Marifonie

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Marifonie by Mind Map: Marifonie

1. Algemeen

1.1. Maritieme Telefoon

1.1.1. Buitenland: VHF-installatie

1.2. Hoofddoel

1.2.1. Verhogen veiligheid

1.2.1.1. Kan gepeild worden door kustwacht

1.2.1.2. Schepen in de buurt kunnen meedoen met reddingsoperaties

1.3. Geheimhouding: je mag niks doen met berichten die niet voor je bestemd zijn

1.4. Uitrustingsplicht geregeld in het BPR

1.5. ITU

1.5.1. = International Télécommunication Union

1.5.1.1. Regelt frequenties/MID nummers etc.

1.5.1.2. Vastgelegd in RR

1.5.1.2.1. Radio Reglement

1.5.1.2.2. In NL: Telecommunicatiewet

1.5.1.3. Regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren

1.5.1.3.1. Intrashipverkeer niet toegestaan <20m

1.5.1.3.2. Antenne 4 meter van grote objecten

1.5.1.3.3. Antenne mag niet hoger dan 12m gemonteerd worden

1.6. Squelch

1.6.1. Ruisonderdrukker

1.7. Dual watch

1.7.1. 2 kanalen gelijktijdig uitluisteren

1.7.1.1. Verboden in NL

1.8. Scrambler

1.8.1. Versleuteling

1.8.1.1. Toegestaan op openbare kanalen en speciale kanalen ervoor

1.9. Power

1.9.1. Vermogen

1.9.1.1. Laag

1.9.1.1.1. 0,5 - 1 Watt

1.9.1.1.2. Bij bruggen, sluizen, radarposten, haven in NL

1.9.1.2. Hoog

1.9.1.2.1. 6 - 25 Watt

1.9.1.2.2. Niet toegestaan op binnenwater NL

1.9.1.2.3. Behalve noodkanaal 16 kustwacht

1.10. TX

1.10.1. Transmitted Message

1.11. RX

1.11.1. Reveived Message

1.12. DSC

1.12.1. = Digital Selective Calling

1.12.1.1. Geschreven berichten

1.12.1.2. Alleen zeevaartmarifoon

2. Portofoon

2.1. Mag alleen als je ook vaste marifoon hebt

2.2. Testgesprek: via simplex kanaal

2.3. Scanning

2.3.1. Zoeken naar actieve kanalen

2.3.1.1. mag niet in NL

2.4. UHF

2.4.1. Wordt gebruikt binnen schip

3. Antenne

3.1. 1 meter, verticaal polariserend

3.2. 156-163 MHz

3.3. Max op 12m hoogte op binnenwater

3.4. Coax kabel 50 Ohm

3.5. 4m verwijderd van hogere metalen delen

3.6. Niet vlakbij AIS antenne

3.7. VHF Radiogolven bewegen zich rechtlijnig voor

3.7.1. Bereik max 20 mijl

3.7.2. Propagatie

3.7.2.1. Hoe radiogolven zich verspreiden

4. Accu

4.1. Bij opladen ontstaat H2 en O2

4.2. Bijvullen met gedestilleerd water

4.3. Sulfateren

4.3.1. Ontstaat bij teveel ontladen

4.4. Rendement

4.4.1. ~75%

4.4.2. Minder bij kou

4.5. Accuzuur/Elektrolyt

4.5.1. Ontladen

4.5.1.1. Lage soortelijke massa

4.5.2. Geladen

4.5.2.1. Hoge soortelijke massa

4.6. Zekeringen

4.6.1. F = Fast

4.6.2. T = Traag

5. Verbinding

5.1. Simplex

5.1.1. Of spreken of luisteren

5.1.1.1. PTT knop indrukken tijdens spreken

5.1.2. Schepen onderling

5.1.2.1. Als 1 schip spreekt kunnen alle anderen dat niet doen

5.1.3. frequentie

5.1.3.1. Kanaal 10,16,77

5.2. Duplex

5.2.1. Gelijktijding spreken en luisteren

5.2.1.1. PTT knop ingedrukt houden

5.2.2. Walstation

5.2.3. frequenties

5.2.3.1. Kanaal 1

5.3. Semi-Duplex

5.3.1. Duplex via relay walstation

5.3.1.1. PTT knop indrukken tijdens spreken

5.3.1.2. Alleen als je dit afspreekt met het walstation

5.4. AIS

5.4.1. AIS = Automated Identification System

5.4.2. Plot GPS posities van anderen met AIS

5.4.2.1. Positie max 1x in 3 min (snelle schepen 2/3 sec)

5.4.2.2. Positie op radarscherm

5.4.3. Marifoon verplicht bij AIS

5.4.4. Verplicht in NL voor grote schepen op aangewezen vaarwater

5.4.5. Aparte registratie nodig

5.4.6. Testuitzending

5.4.6.1. Max 10 sec

5.4.6.2. Niet op kanaal 16

5.4.7. Identificatie

5.4.7.1. Radioroepnaam

5.4.7.1.1. PAxxxx t/m PIxxxx

5.4.7.1.2. PAAA t/m PIZZ

5.4.7.2. MMSI

5.4.7.2.1. =Maritime Mobile Service Identity

5.4.7.2.2. Meegezonden met DSC

5.4.7.2.3. Afgegeven door: Agentschap Telecom

5.4.7.2.4. MID nummer (3 cijfers) + 6 cijfers

5.4.7.2.5. MID + 6 cijfers

5.4.7.2.6. 0 + MID + 5c

5.4.7.2.7. 00 + MID + 4c

5.4.7.2.8. 99 + MID + 4c

5.4.7.2.9. 111 + MID + 3c

5.4.8. Class-A Transponder

5.4.8.1. 1 GPS ontvanger

5.4.8.2. 1 VHF zender

5.4.8.3. 3 VHF ontvangers

5.4.8.3.1. 1 voor digitale berichten

5.4.8.3.2. 1 voor MSI berichten

5.4.8.3.3. 1 voor maritiem radioverkeer

5.4.9. Dynamische data

5.4.9.1. Automatisch

5.4.9.1.1. Positie/Koers/Snelheid

5.4.9.1.2. Diepgang/lading

5.4.9.1.3. Haven van vertrek

5.4.9.2. Ook handmatig door bemanning

5.4.9.2.1. Haven van bestemming

5.4.9.2.2. ETA

5.5. ATIS

5.5.1. = Automatic Transmitter Identification System

5.5.1.1. Roepnaam zit er in

5.5.1.2. na loslaten PTT of na iedere 5 min

5.5.2. Afgegeven door: Agentschap Telecom

5.6. AAIC

5.6.1. = Accounting Authority Identification Code

5.6.1.1. Betaalcode voor NL: NL01

5.6.2. Voor betaling openbaar verkeer

5.6.2.1. Tijd tussen opnemen en neerleggen van WALabonnee

6. Schepen

6.1. IMO

6.1.1. Internationale Maritieme Organisation

6.2. Grote schepen

6.2.1. ECDIS

6.2.1.1. Elektronische Waterkaart

6.2.2. Op sommige drukke vaarwegen

6.2.2.1. 2 of 3 marifoonkanalen kunnen uitluisteren

6.2.3. Meldplicht

6.2.4. Vaste marifoon

6.3. Kleine schepen

6.3.1. Indien radar of AIS

6.3.1.1. Marifoon verplicht

6.3.2. Uitluisterplicht

6.3.2.1. Bruggen/sluizen

6.3.2.2. Blokgebieden

6.3.2.3. Slecht zicht

6.3.3. Geen meldplicht

6.3.4. Mag portofoon

6.4. Verplichte documentatie

6.4.1. Registratiebewijs

6.4.1.1. In buitenland: Ship Station Licence nodig

6.4.1.1.1. # zenders

6.4.1.1.2. IMO/MMSI/AAIC

6.4.1.1.3. Scheepsnaam/Roepnaam

6.4.2. Bedieningscertificaat

6.4.2.1. Voor Marifoon/Portofoon/AIS

6.4.2.2. Schipper verantwoordelijk

6.4.3. Handboek marifonie

7. Types

7.1. Binnenvaart marifoon

7.1.1. Automatische reductie zendvermogen

7.1.2. Geen DSC

7.1.3. Geen dual/triple watch

7.1.4. Geen scanfunctie

7.1.5. ATIS nummer schakelt deze dingen automatisch uit

7.2. Zeevaart marifoon

7.2.1. Gebruikmakend van alle frequenties

7.2.1.1. Marcom A

7.2.2. Alleen korte golf

7.2.2.1. Marcom B

7.2.2.1.1. Ook nodig voor: EPIRB (Emercency Beacon) / DSC

8. Stations

8.1. Scheepsstation

8.1.1. Leiding bij opgeroepen schip

8.2. Walstation

8.2.1. Kustwachtstation

8.2.1.1. RCC: Rescue Coordination Centre

8.2.1.1.1. Als er daadwerkelijk een reddingsoperatie wordt uitgevoerd

8.2.1.1.2. In NL: Den Helder Rescue

8.2.1.1.3. SAR: Search & Rescue

8.2.1.1.4. OSC: On Scene Coordinator

8.2.1.1.5. Geen telefoongesprekken mogelijk

8.2.2. Kuststation

8.2.2.1. Voor tel gesprekken/openbaar verkeer (niet meer in NL)

8.2.2.1.1. Radio Oostende

8.2.2.1.2. Gespeksduur

8.2.2.2. Aanroep via dichtsbijzijnde walstation

8.2.2.2.1. Meerdere gesprekken niet mogelijk

8.2.3. Verkeersbegeleidingsstation

8.2.3.1. VTS: Vessel Trafifc Servicestation

8.2.3.1.1. Vlotte doorvoer scheepvaart

8.2.3.1.2. Grote schepen meldplicht

8.2.4. Loodsstation

8.2.5. Bruggen/Sluizen

8.2.5.1. Uitluisteren verplicht

8.2.6. Jachthavens

8.2.6.1. Niet verplicht uitluisteren

8.2.7. VC Brandaris

8.2.7.1. Meldplicht voor beroepsvaart

9. Radioverkeer

9.1. Intership

9.1.1. Nautisch verkeer

9.1.2. Social verkeer

9.1.3. Leiding bij opgeroepen schip

9.2. Schip-wal

9.2.1. Openbaar

9.2.1.1. Naar telefoons

9.2.2. Havenverkeer

9.2.2.1. Ook sluis/brug/verkeersbegeleiding

9.2.3. Leiding bij walstation

10. Noodverkeer

10.1. 1. Noodverkeer

10.1.1. MAYDAY

10.1.1.1. 1. Noodsein (3x)

10.1.1.1.1. Op binnenwater

10.1.1.1.2. Op zee/ruim water

10.1.1.2. 2. Noodoproep

10.1.1.2.1. MAYDAY (3X)

10.1.1.2.2. Naam van schip (3x)

10.1.1.2.3. Roepnaam

10.1.1.2.4. Na noodoproep moet je blijven uitluisteren

10.1.1.2.5. Je mag NOOIT reçu geven

10.1.1.3. 3. Noodbericht

10.1.1.3.1. MAYDAY (1x)

10.1.1.3.2. Naam van schip (1x)

10.1.1.3.3. (MMSI)

10.1.1.3.4. Positie

10.1.1.3.5. Omschrijving

10.1.1.3.6. Gevraagde hulp

10.1.1.3.7. Extra info

10.1.1.3.8. Reçu in opdracht van schipper

10.1.2. Mag alleen in opdracht van de kapitein

10.1.3. Afhandeling op kanaal 67

10.1.4. Indien ander schip (of RCC) oproep doet

10.1.4.1. MAYDAY RELAY

10.1.5. Zwijgen opleggen

10.1.5.1. SILENCE MAYDAY

10.1.6. Einde noodverkeer

10.1.6.1. SILENCE FINI

10.1.6.1.1. Mag alleen door RCC

10.2. 2. Spoedvekeer

10.2.1. PANPAN

10.2.1.1. Vaak medische redenen

10.2.1.2. Afhandeling op een werkkanaal

10.3. 3. Veiligheidsverkeer

10.3.1. SECURITE

10.3.1.1. Bijv. stormwaarschuwing

10.3.2. Kanaal 23, 83

10.3.2.1. Aankondiging op kanaal 16

11. Gespreksprocedure

11.1. 1. Aan wie

11.2. 2. Van wie

11.3. 3. Positie en richting

11.3.1. Afvaart/Dalvaart

11.3.2. Opvaart/Bergvaart

11.4. 4. Bericht

12. Tijd/Taal

12.1. UTC (=z)

12.1.1. =Universal Time Coordinated

12.1.1.1. Zomer = UTC + 2

12.1.1.2. Winter = UTC + 1

12.2. Tijdaanduiding: ddhhmm UTC

12.2.1. dd = dag van de maand

12.3. Taal

12.3.1. Spellingsalfabet kennen

12.3.1.1. Alfa

12.3.1.2. Bravo

12.3.1.3. Charlie

12.3.1.4. Delta

12.3.1.5. Echo

12.3.1.6. Foxtrot

12.3.1.7. Golf

12.3.1.8. Hotel

12.3.1.9. India

12.3.1.10. Julliett

12.3.1.11. Kilo

12.3.1.12. Lima

12.3.1.13. Mike

12.3.1.14. November

12.3.1.15. Oscar

12.3.1.16. Papa

12.3.1.17. Quebec

12.3.1.18. Romeo

12.3.1.19. Sierra

12.3.1.20. Tango

12.3.1.21. Uniform

12.3.1.22. Victor

12.3.1.23. Whisky

12.3.1.24. X-ray

12.3.1.25. Yankee

12.3.1.26. Zulu

12.3.2. Taal van het walstation

12.3.3. RPR: (Bij taalproblemen) Duits

13. Kanalen

13.1. 6, 8

13.1.1. Intership op zee

13.2. 10, 13

13.2.1. Intership binnenwater

13.2.1.1. 10 = Standaard kanaal

13.3. 15, 17

13.3.1. Intraship binnenwater

13.4. 16

13.4.1. Op zee en groot binnenwater

13.4.1.1. 24x7 Kustwacht

13.4.1.1.1. Max 1 min

13.4.1.1.2. Geen DSC

13.4.1.2. Altijd simplex

13.5. 18, 20, 22, 84, 85

13.5.1. Sluizen en bruggen

13.6. 23, 83

13.6.1. Veiligheidsberichten kustwacht

13.7. 31

13.7.1. Jachthavens

13.8. 67

13.8.1. SAR operaties

13.8.1.1. kustwacht

13.9. 70

13.9.1. DSC kanaal

13.9.1.1. Spreken niet toegestaan

13.10. 72, 77

13.10.1. Sociaal kanaal

13.10.1.1. 72 ook voor berging op zee

13.11. 82

13.11.1. Voor bunkering/proviantisering

13.12. 88

13.12.1. Tijdelijk. Voor maritieme evenementen

13.13. IJsselmeer

13.13.1. 1

13.13.1.1. Lelystad

13.13.2. 10

13.13.2.1. Slecht zicht

13.13.3. 16

13.13.3.1. Nood/Veiligheidsberichten

13.14. Getal ervoor

13.14.1. 10 = lage frequentie

13.14.2. 20 = hoge frequentie