06 klassieke conditionering

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
06 klassieke conditionering Door Mind Map: 06 klassieke conditionering

1. icons by icon8

2. leren en conditioneren

2.1. Leren= relatief permanente verandering in gedrag of kennis ten gevolge van ervaring

2.2. 1. Klassieke conditionering

2.3. 2. Operante of instrumentele conditionering

2.4. 3. Observerend leren

2.5. Leerprincipes: ontdekt bij dieren - ook van toepassing op menselijke gedrag - vb. gedragstherapie

3. klassieke conditionering

3.1. = leren om één gebeurtenis met een andere te associëren

3.2. Pavloviaanse conditionering

4. Pavlov (1849-1936)

4.1. Maag- en speekselsecreties: ook bij het zien van de voederbak= gevolg van leerproces

4.2. Wisselwerking biologie en leren

4.2.1. Biologisch: stimuli leiden tot automatische biologische reacties

4.2.2. Cognitief: verwachtingen

4.3. Strengheid van psychologische methode: andere variabelen uitsluiten: geluidsdichte kamer en controle op afstand

4.4. voedsel (OS) --> speekselafscheiding: natuurlijke respons (OR)

4.5. (geluid (bel) (NS) + voedsel (OS)) --> speekselafscheiding (na enkele keer herhalen) (OR)

4.6. geluid (CS) --> speekselafscheiding (CR)

4.7. J.B. Watson & R. Rayner (1920) - Kleine Albert (angst wordt aangeleerd) - Rat (CS); akelig geluid (OS)

4.7.1. OS : hard geluid --> OR : bang

4.7.2. CS (witte rat) + OS --> OR : bang

4.7.3. CS (witte rat alleen) --> CR : bang

4.7.4. Stimulusgeneralisatie

4.7.4.1. ook wit konijn, Santa Claus

4.8. Herhaaldelijk naar de dokter

4.8.1. OS : pijnlijke behandeling --> OR: angst

4.8.2. CS: (wachtkamer) + OS --> OR : angst

4.8.3. CS: wachtkamer --> CR : angst

4.9. Reclame

4.9.1. Stimuli die positieve reacties uitlokken koppelen aan het te verkopen produkt

4.9.2. Neutrale stimuli koppelen aan seksueel plezier (OR)

4.9.3. (Rachman & Hodgson, 1968; Domjan et al., 1988)

5. Verwerving

5.1. Kristel is sinds haar kindertijd doodsbang voor spinnen; ze geeft de schuld aan haar moeder, die altijd een luide angstschreeuw gaf als er een spin was. Nadat dat een paar keer was voorgekomen was Kristel ook bang voor spinnen…

5.2. OS (angstschreeuw moeder) --> OR (angst bij Kristel)

5.3. CS (Spin) + OS --> OR (angst bij Kristel)

5.4. CS (spin) --> CR (angst bij Kristel)

5.5. proces waardoor een CS een CR reactie uitlokt

5.6. duurt meestal enige beurten

5.7. Vb. oogknipreflex (OS= luchtpuf; CS= toon)

5.8. Soms kan het ook na één keer (CS is saliënt genoeg + OS is erg genoeg) - vb. auto-ongeval (OS) met verwondingen (OR)

6. Extinctie

6.1. vermindering van CR wanneer CS herhaaldelijk zonder OS wordt aangeboden

6.2. Vb. Herhaaldelijk met spinnen in aanraking komen om te zien dat ze geen kwaad doen

6.3. Mensen vermijden echter de gevreesde stimuli

6.3.1. Dus doelgerichte therapie

6.4. Kristel gaat met haar spinnenangst naar een psychotherapeut. Hij stelt extinctietherapie voor: De CS (spin) op haar hand zetten zonder OS (angstschreeuw van moeder). Na een tiental beurten is haar angst verminderd

7. Spontaan herstel

7.1. Soms treedt een uitgedoofde CR na een rustperiode weer op als de CS wordt aangeboden

7.2. Vb. Vliegangst

7.3. CR wordt enkel onderdrukt door extinctie maar niet geëlimineerd

7.4. CR wordt na een extinctiefase vlugger opnieuw aangeleerd

7.5. Een week naar haar sessie komt Kristel in tranen terug bij haar therapeut: er zat een spin in de slaapkamer en ze was er toch weer bang voor …

8. Stimulusgeneralisatie

8.1. CR voor gelijkaardige CS’en

8.2. vb.: Kleine Albert ook bang voor wit konijn, baard, …

8.3. Toon (CS) + schok (OS)

8.4. Schok (OS) leidt tot angst (OR)

8.5. Proefpersonen reageerden sterker op tonen die leken op de tonen die voorheen met schoks gepaard gingen

8.5.1. Goed voor overleven

8.6. Hoewel Kristel nooit een schorpioen heeft gezien samen met haar moeder, blijkt bij een bezoek aan de woestijn dat ze ook voor schorpioenen doodsbang is.

9. Discriminatie

9.1. organisme produceert verschillende R bij twee CS’en

9.2. Discriminatietraining

9.2.1. CS 1 + OS --> CR

9.2.1.1. foto's gevaarlijke tropische spinnen + elektrisch shock

9.2.2. CS 2 alleen --> geen CR

9.2.2.1. foto's ongevaarlijke inheemse spinnen

10. Samenvatting