In hoeverre is er sprake van onderadvisering in groep 8 op Amsterdamse basisscholen?

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
In hoeverre is er sprake van onderadvisering in groep 8 op Amsterdamse basisscholen? by Mind Map: In hoeverre is er sprake van onderadvisering in groep 8 op Amsterdamse basisscholen?

1. Psychologie

1.1. Vooroordelen van leraren (lerarenbias)

1.1.1. (On)bewuste lerarenbias

1.1.1.1. Leraren geven meer aandacht aan leerlingen waarvan ze beter prestaties verwachten (Elffers, 2018).

1.1.1.1.1. Leerlingen krijgen meer aandacht, dus gaan beter presteren

1.1.1.2. Leraren geven geven minder aandacht aan leerlingen waarvan ze slechtere prestaties verwachten (Elffers, 2018). Bijvoorbeeld: verwachting dat leerling slechter is in Nederlands, aangezien de ouders geen Nederlands spreken.

1.1.1.2.1. Leerlingen krijgen minder aandacht, dus gaan slechter presteren

2. Sociologie

2.1. Rol afkomst leerlingen

2.1.1. Taalbarrière: ouders spreken geen Nederlands

2.1.1.1. Taalondersteuning nodig voor leerlingen, bijvoorbeeld door bijles

2.1.2. Migrantengezinnen vaker deel van lagere sociaaleconomische status

2.1.2.1. Bijles is niet betaalbaar voor elke leerling = problematisch, want: leerlingen die bijvoorbeeld wel geld hebben om bijles te betalen hebben een voorsprong ten opzichte van de leerlingen die dit niet hebben (Elffers, 2018).

2.1.3. Opleidingsniveau ouders. Zo blijkt dat kinderen van hoogopgeleide ouders sneller een hoger niveauadvies krijgen van de docent (Agirdag & Ceulemans, 2019).

3. Politicologie

3.1. Onderwijsbeleid

3.1.1. Meritocratisch onderwijsbeleid (gelijke startkansen) = uitgang huidig onderwijsbeleid

3.1.1.1. Merites (talenten) staan centraal = probleem, aangezien niet elke leerlingen de (financiële) middelen heeft om merites te ontwikkelen

3.1.2. Egalitair onderwijsbeleid (gelijk eindigen)

3.1.2.1. Gewichtenregeling kan leiden tot gelijke eindkansen voor leerlingen, kinderen met een kans op onderwijsachterstanden ten gevolge van factoren inde thuissituatie krijgen extra financiële middelen (Driessen, 2014) --> niet duidelijk wanneer een leerling kans heeft op onderwijsachterstand

3.1.3. Burgerschapsonderwijs

3.1.3.1. Zo is het wettelijk verplicht om als school intercultureel en multicultureel onderwijs aan te bieden, waarbij er niet alleen aandacht is voor de Nederlandse culturele omgangsvormen (Driessen, 2014).

3.1.3.1.1. Er zijn geen landelijke voorschriften over hoe burgerschap ingevuld moet worden op scholen, waardoor elke school een andere vorm van burgerschap aanleert (Driessen, 2014).

3.1.4. Cito-toets versus leraar

3.1.4.1. Het is van belang om deze lerarenbias aan het licht te brengen, aangezien sinds het schooljaar 2014-2015 de visie van de leerkracht zwaarder weegt dan de Cito-toets (Lek & van de Schoot, 2019).