H2 van bergen naar zee

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
H2 van bergen naar zee Door Mind Map: H2 van bergen naar zee

1. slenk: laagvlakte is weggezakt

2. Horst: aan weerszijde hoger gelegen delen

3. Meanders: S-bocht

4. Rivierdal: smal en diep

5. Mooi dal: veel toerisme en werelderfgoed

6. In de Benedenloop waar de rivier langzaam stroomt, worden Meanders gevormd.

7. In de Buitenbocht stroomt de rivier sneller en vindt Erosie plaats.

8. In de Binnenbocht is de snelheid veel lager en vindt Sedimentatie plaats.

9. Na lange tijd is ruimte tussen twee Buitenbochten afgesneden: een Hoefijzermeer.

10. Rivier die bij zee komt, stroomt langzamer. Er vindt sedimentatie plaats. Delta is een gebied bij de zee waar deze zich vertakt.

11. Estuarium is trechtervormige riviermonding die is uitgeschuurd door eb en vloed.

12. ► Waterkringloop: voortdurende verplaatsing van water over de aarde.

13. De zon zorgt voor verdamping van zeewater.

14. Condenseren: het afkoelen van waterdamp naar waterdruppels.

15. Korte waterkringloop: regen valt weer terug in de zee.

16. Lange waterkringloop: regen valt eerst op het land en komt via een omweg weer in de zee.

17. Door verdamping (of: evaporatie) komt het water terug in de lucht.

18. Transpiratie: bomen en planten nemen water op uit de bodem en geven het via hun bladeren af.

19. Transpiratie + evaporatie = evapotranspiratie.

20. Veel water zakt ook weg in de bodem. Dit grondwater stroomt naar de rivieren of zee.

21. In ijskappen zit veel water opgeslagen

22. Paragraaf2

23. Paragraaf1

24. Rivier: natuurlijke waterloop die water afvoert. Twee soorten: - regenrivieren: helemaal afhankelijk van regenwater - gletsjerrivieren of gemengde rivieren: smeltwater van gletsjers + regen  Een stroomstelsel bestaat uit een hoofdrivier, zijrivieren en beekjes. Waterscheiding: grens tussen twee stroomgebieden.  Debiet: hoeveelheid water die op een punt door de rivier stroomt. Uitgedrukt in m3 per seconde.  Waterstand vaak lager in de zomer. Wadi’s: woestijnrivieren met een droogvalperiode. Regiem: schommelingen in de waterafvoer.

25. Er zijn opbouw- en afbraakkusten.

26. Voorbeeld van een opbouwkust is een aanslibbingskust.

27. Zandbanken die boven het water uitsteken (strandwallen) veranderen door de wind in duinen.

28. Voorbeeld van een afbraakkust is een klifkust. Deze wordt afgebroken door golven.