Gewrichtsaandoeningen

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Gewrichtsaandoeningen Door Mind Map: Gewrichtsaandoeningen

1. Het aantal personen met artrose in Nederland staat sterk in relatie met de vergrijzing die er op het moment speelt in Nederland. Ouderen hebben namelijk een veel grotere kans om last te hebben van artrose aangezien hun kraakbeen al lang mee gaat. wanneer iemand heel zwaar is komt er veel druk op het skelet. Hierdoor slijt het kraakbeen heel snel. Dit komt voornamelijk voor in de knieën en in de enkels, omdat deze gewrichten het gewicht van het lichaam moeten dragen. Vooral in het beginstadium is het beoefenen van een gewrichtsvriendelijke sport zoals bijvoorbeeld zwemmen of fietsen aan te raden. Ook een evenwichtige voeding en een gezond lichaamsgewicht kunnen een positief effect op de artrose hebben. Bovendien moet u veel vloeistof drinken: een volwassene heeft ongeveer 2 tot 3 liter water per dag nodig om zijn vochthuishouding op peil te houden. Vermijd bovendien koude en vocht omdat dit pijnaanvallen kan uitlokken Primaire preventie van artrose is het voorkomen van het krijgen krijgen van overgewicht(wat erg belastend is voor de gewrichten). Secundair is het opmerken van pijn in de gewrichten of het gewricht. Tertiair is dus het stoppen met belastende sporten en het aanhouden van een gezonde leefstijl en dus geen overgewicht krijgen.

2. Opdracht 3

3. Opdracht 2

3.1. A:Wat is een gewricht?

3.1.1. Botstukken: Een gewricht is een beweeglijke verbinding tussen botstukken.

3.1.2. Kraakbeen: Een gewricht wordt gevormd door twee botstukken waarvan de uiteinden zijn bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen is glad en elastisch weefsel

3.1.3. Synovia: Het kapsel houdt de botten bij elkaar en is aan de binnenzijde bekleed met een slijmvlieslaag (de synoviale laag).

3.1.4. Banden: Het gewrichtskapsel wordt verstevigd door banden die de botten stevig aan elkaar verbinden.

3.1.5. Gewrichtskapsel: Elk gewricht is rondom omgeven door een stevige gewrichtskapsel met daarin een ruimte met vocht.

3.2. B: Omdat kraakbeen zijn voeding krijgt van de gewrichtsvloeistof en niet van bloedvaten is het nogal kwetsbaar en herstelt het slecht.

4. Opdracht 1

4.1. Type Gewrichten

4.1.1. Scharnier

4.1.1.1. Elleboog

4.1.1.1.1. Zo’n gewricht kun je vergelijken met een gewone scharnier. Een scharniergewricht kan maar in een richting bewegen.

4.1.2. Kogel

4.1.2.1. Heup en schouder

4.1.2.1.1. Een kogelgewricht bestaat uit een kogel en een kom. Zo’n gewricht kan in veel richtingen bewegen

4.1.3. Zadel

4.1.3.1. tussen de handwortel en het middenhandsbeentje van de duim.

4.1.3.1.1. Bij een zadelgewricht liggen twee zadelvormige botvlakken op elkaar. Er kan hier om twee assen bewogen worden.

4.1.4. Rol

4.1.4.1. in de onderarm waarbij het spaakbeen om de ellepijp draait.

4.1.4.1.1. Bij een rolgewricht rollen de botten over elkaar heen.

4.1.5. Eivormig

4.1.5.1. tussen de vinger en de handplam.

4.1.5.1.1. Het ei- of ook wel ellipsoïd gewricht, heeft een bol en een hol ellipsvormig (eivormig) gewrichtsvlak. Het eivormig gewricht heeft twee bewegingsmogelijkheden.

5. leerdoelen:

5.1. verschillende typen gewirchten herkennen

5.2. synovial gewricht beschrijven

5.3. pathofysiologie van gewrichtsaandoeningen beschrijven

5.4. gewrichtsaandoeningen met gezondheidsdeterminanten beschrijven

5.5. relatie gewrichtsaandoeningen en bewegen beschrijven

5.6. minimal 2 fysiologische gevolgen van het ouder worden beschrijven

5.7. minimal 2 fysiologische voordelen van bewegen op het verouderingsproces beschrijven

6. Opdracht 4

6.1. - Reumatoïde artritis: Ontstekingsziekte waarbij er een ontsteking in gewrichtskapsel zit. - Artrose: Aandoening waarbij kraakbeen wordt afgebroken. (Kwaliteit gaat achteruit.) Kenmerken ontsteking R.A zijn dik, gespannen, rood, warm, pijnlijk, buigen en strekken is niet meer mogelijk. Rol van bewegen is van groot belang voor het in stand houden van de functie en conditie van de gewrichten. Belasting en belastbaarheid van patiënt moeten in balans zijn  tijdig rust nemen, maar gewrichten moeten wel belast worden om ze soepel en gezond te houden. Drempels voor mensen met aandoeningen om te sporten: Pijnlijk, onnatuurlijk en geen zelfvertrouwen.

7. opdracht 5

7.1. Aandachtspunten in voeding om osteoporose te voorkomen: - voedingsmiddelen met eiwitten en calcium - vitamine D → goed voor bot groei → bevordert de opname calcium

7.2. Rol voeding bij tertiaire preventie artrose: - voldoende voedingsstoffen → vertraging proces artrose → botten minder snel afbrokkelen

8. opdracht 6

8.1. Veranderingen lichaamssamenstelling samen met ouder worden: - Als we ouder worden neemt de lengte af
 - Gewicht neemt toe → hoeveelheid lichaamsvet neemt toe 
 - Verlies van botmassa wat leidt tot een verhoogde kans op botbreuken
 - Vermindering HFmax

8.2. Verschillen tussen getrainde en ongetrainde ouderen? 
 - Training kan de biologische veroudering niet tegenhouden, maar kan wel de invloed van veroudering op het presteren vertragen
 - Het totaal aantal spiervezels en de dwarsdoorsnede van de spiervezels nemen af bij veroudering, maar training blijkt de verandering in de spiervezeldoorsnede te verminderen. - het maximale slagvolume blijft bij oudere sporters behouden, bij ongetrainde neemt het maximale slagvolume wel af met de leeftijd

8.3. Voordelen trainen op hogere leeftijd: - VO2 max neemt minder snel af
 - Verbetering in de capaciteit van oxidatieve enzymen in de spieren
 - Risico op plotseling overlijden tijdens inspanning verlaagd

8.4. Aandachtspunten bewegen met ouderen: - Veiligheid → zullen sneller vallen hoe ouders ze worden 
 - Ouderen hebben over het algemeen een langere tolerantie voor kou, maar ze kunnen dit compenseren door het dragen van passende kleding
 - Laagdrempelig → door hoge inspanning zal er een hoger blessurerisico zijn