood geschreven

3.3.6.1.3. Aeschylus speelde rol van Clytaemnestra

3.3.6.1.4. 3 acteurs op podium -> vernieuwing

3.3.6.2. thema

3.3.6.2.1. hubris (trots)

3.3.6.2.2. vloek

3.3.6.2.3. wraak

3.3.6.3. vorm

3.3.6.3.1. stichomythia: dialoog met personage per regel -> conflict

3.3.6.3.2. hoogdravende uitdrukking

3.3.6.3.3. Agamemnon = 1ste deel trilogie

3.4. Sofokles

3.4.1. afkomstig uit politiek geslacht

3.4.2. staat centraal in Aristoteles' Poetica

3.4.3. belichaming 'klassieke' Gouden Eeuw van Athene

3.4.4. dramatische innovaties

3.4.4.1. integratie derde acteur

3.4.4.2. vormefficiëntie: probleem wordt herhaald doorheen stuk

3.4.5. voornaamste werken gebaseerd op Thebaanse helden

3.4.5.1. koning Oepidus

3.4.5.2. Antigone

3.5. Euripides

3.5.1. aristocratische familie

3.5.2. mens centraal

3.5.3. psychologische uitdieping

3.5.4. navolging

3.5.4.1. Seneca

3.5.4.2. Elizabethaanse en classicistisch theater

3.5.4.3. modernisme

3.5.5. werken

3.5.5.1. Medea: gebaseerd op Jason en Argonauten

3.5.5.2. Bacchae: gebaseerd op Thebaanse helden

3.5.5.3. Helen: herstelling van Stesichorus' Pallinode