07_wenken_vragen

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
07_wenken_vragen Door Mind Map: 07_wenken_vragen

1. icons by icon8

2. vraaginhoud

2.1. Inspelen op alle facetten van de probleemstelling en het concept

2.2. Juiste omzetting van theoretische begrippen in indicatoren en variabelen

2.2.1. Probleem validiteit

2.2.1.1. sluit de vraag aan bij wat men wenst of meent te meten?

2.2.2. Probleem betrouwbaarheid

2.2.2.1. herhaalde metingen met zelfde resultaat?

2.3. Competentie ondervraagde niet overschrijden

2.3.1. Enkel vragen over onderwerpen die respondent kent

2.3.2. Invoeren ‘geen mening’ of ‘weet niet’ antwoordcategorie: effect 20%

2.3.3. Geheugen niet op de proef stellen

2.3.3.1. geheugensteuntjes hulpmiddel

3. vraagvorm

3.1. 1. De vraag mag het antwoord niet beïnvloeden

3.1.1. geen suggestieve vragen

3.1.2. opletten voor sociale wenselijkheid

3.2. 2. Opteren voor korte vragen als het om opinies gaat

3.3. 3. Opteren voor langere vragen wanneer men naar gedragingen peilt

3.4. 4. Opletten voor vragen die als bedreigend voor het ego overkomen, vertrouwelijk zijn of met prestige te maken hebben.

3.5. 5. Enkelvoudige vragen

3.5.1. geen twijfel bij respondent op wat juist moet geantwoord worden

3.6. 6. Geen verschillende interpretaties mogelijk maken

3.6.1. zo specifiek mogelijk

3.6.2. begrippen eenduidig

3.6.3. geen vage omschrijvingen

3.6.3.1. vb. specifieke tijdsaanduiding: voorbije jaar, maand, week

3.7. 7. Zo concreet mogelijke vragen

3.7.1. aansluiten bij ervaringswereld respondent

3.7.2. zeker voor gedragingen

3.8. 8. Eenvoudige formulering

3.8.1. best geen negatief geformuleerde vragen

4. vorm: feiten, gedragingen en gebeurtenissen

4.1. Opletten met voorleggen lijstjes

4.1.1. Eerst polsen of situatie wel eens voorkomt

4.2. Alle antwoordalternatieven opnemen

4.2.1. Categorie andere zoveel mogelijk vermijden

4.3. Geheugensteuntjes of bronnen laten raadplegen

4.4. Tijdsperiode aangeven

4.5. Trapsgewijze vragen

4.5.1. vb. inkomen

4.6. Vijf W’s

4.6.1. wat

4.6.2. wie

4.6.3. wanneer

4.6.4. waarom

4.6.5. waar

5. vorm: bedreigende vragen over gedrag

5.1. Open vragen geschikter dan gesloten

5.2. Lange vragen meer resultaat

5.3. Taalgebruik aanpassen

5.4. Bij face to face eventueel respondent schriftelijk laten invullen

5.5. Eventueel vraag laden

5.5.1. vb. eerst als algemeen verschijnsel aangeven om aan te geven dat anderen het ook doen. Wel risico!

5.6. Nagaan hoe respondent staat tegenover bedreigende vragen

6. vorm: kennisvragen

6.1. Ter controle eventueel fictief onderwerp in lijst opnemen

6.2. Bij ja/neen vragen meerdere vragen over hetzelfde ontwerp stellen om succes bij gokken te vermijden

6.2.1. kennis bevoegdheidsdomeinen

6.3. Bij vragen naar numerieke informatie (%, aantallen)

6.3.1. best open vraag

7. vraagvolgorde

7.1. effecten van de vraagvolgorde

7.2. zowel tussen de vragen onderling

7.2.1. algemene voor specifieke

7.2.2. tevredenheid met het leven in het algemeen dan tevredenheid levensaspecten

7.2.2.1. gezin

7.2.2.2. contacten

7.2.2.3. inkomen

7.2.2.4. overheidsniveaus

7.3. als binnen de antwoordmogelijkheden

7.3.1. antwoordmogelijkheden omwisselen

7.3.2. bv vertrouwen in instellingen

7.4. de opbouw van de vragenlijst

7.4.1. Introductiebrief

7.4.1.1. respondent motiveren

7.4.2. Eerste vragen

7.4.2.1. gemakkelijkste en minst indringende/bedreigende

7.4.3. Corpus

7.4.3.1. ruimte voor moeilijkere en gevoelige vragen

7.4.3.2. nieuwe thema’s kort aangeven

7.4.4. Laatste vragen

7.4.4.1. Persoonlijke vragen

7.4.4.2. Identificatie vragen

7.4.4.2.1. kan ook vooraan indien niet persoonlijk