Mijn stageklas: 2de en 3de kleuterklas

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Mijn stageklas: 2de en 3de kleuterklas Door Mind Map: Mijn stageklas: 2de en 3de kleuterklas

1. Sociale competenties

1.1. Spelen samen

1.2. Vriendschappen

1.2.1. Kiezen samen waar ze gaan spelen

1.3. Kringgesprekken: moeizaam

1.3.1. Luisteren niet naar elkaar

1.3.2. Praten door elkaar

1.3.2.1. Zeer enthousiast: ze willen allemaal reageren

2. Spel

2.1. Veel vrijspel

2.1.1. Huishoek, blokkenmat, constructiemateriaal (k'nex, clicks, ...), tekening maken, ...

2.2. kenmerken

2.2.1. Doelvrij

2.2.1.1. Ze kiezen zelf wat ze maken, doen en hoe ze dat gaan doen.

2.2.2. Plezier

2.2.2.1. Ze halen vreugde uit hun spel. Samen of alleen.

2.2.3. Actief

2.2.3.1. Rollenspel, bouwen, tekenen

2.2.4. Procesgericht

2.2.4.1. Er wordt niet gevraagd dat ze een product maken.

2.2.5. Vrijwillig

2.2.5.1. Keuzebord

3. Verbondenheid

3.1. Zelf

3.1.1. Goed, de kleuters zitten goed in hun vel. Ze hebben zelfvertrouwen

3.2. anderen

3.2.1. De kleuters helpen elkaar: jassen dicht doen, troosten, ze zijn bevriend.

3.2.1.1. vb. Verhaal Noah opa.

3.3. De samenleving

3.3.1. vb. Nieuws oorlog in verre landen.

3.3.1.1. Kleuters boos omdat er zoveel mensen sterven of gewond raken.

3.4. De materiële wereld

3.4.1. Ze dragen goed zorg voor hun eigen materiaal maar ook het materiaal van de klas.

3.4.1.1. vb. Boekentassen in het rek, jassen aan de kapstok, af en toe materiaal op de grond

3.5. De natuur en de kosmos

3.5.1. Thema afval, kleuters willen geen vuile speelplaats.

4. Basisbehoeften

4.1. Lichamelijke behoeften

4.1.1. Plassen en drinken wanneer ze willen

4.2. Behoeften aan affectie, warmte en tederheid

4.2.1. Kleuters hebben hier nood aan

4.2.1.1. Knuffels, contact in de onthaalkring, ..

4.3. Behoefte aan duidelijkheid en continuïteit

4.3.1. Het onthaal is altijd hetzelfde. De kleuters hechten hier dan ook belang aan.

4.3.1.1. Kleuters leiden het onthaal

4.3.2. Ze kennen de regels en afspraken. Ze weten wat kan en wat niet kan.

4.3.2.1. vb. keuzebord, opruimen, restaurantje open op 10 uur

4.4. Behoefte aan erkenning en bevestiging

4.4.1. Kleuters hebben hier nood aan

4.4.1.1. Tekeningen, constructies, ... trots tonen.

4.5. Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren

4.5.1. De kleuters ervaren zichzelf vaak als kundig en gaan geen uitdaging uit de weg.

4.5.1.1. vb. Matrix

4.6. Behoefte aan zingeving en morele waarden

4.6.1. De kleuters laten elkaar altijd weten als ze iets doen wat niet mag, of als niet doen wat niet hoort.

4.6.1.1. vb. Kleuter van de dag, moraliseren, ...

5. Welbevinding

5.1. Lachten, enthousiast, maken spontaan contact, komen opgewerkt de klas binnen, ...

6. Betrokkenheid

6.1. Hoog

6.1.1. Kookactiviteiten, k'nex/clicks, zangactiviteiten

6.1.2. Concentratie, genieten van het spel/activiteit, ...

6.1.3. Actie: Gradaties!

6.2. Matig

6.2.1. Sommige kleuters vinden het moeilijk om een spel te kiezen

6.2.1.1. Actie: Ik zoek samen met hun een plek

6.2.2. Huishoek, het spel komt hier pas opgang als ze een spel/scenario vinden om te spelen.

6.2.2.1. Actie: Nieuw materiaal binnen brengen, meespelen, prikkels geven, ...

6.2.2.1.1. vb. kerstfeest

7. Autonomie

7.1. Onthaal wordt geleid door de kleuters

7.2. Keuzebord hoeken

7.3. Kunnen zelf aan het materiaal

7.4. Mogen zelf het onderwerp van kringgesprekken beslissen

8. Zelfsturing

8.1. Voorbeeld: techniekhoek

8.2. Wilskracht

8.2.1. Ze bleven proberen, andere oplossingen zoeken.

8.3. Afstand kunnen nemen

8.3.1. Als iets na lang proberen niet lukte of ze geen oplossing vonden, dan vroegen ze de juf om help.

8.4. Scenario's maken en uitvoeren

8.4.1. Wisten hoe ze het gingen doen. Wat eerst moet gebeuren, wat ze ervoor gingen gebruiken. Ze konden dit ook aan andere uitleggen.

8.5. Richtingsgevoel

8.5.1. Ze wisten wat ze wouden maken. Ze haalden inspiratie uit voorbeeld afbeeldingen, maar er zaten altijd innoverende eigen ideeën achter.

9. Ondernemingszin

9.1. vb. kerststal bouwen